Workshop 1 Flashcards

(17 cards)

1
Q

Wat is het effect van subtiele gendervooroordelen in organisaties?

A

Ze kunnen leiden tot diepe, structurele ongelijkheden, zoals segregatie aan de top van organisaties.

Dit gebeurt zelfs als de voorkeur voor mannen bijna onzichtbaar is.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Hoe beïnvloedt bias op micro-niveau segregatie op macro-niveau? En waarmee kan dit zichtbaar worden gemaakt?

A

Bias op micro-niveau zorgt voor segregatie op macro-niveau, wat zichtbaar kan worden gemaakt door ABM.

Dit proces is meestal onbedoeld.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Wat is de rol van Agent-based modeling (ABM) in het onderzoek naar gendersegregatie?

A

ABM maakt het proces van bias naar segregatie zichtbaar door simulaties van interacties tussen agenten.

Het laat zien dat segregatie kan ‘emergen’ uit kleine beslissingen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Wat zijn de drie niveaus waarop bias en segregatie plaatsvinden volgens Martell en collega’s?

A
  • Micro-niveau: individuele beoordelingen
  • Meso-niveau: invloed op promoties en doorstroom
  • Macro-niveau: segregatie zichtbaar na veel beslismomenten
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Wat is de conclusie van het onderzoek over de oorsprong van ongelijkheid?

A

Ongelijkheid ontstaat niet altijd door één groot besluit, maar door de accumulatie van veel kleine, alledaagse keuzes.

Dit toont aan dat het een systeemprobleem is.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Wat is het ‘Neighborhood Model of Segregation’ van Thomas Schelling?

A

Een model dat laat zien hoe kleine individuele voorkeuren kunnen leiden tot grote, onbedoelde patronen van segregatie.

Dit model gebruikt agents met voorkeuren voor buren die op hen lijken.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Welke factoren zijn belangrijk in Schelling’s model voor segregatie? Die zorgen voor de dynamiek van het systeem?

A
  • Beslissingsregel (wanneer iemand verhuist)
  • Tolerantiegrens (hoeveel diversiteit iemand accepteert)
  • Terugkoppeling tussen individuele acties en omgevingsstructuur
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Wat zijn mogelijke beleidsoplossingen om segregatie te voorkomen volgens Schelling?

A
  • Verander de drempelwaarden
  • Beïnvloed de startcondities
  • Beperk of verander feedbackloops
  • Introduceer tegenkrachten
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Wat is het glass ceiling effect?

A

De onzichtbare, systemische barrière die voorkomt dat vrouwen en minderheden de hoogste posities bereiken.

Dit gebeurt niet door expliciete discriminatie, maar door subtiele, structurele processen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Wat betekent self-efficacy?

A

Hoeveel je gelooft in je eigen capaciteiten.

Mannen overschatten vaak hun capaciteiten, terwijl vrouwen deze onderschatten.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Wat is de rol van Role congruity theory?

A

Percepties van rol(gelijkheid)

Dit is ingebed in social role theory.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Wat is cognitieve sociale leertheorie?

A

Imitatie van gedrag, individueel leerproces

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Social role theory

A

Maatschappelijke rolverdeling

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Wat maakt ABM zo krachtig?

A

Oorzakelijk inzicht, beleidsrelevantie en het begrijpen van emergentie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Explanatory eductionism

A

Verklaren via lagere niveaus

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Atomistic fallacy

A

Foutief generaliseren naar hogere niveaus

17
Q

Ecological fallacy

A

Foutief generaliseren naar lagere niveaus