Welke stelling is onjuist?
1. Bij medeplichtigheid bij is het irrelevant op welke wijze de behulpzaamheid vorm krijgt.
2. Bij medeplichtigheid bij gaat het om het verschaffen van gelegenheid, middelen of inlichtingen.
3. Voorwaardelijke opzet is genoeg om te voldoen aan de eis van opzet bij medeplichtigheid.
4. Er is sprake van medeplichtigheid alleen in geval van een misdrijf (dus niet bij een overtreding als gronddelict).
A en B mishandelen C. Het slachtoffer wordt aan de mouwen van de jas vastgehouden door A, terwijl B enkele rake klappen uitdeelt aan C.
Dit is een vorm van:
1. Plegen-plegen
2. Medeplegen-medeplegen
3. Plegen-medeplegen
Welke stelling mbt deelneming is onjuist?
1. Medeplegen en medeplichtigheid bij zijn simultane deelnemingsvormen.
2. Uitlokking en doen plegen zijn consecutieve deelnemingsvormen.
3. Alle deelnemingsvormen eisen dat er sprake is van “dubbel opzet”: persoon A had opzet op zijn samenwerking met B, én opzet op het (mede) door B te plegen grondfeit.
4. Niet bij alle deelnemingsvormen die horen bij deze cursus moet er voldaan zijn aan het accessoriteitsbeginsel: het gronddelict (of een strafbare poging of voorbereiding daartoe) moet daadwerkelijk zijn gepleegd.
Marie en haar vriend Bart zijn samen aan het winkelen. Bart loopt rond met het plan een cd-speler te stelen. Marie vraagt hem al een half jaar om een nieuwe cd-speler, omdat haar oude het heeft begeven. Bart vraagt Marie na een paar uur winkelen om alvast de auto uit de verder gelegen parkeergarage op te halen en hem bij de elektronicazaak ‘Het lampje’ op te pikken. Als Marie tien minuten later arriveert, komt Bart naar buiten gehold en stapt snel in. Hij maant Marie snel weg te rijden. Aangezien Marie gewend is aan het ongeduldige karakter van Bart, vermoedt zij niet dat Bart ditmaal gegronde reden heeft om zich snel uit de voeten te maken: hij heeft een cd-speler gestolen uit de elektronicazaak. Zij rijdt nietsvermoedend snel naar huis.
Waarvoor is Marie strafbaar?
1. Voor het medeplegen van de diefstal van de cd-speler.
2. Voor medeplichtigheid aan diefstal van de cd-speler.
3. Voor het doen-plegen van de diefstal van de cd-speler.
4. Voor geen enkel feit.
Een glazenwasser laat op verzoek van een inbreker zijn ladder bij een huis achter. Als de inbreker inderdaad de ladder gebruikt om het huis in te klimmen en allerlei zaken uit het huis steelt, waarvoor kan de glazenwasser dan worden gestraft?
1. Wegens doen-plegen van diefstal met inklimming.
2. Wegens medeplegen bij diefstal met inklimming.
3. Wegens medeplichtigheid tot diefstal met inklimming.
4. Als dader van diefstal met inklimming.
Een volwassene laat zijn tienjarig kind uit een winkel een boek stelen. Kan de volwassene worden gestraft, als hem op basis van artikel 47 Sr diefstal ten laste wordt gelegd?
1. Ja
2. Nee
3. Er is onvoldoende informatie om de vraag te beantwoorden.
Welke van de onderstaande personen kunnen als daders van een delict worden aangemerkt?
1. Plegers, medeplegers, doen-plegers en uitlokkers.
2. Plegers, medeplichtigen, uitlokkers en doen-plegers.
3. Medeplichtigen, medeplegers, doen-plegers en uitlokkers.
4. Plegers, medeplegers en medeplichtigen.
Welke stelling is onjuist?
1. Wanneer de bijdrage van een persoon aan een delict min of meer een ondergeschikte hulphandeling is, wordt gesproken van medeplegen.
2. Indicatoren voor een nauwe samenwerking zijn o.a. (1) Het tonen van initiatief bij bedenken of uitvoeren, (2) Het voeren van regie voor of achter de schermen, (3) Een zekere inwisselbaarheid van de rollen van de dader, (4) Een min of meer toevallig tot stand gekomen rolverdeling.
