denkfouten Flashcards

(20 cards)

1
Q

Confirmation Bias

A

Proces: Informatie zoeken, interpretatie
Beschrijving: Zoeken naar informatie die bestaande overtuigingen ondersteunt, terwijl tegenstrijdige informatie wordt genegeerd.
Voorbeeld: Iemand die denkt dat biologisch eten gezonder is, zoekt alleen studies die dit bevestigen en negeert of onderwaardeert tegensprekende data.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Bandwagon Effect

A

Proces: Informatie zoeken
Beschrijving: Neiging om informatie te zoeken of accepteren die populair is of breed wordt geaccepteerd.
Voorbeeld: Bij het kopen van een product baseert iemand zich vooral op recensies met de meeste likes.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Framing Effect

A

Proces: Interpretatie
Beschrijving: De interpretatie van informatie wordt beïnvloed door de manier waarop deze wordt gepresenteerd.
Voorbeeld: Een aanbieding met “90% kans op succes” wordt positiever geïnterpreteerd dan eentje met “10% kans op mislukking.”

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Optimism Bias

A

Proces: Interpretatie
Beschrijving: Mensen hebben de neiging om positieve uitkomsten te overschatten en negatieve uitkomsten te onderschatten.
Voorbeeld: Een ondernemer denkt dat zijn startup veel succesvoller zal zijn dan gemiddeld, ondanks statistieken.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Availability Heuristic

A

Proces: Interpretatie
Beschrijving: Interpretaties baseren op informatie die het makkelijkst toegankelijk of opvallend is.
Voorbeeld: Na nieuws over een vliegtuigcrash ervaar je vliegen als minder veilig dan voorafgaand aan dat nieuws.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Anchoring Bias

A

Proces: Besluitvorming
Beschrijving: De neiging om te veel gewicht toe te kennen aan de eerste beschikbare informatie (het ‘anker’).
Voorbeeld: Tijdens onderhandelingen blijft een koper gefixeerd op de eerste prijs, zelfs als andere factoren de waarde beïnvloeden.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Lake Wobegon Bias

A

Proces: Besluitvorming en interpretatie
Beschrijving: Mensen overschatten hun eigen capaciteiten, vooral in vergelijking met anderen.
Voorbeeld: Een bestuurder denkt dat hij beter rijdt dan de meeste mensen, zelfs met tegenbewijs.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Dunning-Kruger Bias

A

Proces: Besluitvorming en interpretatie
Beschrijving: Mensen met weinig kennis overschatten hun bekwaamheid, terwijl deskundigen zichzelf onderschatten.
Voorbeeld: Iemand zonder medische kennis geeft zelfverzekerd advies over behandelingen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Overgeneralization

A

Proces: Interpretatie
Beschrijving: Het trekken van brede conclusies uit beperkte of eenmalige gegevens.
Voorbeeld: Na een slechte klantenservice-ervaring concludeert iemand dat het hele bedrijf slecht is.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

False Consensus Effect

A

Proces: Interpretatie
Beschrijving: Overschatting van hoe vaak anderen dezelfde mening of voorkeuren hebben.
Voorbeeld: Iemand die vegetariër is, denkt dat de meeste mensen eigenlijk ook vegetariër willen worden.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Halo Effect

A

Proces: Interpretatie
Beschrijving: Een positieve indruk in één domein beïnvloedt oordelen in andere domeinen.
Voorbeeld: Een aantrekkelijke persoon wordt als intelligenter beoordeeld, zonder bewijs.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Hyperbolic Discounting

A

Proces: Besluitvorming
Beschrijving: Mensen geven de voorkeur aan onmiddellijke beloningen boven grotere toekomstige beloningen.
Voorbeeld: Iemand kiest voor een kleine korting vandaag in plaats van een grotere korting over een maand.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Loss Aversion

A

Proces: Besluitvorming
Beschrijving: Mensen vermijden risico’s die kunnen leiden tot verlies, zelfs als winst groter zou zijn.
Voorbeeld: Een belegger verkoopt aandelen niet uit angst voor verlies, terwijl vasthouden nadelig is.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Sunk Cost Fallacy

A

Proces: Besluitvorming
Beschrijving: Investeringen in tijd, geld of moeite leiden tot vasthouden aan slechte keuzes.
Voorbeeld: Iemand blijft een slechte film afkijken omdat het kaartje al is betaald.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Goal Gradient Effect

A

Proces: Besluitvorming
Beschrijving: Motivatie neemt toe naarmate iemand dichter bij een doel komt.
Voorbeeld: Een klant maakt sneller een spaarkaart vol als er nog één stempel ontbreekt.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Fluency Bias

A

Proces: Informatie zoeken, interpretatie
Beschrijving: Informatie die eenvoudig te begrijpen is, wordt als betrouwbaarder beschouwd.
Voorbeeld: Een makkelijk leesbare advertentie wordt als geloofwaardiger ervaren dan een complexe tekst.

17
Q

Ingroup (Outgroup) Bias

A

Proces: Interpretatie
Beschrijving: Informatie over de eigen groep wordt positiever geïnterpreteerd dan over andere groepen.
Voorbeeld: Een sportfan gelooft dat zijn team eerlijk speelt, maar andere teams niet.

18
Q

Authority Bias

A

Proces: Informatie zoeken, interpretatie
Beschrijving: Neiging om informatie van autoriteitsfiguren meer gewicht te geven.
Voorbeeld: Een advies van een dokter wordt beter gehoord, zelfs als het foutief is.

19
Q

Mere Exposure Bias

A

Proces: Informatie zoeken, interpretatie
Beschrijving: Voorkeur geven aan keuzes die vertrouwd aanvoelen door herhaald contact.
Voorbeeld: Een consument kiest een merk dat hij vaak in reclames ziet.

20
Q

IKEA Effect

A

Proces: Besluitvorming
Beschrijving: Zelfgemaakte items worden als waardevoller beschouwd.
Voorbeeld: Een persoon geeft de voorkeur aan een zelf in elkaar gezette kast boven een kant-en-klare kast.