papers Flashcards

(42 cards)

1
Q

Waar gaat het artikel “When cognition interferes with innovation: Overcoming cognitive obstacle to Design Thinking” van Butler en Roberto (2018) over?

A

De auteurs stellen dat Design Thinking een duidelijk stappenplan lijkt voor innovatie, maar dat mensen er van nature slecht in zijn door cognitieve biases (denkfouten). Succes vereist dat je deze actief herkent en tegengaat (metacognitie).

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Wat zijn de 3 stappen uit het stappenplan van Butler en Roberto (2018)

A
  1. Empathize and research (gebruikers begrijpen)
  2. Ideate (ideeen bedenken)
  3. Prototyping en testing
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Wat zijn de belangrijkste cognitieve valkuilen en oplossingen voor Empathize and research?

A

valkuilen
1. Top-Down denken: te snel conclusies trekken
2. Inattentional blindness: belangrijke dingen missen
3. Confirmation bias: alleen zien wat je al denkt

oplossingen
1. Bottom-Up denken: focus op details
2. Werk in teams: meerdere perspectieven
3. zoek actief naar bewijs dat je ongelijk hebt

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Wat zijn de belangrijkste cognitieve valkuilen en oplossingen voor Ideate?

A

valkuilen
1. Fixatie: vastzitten in bekende ideeen of oplossingen
2. Mental set: denken vanuit oude patronen

oplossingen
1. herformuleer het probleem
2. denk vanuit andere perspectieven
3. gebruik creatieve beperkingen
4. eerst individueel ideeen bedenken

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Wat zijn de belangrijkste cognitieve valkuilen en oplossingen voor Prototyping and testing?

A

Valkuilen
1. Ideeen niet willen loslaten
2. negatieve feedback negeren
3. sunk cost fallacy: blijven doorgaan met slechte ideeen
4. defensief reageren op kritiek

oplossingen
1. test snel en vaak
2. zie feedback als waardevol
3. werk met meerdere ideeen tegelijk
4. maak meerdere prototypes parallel

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Waar gaat het artikel “A behavior model for persuasive design” van Fogg (2009) over?

A

Mensen veranderen gedrag alleen als 3 dingen tegelijk kloppen: Motivation, ability en triggers. Ontbreekt er 1 dan gebeurt het gedrag niet.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Wat wordt gezien als Motivation?

A
  1. Plezier / Pijn
  2. Hoop / angst
  3. Sociale acceptatie / afwijzing
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Wat wordt gezien als ability:

A
  1. tijd
  2. geld
  3. energie
  4. denkwerk
  5. sociale risico’s
  6. afwijking van routine
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Wat worden gezien als triggers?

A
  1. Spark (bv een inspirerende video)
  2. Facilitator: iets dat het makkelijker maakt
  3. Signal: een reminder
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Waar gaat het artikel “cognitive motivational mechanisms of political polarization in social communicative contexts” van Jost, Baldassarri en Druckman (2022) over?

A

Politieke polarisatie: dat betekent dat mensen steeds meer verdeeld raken in hun politieke ideeën of
sterkere groepsidentiteiten ontwikkelen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Wat is polarisatie?

A

grotere politieke verdeeldheid + sterkere groepsidentiteit

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Wat is symmetrische en asymmetrische polarisatie?

A

Beide groepen worden extremer of 1 groep wordt extremer

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Wat zijn de 3 soorten polarisatie?

A
  1. Ideological/Issue polarization
  2. Partisan alignment
  3. affective polarization
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

wat is Ideologische/issue polarisatie

A

Mensen gaan naar extremere standpunten op politieke onderwerpen. De liberalen worden progressiever en de conservatieven worden conservatiever

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Wat is Partisan alignment?

A

Mensen krijgen consistente politieke standpunten op veel verschillende onderwerpen, zoals iemand die economisch rechts is en vaak ook conservatief is op sociale issues.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Wat is affective polarization?

A

Mensen krijgen sterkere gevoelens voor hun eigen groep en tegen andere groepen. Dus niet alleen verschil in mening, maar meer sympathie voor eigen partij en juist meer haat voor andere partij.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
17
Q

Wat zijn de 3 psychologische mechanismen van polarisatie?

A
  1. ego-justification
  2. group-justification
  3. system-justification
18
Q

Wat is ego-justification?

A

Mensen willen hun eigen
overtuigingen beschermen. Dit leidt tot:
1. Confirmation bias

19
Q

Wat is group-justification?

A

Mensen verdedigen hun eigen groep. Dit leidt tot:
1. In-group, Out-group bias

20
Q

Wat is system-justification?

A

Mensen verschillen in hoeveel ze het bestaande systeem willen behouden. Verschil tussen ideologieën:
Conservatieven, Liberalen

21
Q

Welke 3 factoren zijn belangrijk bij polarisatie in sociale communicatie?

A
  1. source
  2. channel
  3. message
22
Q

Waar gaat het artikel “Cognitive bias and how to improve sustainable decision making” van Korteling, Paradies en Sassen-van Meer (2023) over?