3. Voorwaardelijke opzet is genoeg om te voldoen aan de eis van dubbele opzet.
4. Alle stellingen zijn juist.
Casus:
Jan komt erachter dat zijn vriendin hem bedriegt met Kees. Jan zint op wraak en hij benadert zijn neef Mark met het voorstel om samen Kees ‘in mekaar te trappen’. Mark wil zijn familie graag helpen en zegt dat hij het slachtoffer zal vasthouden en dat Jan hem dan met zijn vuisten kan bewerken. De daad wordt diezelfde avond nog bij het woord gevoegd. Op het moment dat Kees zijn huis verlaat grijpt Mark hem van achteren vast en houdt hem onder controle. Dan haalt Jan een mes uit zijn broek en steekt hem meerdere malen in zijn buik en borst. Kees overlijdt ter plekke. Mark is totaal uit het veld geslagen en roept: ‘Wat doe je nou idioot? We zouden hem toch alleen in elkaar slaan?’ Jan geeft toe dat hij het mes heeft meegenomen met het voornemen om Kees dood te steken.
Vul in:
Mark kan… worden veroordeeld voor medeplegen van de moord op Kees. Mark kan… worden veroordeeld voor poging tot medeplegen van zware mishandeling. Mbt moord is er … voldaan aan de eis van opzet op de deelneming; er is … voldaan aan de eis van opzet op het strafbare feit.
Casus:
A lokt B uit tot het plegen van een straatroof op C waarbij diens laptop buitgemaakt moet worden. Als C van zijn auto naar kantoor loopt, slaat B toe. Hij probeert de laptop uit de handen van C te rukken, maar deze geeft zich niet zomaar gewonnen en houdt de laptop stevig vast en roept om hulp. B slaat hem daarop hard in het gezicht, waardoor C de laptop loslaat. B geeft het slachtoffer nog enkele vuistslagen en rent daarna hard weg met de laptop.
Welke stelling is juist?
1. A is schuldig aan het uitlokken van diefstal met geweld.
2. A is schuldig aan het doen plegen van diefstal met geweld.
3. A is schuldig aan het uitlokken van diefstal.
4. A is schuldig aan het doen plegen van diefstal.
De eis van psychische omslag geldt bij:
1. Doen plegen
2. Uitlokking
3. Medeplichtigheid
4. 1+2
Welke stelling over deelneming is onjuist?
1. Voor doen plegen gelden drie eisen: de uitvoerder is niet strafbaar, dubbel opzet en het gronddelict is gepleegd.
2. Indien de doen pleger niet weet dat de feitelijke uitvoerder straffeloos is, dan is er geen sprake van doen plegen (misschien wel van medeplegen of uitlokken).
3. Indien de feitelijke uitvoerder van een delict zich succesvol beroept noodweerexces, kan er nog steeds sprake zijn van doen plegen.
4. Een enkel verzoek of een aansporing tot het plegen van een strafbaar feit kan, bij straffeloosheid van de uitvoerder, leiden tot doen plegen.
Jan en Piet mishandelen Bart. Jan houdt Bart van achteren aan de mouwen van zijn jas vast terwijl Piet het slachtoffer enkele stompen op het lichaam geeft. Beide aanvallers worden aangehouden en berecht ter zake van mishandeling. Ter terechtzitting geeft Piet toe Bart te hebben mishandeld. Jan stelt zich echter op het standpunt dat hij niet veroordeeld kan worden. Hij heeft immers niemand pijn gedaan met zijn handelen dus kan het niet worden aangemerkt als mishandeling.
In deze casus is er sprake van:
1. Een enkele dader
2. Medeplegen
3. Doen plegen
4. Medeplichtigheid
Casus:
Jan komt erachter dat zijn vriendin hem bedriegt met Kees. Jan zint op wraak en hij benadert zijn neef Mark met het voorstel om samen Kees ‘in mekaar te trappen’. Mark wil zijn familie graag helpen en zegt dat hij het slachtoffer zal vasthouden en dat Jan hem dan met zijn vuisten kan bewerken. De daad wordt diezelfde avond nog bij het woord gevoegd. Op het moment dat Kees zijn huis verlaat grijpt Mark hem van achteren vast en houdt hem onder controle. Dan haalt Jan een mes uit zijn broek en steekt hem meerdere malen in zijn buik en borst. Kees overlijdt ter plekke. Mark is totaal uit het veld geslagen en roept: ‘Wat doe je nou idioot? We zouden hem toch alleen in elkaar slaan?’ Jan geeft toe dat hij het mes heeft meegenomen met het voornemen om Kees dood te steken.
Welke stelling is juist?
A. Mark kan worden veroordeeld voor medeplegen van de moord op Kees.
B. Mark kan worden veroordeeld voor poging tot medeplegen van zware mishandeling.
C. Mark kan worden veroordeeld voor poging tot zware mishandeling.
D. Mark kan worden veroordeeld voor medeplegen van zware mishandeling.
B. Mark kan worden veroordeeld voor poging tot medeplegen van zware mishandeling.
==> Zie. p. 130 v/h boek
Welke stelling over deelnemingen is onjuist?
