HC1 Flashcards

(43 cards)

1
Q

Wat is persuasief design?

A

Persuasief design is een ontwerpbenadering die psychologie en technologie combineert om gewenst gedrag subtiel te stimuleren zonder dwang.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Waar kan persuasief design worden toegepast?

A

Persuasief design kan worden toegepast in apps, websites, interactieve systemen, fysieke omgevingen en producten.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

In welke domeinen wordt persuasief design gebruikt?

A

Persuasief design wordt gebruikt in marketing, e-commerce, gezondheidszorg, onderwijs, verkeer, sociale media en maatschappelijke thema’s.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Wat is polarisatie?

A

Polarisatie is het proces waarbij groepen verder uit elkaar drijven en extremere posities innemen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Wat zijn nadelen van polarisatie?

A
  1. Verlies van nuance en dialoog 2. Dalend vertrouwen in instituties 3. Toename van desinformatie, manipulatie en misleiding 4. Grotere kans op agressie of geweld
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Wat is groepspolarisatie?

A

Groepspolarisatie is wanneer een groep een extremer standpunt ontwikkelt dan het gemiddelde van individuele standpunten.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Wat verklaart groepspolarisatie?

A
  1. Overtuigende argumentatie 2. Sociale vergelijking en conformiteit aan groepsnormen
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Wat is kwestie-polarisatie?

A

Kwestie-polarisatie is de toenemende afstand tussen meningen rond specifieke maatschappelijke issues.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Wat is partijgebonden polarisatie?

A

Partijgebonden polarisatie is een sterkere identificatie met politieke kampen en een wij-zij-denken.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Wat is affectieve polarisatie?

A

Affectieve polarisatie is vijandigheid en emotionele afstand tussen groepen, los van inhoudelijke meningen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Noem voorbeelden van polarisatie in de samenleving.

A
  1. Immigratie en integratie 2. Klimaat en duurzaamheid 3. Gezondheidszorg en wetenschap 4. COVID-19 5. Gelijkheid, diversiteit en LGBTQ+ rechten 6. Zwarte Piet 7. Economische ongelijkheid 8. Randstad vs. platteland 9. Jong vs. oud 10. Religieuze en geopolitieke conflicten 11. Lokaal: sportclubs, universiteiten en buurtgroepen
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Wat zijn denkfouten (cognitive biases)?

A

Denkfouten zijn automatische, vereenvoudigde denkpatronen die helpen bij snelle beslissingen maar kunnen leiden tot verkeerde conclusies.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Waarom versterken denkfouten polarisatie?

A

Omdat ze zwart-wit denken versterken en rationeel denken ondermijnen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Wat is confirmation bias?

A

Confirmation bias is de neiging om informatie te zoeken die bestaande overtuigingen bevestigt en tegenspraak te negeren.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Wat is het bandwagon effect?

A

Het bandwagon effect is de neiging om mee te gaan met populaire of breed geaccepteerde informatie.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Wat is het framing effect?

A

Het framing effect is dat interpretatie van informatie afhangt van de manier waarop deze wordt gepresenteerd.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
17
Q

Wat is optimism bias?

A

Optimism bias is de neiging om positieve uitkomsten te overschatten en negatieve uitkomsten te onderschatten voor zichzelf.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
18
Q

Wat is anchoring bias?

A

Anchoring bias is de neiging om sterk te vertrouwen op het eerste informatiepunt als referentiekader.

19
Q

Wat is het Dunning-Kruger effect?

A

Het Dunning-Kruger effect is dat mensen met weinig kennis hun eigen kunnen overschatten.

20
Q

Wat is het Reasoned Action Model (RAM)?

A

Het Reasoned Action Model verklaart gedrag via rationele en bewuste besluitvorming.

21
Q

Welke componenten bevat het Reasoned Action Model?

A
  1. Overtuigingen 2. Normen 3. Attitudes 4. Gedragsintenties
22
Q

Hoe beïnvloeden denkfouten het Reasoned Action Model?

A

Denkfouten beïnvloeden overtuigingen, normen en attitudes en kunnen irrationeel gedrag versterken.

23
Q

Waarvoor wordt het Reasoned Action Model gebruikt?

A

Het wordt gebruikt om te bepalen welke overtuigingen en denkfouten gedrag aansturen in een doelgroep.

24
Q

Wat is het doel van Design Thinking Fase 0?

A

Het kiezen van een concrete en haalbare polarisatiecasus met duidelijk afgebakende doelgroepen.

25
Wat moet je identificeren in Fase 0?
Je moet identificeren welke groepen tegenover elkaar staan.
26
Wat is het doel van Design Thinking Fase 1 (Empathize)?
Het verkrijgen van inzicht in context, overtuigingen, motivaties, gedachten en beperkingen van de doelgroep.
27
Welke methoden gebruik je in de Empathize-fase?
1. Interviews 2. Observaties 3. Demografische gegevens 4. Contextanalyse
28
Wat zijn empathiemaps?
Empathiemaps visualiseren wat een gebruiker denkt, voelt, ervaart, ziet, hoort en doet.
29
Wat zijn persona’s?
Persona’s zijn archetypische representaties van gebruikersgroepen gebaseerd op RAM en denkfouten.
30
Welke elementen bevatten persona’s?
1. Overtuigingen 2. Normen 3. Denkfouten 4. Motivaties 5. Vaardigheden 6. Contextuele beperkingen
31
Wat is het doel van Design Thinking Fase 2 (Define)?
Het formuleren van een kernprobleem gebaseerd op overtuigingen en denkfouten.
32
Hoe formuleer je een probleem in de Define-fase?
Doelgroep X heeft moeite met Y vanwege Z1 en Z2.
33
Wat zijn How-Might-We-vragen?
Vragen die creativiteit stimuleren door een probleem te formuleren als kans voor oplossingen.
34
Wat betekent 'How-Might-We'?
1. How: uitdaging erkennen 2. Might: mogelijkheid openen 3. We: veronderstellen dat oplossing bestaat
35
Wat is het doel van Design Thinking Fase 3 (Ideate)?
Het genereren van zoveel mogelijk creatieve oplossingsrichtingen.
36
Wat zijn direct gerichte ontwerpelementen?
Ontwerpelementen die denkfouten verzwakken of benutten om gedrag te beïnvloeden.
37
Wat zijn ondersteunende ontwerpelementen?
Elementen die de werking, begrijpelijkheid en geloofwaardigheid van de interventie versterken.
38
Welke contexten zijn belangrijk in de Ideate-fase?
1. Use context 2. User context 3. Technology context
39
Wat is het doel van Design Thinking Fase 4 (Prototyping)?
Het bouwen van een functioneel prototype met minimale kernfunctionaliteiten.
40
Welke vormen kan een prototype aannemen?
1. Chatbot 2. Website 3. Digitale tool
41
Wat is het doel van Design Thinking Fase 5 (Test)?
Het evalueren van het prototype om te bepalen wat werkt en wat verbeterd moet worden.
42
Wat is heuristic evaluation?
Een expertbeoordeling van een systeem op basis van usability-principes.
43
Wat is een think-aloud test?
Een test waarbij gebruikers hun gedachten hardop uitspreken tijdens interactie met een systeem.