“Sanctiemodaliteit” gaat over de vraag:
1. Welke straf (sanctie) zal worden opgelegd
2. Of de straf voorwaardelijk of niet wordt opgelegd
3. Of de straf wel of niet door een taakstraf kan worden vervangen
4. Alle antwoorden zijn juist
4. Geen antwoord is juist
Welke stelling is onjuist?
1. Onttrekking van het verkeer kan worden opgelegd door de rechter, door de OvJ bij een strafbeschikking, en ook bij een transactie.
2. Een ontnemingsmaatregel kan alleen bij veroordeling worden opgelegd. Het kan echter omgaan om voordeel uit strafbare feiten van anderen, niet van zichzelf. Het kan ook gaan om voordeel dat verkregen is met andere strafbare feiten dan waarvoor de verdachte is veroordeeld.
3. Als iemand een ontnemingsbedrag niet betaalt, kan hij worden gegijzeld (gedetineerd), ipv het bedrag te betalen.
4. Voordeelontneming kan worden opgelegd door de rechter (dmv een ontnemingsmaatregel), door een schikking om strafrechtelijke vervolging te voorkomen, door een strafbeschikking of door een transactie.
Beoordeel de juistheid van de volgende twee stellingen:
Stelling I
Bijkomende straffen kunnen alleen opgelegd worden naast een hoofdstraf.
Stelling II
Bijkomende straffen komen alleen voor in het Wetboek van Strafrecht.
1. I en II zijn juist.
2. Alleen I is juist.
3. Alleen II is juist.
4. I en II zijn onjuist.
Welke stelling over voorwaardelijke veroordeling is onjuist?
1. Het voornaamste doel van voorwaardelijke veroordeling is het gedrag van de veroordeelde te beïnvloeden.
2. De maximale duur van proeftijd is meestal 3 jaar, maar soms zelfs 10 jaar.
3. De veroordeelde mag zich binnen de proeftijd niet schuldig maken aan elk nieuw strafbaar feit. Dus elke overtreding van een strafbepaling is een schending van de voorwaarde, ook als het een heel ander strafbaar feit is dan waar de voorwaardelijke veroordeling over gaat.
4. Mogelijke voorwaarden bij voorwaardelijke beoordeling zijn: locatie- of contactverbod; therapie.
5. Alle stellingen zijn juist
6. Alle stellingen zijn onjuist
Wat speelt geen rol bij de straftoemeting?
1. Het type strafbare feit
2. De wijze waarop het delict is begaan
3. De persoon van de verdachte en diens persoonlijke omstandigheden
4. Recidive (eerder veroordeeld, of first offender?)
5. Een verdachte die zich eerder niet heeft gehouden aan voorwaarden
6. Spijtbetuiging
7. Verdachte heeft schadevergoeding aangeboden
8. Al deze zaken spelen een rol bij de straftoemeting
Piet wordt vervolgd voor verspreiding van opruiend geschrift (art. 132 lid 1 Sr). Er is voldoende bewijs. Volgens deskundigen heeft Piet echter een geestelijke stoornis, waardoor hij ontoerekenbaar is.
Wat zal de einduitspraak zijn?
1. Niet ontvankelijkheid van het OM
2. Vrijspraak
3. Ontslag van alle rechtsvervolging, zonder TBS
4. Ontslag van alle rechtsvervolging, eventueel met TBS
5. Veroordeling
Kan de rechter Delano, die voor de eerste keer voor de strafrechter moest verschijnen, bij veroordeling ter zake van oplichting (art. 326 Sr) in plaats van een vrijheidsstraf ook een taakstraf opleggen?
1. Nee, art. 326 Sr staat het opleggen van taakstraf niet toe.
2. Nee, taakstraf kan alleen maar opgelegd worden ter zake van overtredingen.
3. Ja, mits de rechter daarnaast een geldboete oplegt.
4. Ja, de rechter kan in dit geval een taakstraf opleggen.
Op welk beginsel is TBS een uitzondering? Kies het beste antwoord.
1. Beginsel van een goede procesorde
2. Onmiddellijkheidsbeginsel
3. Legaliteitsbeginsel
4. Geen straf zonder schuld
Piet wordt vervolgd voor dood door roekeloosheid (art. 307 lid 2 Sr). Er is voldoende bewijs. Volgens twee psychologen die als gedragsdeskundigen optreden om de rechter advies te geven, heeft Piet echter een geestelijke stoornis, waardoor hij ontoerekenbaar is.
Wat zal de einduitspraak zijn?
1. Niet ontvankelijkheid van het OM
2. Vrijspraak, zonder TBS
3. Vrijspraak, eventueel met TBS
4. Ontslag van alle rechtsvervolging, zonder TBS
5. Ontslag van alle rechtsvervolging, eventueel met TBS
6. Veroordeling
Welke stelling over plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders is onjuist?
1. Het doel ervan is om een veelpleger trots de belemmering van de proportionaliteit voor langere tijd uit de maatschappij te kunnen halen.
2. Een veroordeelde veelpleger kan met dit maatregel voor maximaal twee jaar zijn vrijheid worden ontnomen.
3. De veroordeelde volgt bij ISD een speciaal voor hem opgesteld programma, met als doel om zijn gedrag te beïnvloeden
4. De rechter kan deze maatregel opleggen alleen als het OM het vordert.
5. Alle stellingen zijn juist.
6. Alle stellingen zijn onjuist.
Welke stelling is onjuist?
1. Een levenslang gevangenisstraf is wel levenslang; en niet gemaximaliseerd. Maar na 25 jaar moet er een toetsing zijn of de gevangenishouding nog een toegevoegde waarde heeft, of dat men wel kan werken aan terugkeer naar de samenleving.
