Intro Flashcards

(20 cards)

1
Q

Wat bekritiseert het artikel van Pavlov en Micheli over traditional OPM?

A

Het artikel bekritiseert traditionele benaderingen die leunen op objectiviteit, controle en voorspelbaarheid.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Wat is een emergent fenomeen in de context van organisatieprestaties?

A

Prestaties ontstaan uit de interacties binnen het systeem en hebben nieuwe, eigen eigenschappen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Wat houdt de verschuiving van alignment naar aanpassing in?

A

Strategie en meting moeten voortdurend worden bijgestuurd in plaats van top-down gecascadeerd.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Wat is de rol van stakeholders in performance management?

A

Prestatiesystemen moeten rekening houden met meerdere perspectieven binnen en buiten de organisatie.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Wat betekent ‘humiliteit in management’ volgens het artikel?

A

Managers kunnen prestaties niet volledig voorspellen of controleren, maar slechts beïnvloeden en ondersteunen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Wat biedt complexiteitstheorie aan als alternatief voor traditionele performance management?

A

Een verschuiving in mindset richting influence, adaptiviteit en stakeholdergerichtheid.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Wat benadrukken Jones, Uzzi en Wang over organisaties?

A

Organisaties moeten worden benaderd als complexe adaptieve systemen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Waarom is complexiteitswetenschap nu relevant?

A

Door de beschikbaarheid van data en krachtige analytische tools.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Wat is het doel van het Ryan Institute on Complexity?

A

Multidisciplinaire samenwerking bevorderen en grotere, complexere vraagstukken aanpakken.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Wat is de rol van Jones in het onderzoek?

A

Benadrukt dat expertise is gefragmenteerd en teamwork vereist is.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Wat betekent ‘systeemdenken’ in de context van complexiteit?

A

Het begrijpen van de relaties en interacties binnen een geheel systeem.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Wat zijn process mechanisms?

A

Mechanismen zoals feedbackloops, adaptatie, coördinatie of imitatie die interacties mogelijk maken.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Wat is het verschil tussen lineair en niet-lineair denken?

A

De meeste processen zijn niet-lineair en niet simpelweg voorspelbaar.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Wat is het kernidee van de contingentietheorie?

A

Er bestaat niet één beste manier van organiseren; succes hangt af van afstemming op de omgeving.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Wat benadrukken Lawrence en Lorsch over organisaties?

A

Er zijn twee soorten fit nodig: extern en intern.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Wat is externe fit?

A

De structuur sluit aan op de eisen van de markt en omgeving.

17
Q

Wat is interne fit?

A

De verschillende onderdelen van de organisatie zijn goed op elkaar afgestemd.

18
Q

Wat betekent ‘Flexibele begrenzing’ in de context van complexiteit?

A

Afhankelijk van de onderzoeksvraag worden de grenzen bepaalt, wat het subjectief maakt.

19
Q

Wat is de rol van Uzzi in het onderzoek

A

Als socioloog legt uit dat moderne problemen te groot en complex zijn voor individuen en dat effectieve oplossingen netwerken van experts vereisen.

20
Q

Wat is de rol van Wang in het onderzoek?

A

Als fysicus/ geïnteresseerd in data benadrukt dat complexiteitswetenschap en netwerkanalyse belangrijke gereedschappen zijn om sociale fenomenen te begrijpen.