1. De “man achter de schermen” (de intellectuele dader) kan ook worden veroordeeld voor medeplegen.
2. Bij medeplegen is fysieke aanwezigheid van de medepleger op de plek van de uitvoering van het strafbare feit vereist.
3. Het plegen van strafbare feiten met meerdere mensen wordt als ernstiger gezien dan wanneer het delict door één persoon wordt begaan.
4. Alle stellingen zijn juist.
Bij… gaat het om een… samenwerking, waarbij … geldt dat de ene persoon de psychische omslag bij de andere heeft veroorzaakt. Er geldt… eis dat alle betrokken personen strafbaar moeten zijn. Er moet dubbele opzet gelden, en het gronddelict moet zijn gepleegd.
Casus:
A wil zijn aartsrivaal B een lesje leren. A lokt C uit om hem telefonisch te bedreigen met de dood. C doet echter iets geheel anders. Hij gaat naar de woning van B en schiet hem met een vuurwapen door het hart.
Welke stelling is juist?
1. A heeft C uitgelokt tot een moord
2. A heeft C moord doen plegen
3. A heeft C uitgelokt tot bedreiging
4. Geen van deze opties is juist?
De eis van gezamenlijke uitvoering geldt…
1. Wel bij medeplegen
2. Niet bij uitlokken en doen plegen
3. Kan bij medeplichtigheid wel of niet het geval zijn.
4. Alle stellingen zijn juist.
Casus:
Arno vraagt aan zijn vriend Kees om de autobanden van Chris lek te steken. Kees bewijst zijn vriend graag een dienst en gaat daarom in op het verzoek. Arno geeft Kees een mes om het strafbare feit uit te voeren. Kees heeft de banden lek gestoken om zijn vriend een dienst te bewijzen.
Is het met een uitlokkingsmiddel?
1. Ja
2. Nee
A en B stormen op C af, werken hem tegen de grond en trappen en schoppen met zijn tweeën waar ze C maar kunnen raken.
Dit is een vorm van:
1. Plegen-plegen
2. Plegen-medeplegen
3. Medeplegen-medeplegen
Welke stelling over deelnemingen is onjuist?
1. Twee mannen hebben een afspraak gemaakt om een derde te mishandelen. Dit is een voorbeeld van dubbele opzet.
2. Met dubbele opzet wordt bedoeld dat beide partijen die samen medeplegen allebei opzet hebben bij het plegen van het delict.
3. Voorwaardelijke opzet is genoeg om te voldoen aan de eis van dubbele opzet.
4. Alle stellingen zijn juist.
Casus:
Marang laat zijn tuin opnieuw aanleggen. Aan zijn tuinman geeft hij de opdracht een grote conifeer te verwijderen. Anders dan Marang is de tuinman er niet van op de hoogte dat de conifeer zich bevindt aan buurman zijde van de erfafscheiding en dat deze niet het eigendom is van de opdrachtgever. De tuinman zaagt de conifeer om.
1. Hier is sprake van uitlokking
2. Hier is sprake van doen plegen
Voorbeeld van… :
het plegen van strafbare feiten met meerdere mensen wordt als ernstiger gezien
Voorbeeld van… :
A en B plegen samen een inbraak in een woning. A forceert de deur van woning en wacht buiten. B gaat naar binnen en komt even later terug met een televisie.
Voorbeeld van… :
A en B mishandelen C. Het slachtoffer wordt aan de mouwen van de jas vastgehouden door A, terwijl B enkele rake klappen uitdeelt aan C.
Henk heeft geld nodig voor heroïne. Hij wil een auto kraken, maar liever niet met gestolen spullen over straat gaan lopen sjouwen. Aangezien Henk geen auto heeft, vraagt hij Kumar om voor hem chauffeur te spelen. Henk wil de opbrengst geheel besteden aan het scoren van heroïne. Kumar wil zijn vriend best een taxi uitsparen en haalt Henk thuis op. Op verzoek van Henk, die langs de weg ineens een geschikte auto ziet staan, stopt Kumar. Henk stapt uit, slaat een ruitje in en sloopt de autoradio eruit. Hij stapt weer in bij Kumar en vraagt of die hem nog even naar Youri wil brengen, die de radio vast wel wil kopen. Kumar zet Henk af bij Youri en gaat zelf naar huis.
Wat is in dit geval de maximumstraf voor Kumar?
1. 2 jaar
2. 4 jaar
3. 6 jaar
4. 4+6=10 jaar