2. Een levenslange gevangenisstraf is nooit levenslang omdat het EHRM vindt dat een uitzichtloze gevangenhouding een schending is van de rechten van de mens.
Bij rechterlijk pardon (art. 9a Sr) is de einduitspraak:
1. Vrijspraak
2. Ontslag van alle rechtsvervolging
3. Veroordeling
4. Meerdere opties zijn mogelijk
Welke stelling is onjuist?
1. Zowel het toewijzen van een schadevordering als ook het opleggen van een schadevergoedingsmaatregel gebeurt door de rechter. In het eerste geval betaalt de dader aan de benadeelde partij direct, als als niet wordt betaald, moet de benadeelde partij zelf zorgen voor incasso. In het tweede geval betaalt de dader aan de staat (en de staat aan de benadeelde partij), en kunnen conservatoir beslag en gijzeling worden toegepast om de betaling te garanderen.
2. Jan wordt vervolgd voor mishandeling (art. 300 lid 1 Sr). Er is voldoende bewijs. Volgens deskundigen heeft Jan echter een geestelijke stoornis, waardoor hij succesvol beroep doet op de schulduitsluitingsgrond ontoerekenbaarheid. De einduitspraak zal daarom ontslag van alle rechtsvervolging zijn, wel eventueel met TBS.
3. TBS kan worden gerechtvaardigd ter bescherming van de algemene veiligheid van goederen.
4. Alle stellingen zijn onjuist.
Welke stelling is onjuist?
1. De benadeelde partij kan schade verhalen bij de burgerlijke rechter, of bij de strafrechter schadevergoeding vragen, als onderdeel van de strafrechtelijke procedure. In dat laatste geval kan de schadevergoeding met of zonder een schadevergoedingsmaatregel worden toegewezen.
2. De strafrechter kan de verdachte veroordelen tot een gevangenisstraf die slechts ten uitvoer gelegd zal worden wanneer de verdachte niet voldoet aan een schadevergoedingsmaatregel (dus niet betaalt).
3. Een schadevergoedingsmaatregel kan door worden opgelegd door de rechter, door de OvJ bij een strafbeschikking, of in een transactie.
4. Terbeschikkingstelling (TBS) kan worden opgelegd als de rechter de verdachte ontoerekeningsvatbaar acht, of bij verminderde toerekeningsvatbaarheid (evt. samen met een gevangenisstraf), of bij psychische overmacht.
Welke stelling is onjuist?
1. De specialiteitsvraag (specialiteitsverhouding) komt aan bod bij de kwalificatie van de strafbepaling, niet bij de straftoemeting.
2. Eendaadse samenloop is het geval waarin één strafbaar feit binnen twee of meer strafbepalingen valt, die geen specialiteitsverhouding hebben.
3. Bij meerdaadse samenloop is de maximum gevangenisstraf een derde boven de hoogste maximumstraf van alle strafbare feiten; en is de maximum geldboete het totaal van de hoogste straffen op de strafbare feiten.
4. Alle stellingen zijn juist.
5. Alle stellingen zijn onjuist.
Bij samenloop gaat het om:
1. de gelijktijdige strafrechtelijke afdoening
2. het gelijktijdig plegen van strafbare feiten
3. 1 of 2
4. samenloop geldt wanneer zowel 1 als ook 2 gelden
Wat is geen maatregel?
1. Onttrekking aan het verkeer
2. Ontneming
3. Ontzetting van rechten
4. Schadevergoeding
5. Terbeschikkingstelling
6. Plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD)
7. Locatieverbod
8. Al deze opties zijn maatregelen
Jan wordt vervolgd voor diefstal (art. 310 Sr). Hij wordt veroordeeld met een gevangenisstraf van 2.5 jaar. De rechter mag ervoor kiezen om 2 van de 2,5 jaar niet ten uitvoer te leggen.
1. Juist
2. Onjuist
Casus:
Jan is al twee keer veroordeeld voor winkeldiefstal (art. 310 Sr), voor het laatst zes maanden geleden. De laatste keer kreeg hij een gevangenisstraf van twee weken opgelegd. Nu heeft hij weer uit een winkel gestolen, en staat hij weer voor de rechter. Kan de rechter de maatregel “plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders” opleggen?
1. Ja
2. Nee
3. Onder bepaalde voorwaarden wel
Wat is geen vrijheidsbeperkend maatregel?
1. Gebiedsverbod
2. Locatieverbod
3. Contactverbod
4. Meldplicht
5. Alle opties zijn vrijheidsbeperkende maatregelen.
Jan wordt vervolgd voor diefstal (art. 310 Sr). Hij wordt veroordeeld met een een geldboete en een taakstraf. De rechter mag ervoor kiezen om Jan z’n straf geheel of gedeeltelijk niet ten uitvoer te leggen.
1. Juist
2. Onjuist
Welke stelling is onjuist?
1. Ophouden voor onderzoek is een vrijheidsbenemend maatregel
2. Ontnemingsmaatregel is een vrijheidsbeperkend dwangmiddel
3. Locatieverbod is een vrijheidsbeperkend dwangmiddel
4. Alle stellingen zijn onjuist.
De rechter veroordeelt Karina ter zake van oplichting (art. 326 Sr) tot een gevangenisstraf van drie jaar.
Welk gedeelte van deze straf kan de rechter maximaal voorwaardelijk opleggen?
1. 3 jaar
2. 2 jaar
3. 1 jaar
4. 0 jaar
Vul in:
… preventie: het moet anderen ervan weerhouden om hetzelfde strafbare feit te plegen.
… preventie moet als afschrikking werken voor de dader, om hetzelfde feit nogmaals te plegen.
1. Generale… Speciale
2. Speciale… Generale