A

Het artikel legt uit dat gedrag niet veranderd kan worden door enkel informatie te geven, maar wel door hoe informatie gepresenteerd wordt, dus hoe opties rondom duurzaamheid worden gepresenteerd. Over duurzaamheid beslist men niet rationeel, want onze beslissingen worden beïnvloed door cognitieve biases (denkfouten).

23
Q

Waardoor maken mensen weinig duurzame keuzes volgens het artikel? ( 6 barrières)

A
  1. Complexiteit en onzekerheid
  2. Lange termijn gevolgen
  3. Status quo bias
  4. Sociale status en vergelijking
  5. eigen belang vs groepsbelang
  6. groepsdruk
24
Q

Wat is de barrière complexiteit en onzekerheid?

A

Klimaatproblemen zijn moeilijk te begrijpen

25
Wat is de barrière lange termijn gevolgen?
Mensen geven meer waarde aan directe gevolgen
26
Wat is de barrière status quo bias?
Mensen willen dingen houden zoals ze zijn
27
Wat is de barrière sociale status en vergelijking en welke 3 biases horen daarbij?
Mensen vergelijken zich met andere: 1. Social comparison bias (Jezelf vergelijken met andere) 2. Scarcity bias (zeldzame spullen lijken meer waardevol) 3. Hedonic treadmill (wennen aan nieuwe spullen en meer willen)
28
Wat zijn 5 interventies om duurzaam gedrag te verbeteren?
1. nudging (subtiel gedrag sturen) 2. framing (hou je een boodschap presenteert) 3. gebruik sociale normen (mensen passen zich aan aan die normen) 4. maak informatie simpeler 5. beloningen gebruiken
29
Waar gaat het artikel "Persuasive systems design: key issues, proces model, and system features." van Oinas-Kukkonen en Harjumaa (2009) over?
Het artikel gaat over persuasive systems (PSD: Persuasive Systems Design): IT-systemen die ontworpen zijn om gedrag of attitudes van mensen te veranderen zonder dwang of misleiding, het is dus vrijwillig.
30
Wat zijn 3 uitkomsten van PSD?
1. reinforcement: versterken bestaand gedrag 2. change: veranderen gedrag 3. shaping: ontwikkelen nieuw gedrag
31
Wat zijn de 2 persuasieve technologieën?
1. Computer-human persuasion: computer probeert gebruiker te beïnvloeden 2. Computer-mediated persuasion: mensen proberen gebruiker te beïnvloeden via technologie
32
Wat zijn de 3 stappen van een persuasief design ontwikkelen?
1. key issues begrijpen 2. persuasion context analyseren 3. Design van system features
33
Wat zijn de 3 onderdelen van persuasion context analyseren?
1. intent: wat is het doel 2. event: wanneer vind persuasion plaats 3. strategy: hoe ga je overtuigen
34
Wat zijn de 4 categorieën van design van system features?
1. primary task support 2. dialogue support 3. system credibility support 4. social support
35
wat is primary task support?
Helpen het hoofddoel te bereiken. maakt gedrag makkelijker
36
Wat is dialogue support?
Systeem communiceert met gebruiker om motivatie te verhogen. houdt gebruikers betrokken
37
Wat is system credibility support?
Systeem moet betrouwbaar lijken, zoals een professioneel design. meer vertrouwen zorgt voor meer overtuigingskracht
38
wat is social support?
sociale motivatie gebruiken zoals vergelijken met andere
39
Waar gaat het artikel "A framework to address cognitive biases of climate change" van Zhao en Luo (2021) over?
Dit artikel legt uit dat veel mensen niet handelen tegen klimaatverandering door cognitieve biases (denkfouten). Zij zeggen dat je klimaatgedrag kan verbeteren door deze biases verminderen.
40
Wat zijn de 8 cognitive biases die klimaatgedrag beïnvloeden?
1. Attentional bias: selectief letten op informatie die past bij overtuigingen 2. Perceptual bias: sociale normen verkeerd inschatten 3. Recall bias: klimaatproblemen als minder ernstig herinneren 4. Confirmation bias: alleen bevestigende informatie zoeken 5. Present bias: korte termijn voordelen verkiezen 6. Status quo bias: verandering vermijden 7. Pseudoinefficacy: denken dat eigen acties geen effect hebben 8. Single-action bias: na één actie denken dat het genoeg is
41
Wat zijn de 6 oorzaken van cognitive biases?
1. Motivated cognition: informatie verwerken volgens eigen doelen/identiteit 2. Cognitive rigidity: moeite met aanpassen van overtuigingen 3. Gebrek aan kennis: oorzaken en oplossingen niet begrijpen 4. Gebrek aan awareness: urgentie niet inzien 5. Verkeerde aannames: foutieve ideeën over oorzaken 6. Misperceptions: impact van eigen gedrag onderschatten
42
Wat zijn de 8 oplossingen voor cognitive biases?
1. Framing: boodschap afstemmen op waarden 2. Sociale normen corrigeren: laten zien wat mensen echt denken 3. Observational learning: leren door gedrag van anderen te zien 4. Forward-looking thinking: focussen op toekomstige gevolgen 5. Defaults veranderen: duurzame opties standaard maken 6. Visualization: data visueel weergeven 7. Inoculation tegen misinformation: mensen voorbereiden op misinformatie 8. Identity reinforcement: gedrag koppelen aan identiteit