protisten
eukaryoot, maar geen schimmel, plant of dier.
Hoe komt een AM symbiose tot stand?
Hyfe groeit vanuit een spore gelegen nabij de tip van de wortel
Hyfe vormt een hyphopodium → hechting aan de worteltip
Groei ‘infection/penetration peg’ van hyphopodium → binnendringen wortel
Hyfen verspreiden in de wortelcortex:
→ groei intracellulaire arbuscules → in de cellen → stap 5: reorganisatie binnen de plantencel:
Nucleus verplaatst
Membraan vormt zich om vertakkende hyfen
Reorganisatie vacuole
→ groei intercellulaire hyfen tussen de cellen door
lysogene cyclus
temperate faag, faag DNA integreren in bacterieel genoom –> profaag.-> meer geinfecteerde cellen dupliceren
actieve spoorvorming verspreiding
turgordruk/hydrostatische druk
Adaptieve / specifieke respons
ontwikkelt na contact pathogeen → snellere, sterkere specifieke reactie bij volgende infectie van die pathogeen door herkenning antigenen.
Humorale respons (B-lymfocyten)
Cellulaire respons (T-lymfocyten)
virussen
genetisch materiaal, omgeven door eiwitmantel, kunnen organismen infecteren, klein
Necrotrofen
plant parasiet → maken cellen gastheer eerst kapot voordat ze de inhoud opeten. brede gastheer range, facultatief. Plantgasteren niet volgoeid, heel oud of beschadigd. ongespecialiseerd, komt binnen via bestaande openingen/wonden en maat cellen dood. kan ook als saprotroof leven. makkelijk te isoleren en in culture te groeien
wat zit in celwand hyfen
chitine (tensil strength), glucanen (elasticiteit) en celwand eiwitten voor signalering, transport, celherkenning, oppervlakte adhesie, pathogenese, bescherming, absorptie.
succesvolle infectie biotrofen
Wanneer PTI, ETI en HR zijn overwonnen door biotrofe schimmels secreteren zij toxines en enzymen uit waarmee zij zich verder in de plant vestigen
Groei in en tussen plantencellen dmv hyfen, groei in plantencellen met haustoria ⇒ membranen van plantencellen blijven intact en faciliteren uitwisseling van moleculen
Modulatie planthormonen → infectie locatie onttrekt nutriënten en suikers aan de plant.
retrovirus
virus met RNA als genetisch materiaal, bij infectie wordt eerst reverse-transctipase het RNA omzetten in DNA om te integreren.
regulaite van het lac-operon
→ Geen lactose → Lacl repressor bindt aan operator en blokkeert transcriptie
→ Wel lactose → allolactose is inducer en bindt repressor → die is allosterisch dus laat dan los van operator
MAAR glucose is geprefereerde koolstofbron (v e. coli) dus eerst glucose op, dan pas lactose gemaakt.
modified tetrapolar
2 mat loci, combi van 2 en meerdere mating types -> matA en mat alfa en matB1 tm matBx
transcriptie in schimmels
TFs zorgen voor activatie of repressie. de tfs zijn afhankelijk van interne en externe cues die de conformatie ervan veranderen en dat bepaalt of die nog past
IS elementen
voor integratie in genoom -> recombinatie tussen chromosoom en plasmide
transformatie
opname dna uit omgeving. Recipientcel neemt DNA op en dan kunnen 2 dingen gebeuren:
1. het DNA gaat verloren omdat de cel het niet kan repliceren/omdat het een ORI mist
2. het heeft homologie met het chromosomale DNA vd cel -> dan recombinatie. maar dit komt in de natuur heel weinig voor, alleen met een complex en gereguleerd DNA import system die dan ook aan mote staan
hyfen
vegetatieve schimmelcellen met sterke celwanden van chitine, hyfen vaak in compartimenten opgedeeld door septa pores ertussen. Ze groeien vanuit de tip dmv turgor en cytoskelet.
Kleur is asexuele sporen. Paddestoelen verspreiden sexuele sporen.
fimbriae
haarachtige uitsteeksels vaak bij pathogene bacteriën voor aanhechting
Rijk/ongedefinieerd medium
complexere ingrediënten → samenstelling onbekend.
regulatie genexpressie door twee-componenten systemen
→ sensor,respons regulator, fosfatase
→ sensor kinase gaat zichzelf door signaal buitenwereld autofosforyleren → geeft fosfaatgroep door aan de response regulator → transcriptie targetgenen reguleren. Fosfatase kan die fosfaatgroep er weer af halen.
obligaat pathogeen
kan levenscyclus niet voltooien zonder gastheer
monocistronisch
genen hebben hun eigen specifieke promotoer. Eukaryoot. translate en transcriptie zijn gescheiden waardoor intron splicing, transport vanuit kern nodig is/kan
bacteriocidale
doodt de cellen
dimixis
1 mat locus, 2 mating types -> mat A en mat alfa
viruelntiefactor
eigenschap of mechanisme van een micro-organisme die bijdraagt tot virulentie