sanctie
Een middel om het naleven van bepaalde gedragsnormen te bevorderen of af te dwingen of om een gewenst resultaat te bereiken, positief of negatief. Als het middel voordelen verbindt aan de naleving van gedragsnormen, spreekt met over een positieve sanctie (beloning). Als het middel nadelen verbindt aan normafwijkend of normschendend gedrag spreekt met over een negatieve sanctie. Het strafrecht werkt bijna uitsluitend met negatieve sancties.
–> In strafrecht is dat niet in positieve zin hebben we enkel negatieve straffen
sanctiestelsels
Morele sanctiestelsels binnen het gezin, op school, in het verenigingsleven etc. Juridisch en niet-juridische sancties bestaan vaak naast of soms door elkaar. Wie strafrechtelijk wordt vrijgesproken en dus geen strafrechtelijke sanctie krijgt, zal vaak toch sociale sancties ervaren.
strafrechtelijke sanctie
= juridische sancties
–> Kunnen enkel worden opgelegd wanneer een misdrijf of een als misdrijf omschreven feit werd gepleegd
–> DUS wanneer de wetgever op de inbreuk van een bepaalde rechtsnorm een straf heeft gesteld.
–> Kunnen dus enkel worden opgelegd wanneer een misdrijf of een als misdrijf omschreven werd gepleegd DUS wanneer de wetgever op de inbreuk van een bepaalde rechtsnorm een straf heeft gesteld
o Belangrijk om te weten wat we onder de straf moeten verstaan.
kenmerken van straffen
Wettelijk karakter: (legaliteitsbeginsel)
Straffen hebben een wettelijk karakter, d.w.z. dat zij enkel kunnen worden opgelegd krachtens een wettelijke bepaling die geldingskracht had op het ogenblik dat het misdrijf werd gepleegd (legaliteitsbeginsel). Uit het wettelijk karakter van de straffen volgt dat de rechter geen straf kan uitspreken zonder zich te baseren op een wet die deze straf voorschrijft.
Verplicht karakter:
De strafrechter is normalerwijze verplicht om de straffen op te leggen die de wet op het misdrijf heeft gesteld. De uitzondering op deze regel is artikel 27 V.T.Sv., dat de rechter de mogelijkheid geeft om bij de overschrijding van de redelijke termijn een veroordeling bij eenvoudige schuldigverklaring uit te spreken. Soms kan de rechter beslissen de uitspraak op te schorten. Ten slotte heeft de wetgever het verplichte karakter van de straf verder gerelativeerd door het O.M. toe te laten om, zo lang er geen eindbeslissing is over de strafvordering in eerste aanleg, de zaak alsnof af te handelen via een minnelijke schikking of een strafbemiddeling.
Persoonlijk karakter:
De rechtbanken en hoven kunnen straffen enkel opleggen aan wie zij als dader of medeplichtige veroordelen. Het strafrecht kent, anders dan het burgerlijk recht, in beginsel geen strafrechtelijke aansprakelijkheid voor andermans daden. Door het persoonlijk karakter van de straffen vervallen die straffen in beginsel door de dood van de veroordeelde en kunnen ze niet overgaan op de erfgenamen. Het verlies van de rechtspersoonlijkheid van de veroordeelde rechtspersoon doet de straf niet vervallen. Dit belet dat rechtspersonen zich aan hun straf zouden kunnen onttrekken door hun ontbinding.
Individueel karakter:
In beginsel bestaat er geen collectieve of solidaire strafrechtelijke aansprakelijkheid: iedere dader, mededader of medeplichtige moet een afzonderlijke straf krijgen, individueel. De straf onderscheidt zich hierin van de burgerlijke gevolgen van de misdrijven, waarvoor de solidaire veroordeling van verschillende deelnemers aan hetzelfde misdrijf wel mogelijk is.
Rechterlijk karakter:
Alleen de rechterlijke macht is bevoegd om straffen naar intern Belgisch recht uit te spreken. Sancties die worden opgelegd door buitengerechtelijke instanties of administratieve overheden, zoals tuchtsancties uitgesproken door de raad van de orde van advocaten, architecten of artsen, of de zuiver fiscale geldboetes die de administratie van financiën kan opleggen, zijn bijgevolg geen straffen in de enge zin
functies van straffen
Een goede straf dient meerdere functies:
indeling van straffen
Hoofdstraffen zijn straffen die hoven en rechtbanken zelfstandig, zonder enige andere straf, kunnen opleggen. Bijkomende straffen kunnen de rechtscolleges slechts opleggen samen met een hoofdstraf. Het onderscheid tussen hoofdstraffen en bijkomende straffen heeft o.m. belang voor de bepaling van de aard van de straf en dus voor de bepaling van de aard van het misdrijf. De hoofdstraf bepaalt of de opgelegde straf een criminele, een correctionele of een politiestraf is. Rechters mogen voor hetzelfde misdrijf ook geen twee hoofdstraffen tegelijkertijd opleggen.
Verschil van indeling misdrijven:
Opdeling van de soort personen waar ze straffen aan kunnen toedienen:
ofwel natuurlijke personen of rechtspersonen. Wij kijken vooral naar de straffen bij de natuurlijk personen
Daarna gaan ze kijken naar de soort indeling van straffen:
hoofdstraffen
bijkomende straffen
Hoofdstraffen
straffen die zelfstandig zonder enige andere straf, opgelegd kunnen worden
Bijkomende straffen
straffen die enkel worden opgelegd kunnen worden samen met een hoofdstraf, kunnen niet zlfstandig worden opgelegd
criminele hoofdstraffen
opsluiting en hechtenis
- levenslang (30 jaar)
-10 tot 20 jaar
- 5 tot 10
correctionele hoofdstraffen
polititie hoofdstraffen
Vrijheidstraffen
Gevangenisstraf: bij wanbedrijven
- Opsluiting: bij misdaden
- Hechtenis: enkel bij politieke misdaden
- Voorlopige hechtenis: vrijheidsberoving in afwachting van een uitspraak/vonnis (in huis van arrest)
werkstraffen
De werkstraf is pas in de eenentwintigste eeuw (namelijk in 2002) ingevoerd als hoofdstraf in correctionele en politiezaken. Ze bestaat erin dat de veroordeelde kosteloos en tijdens de vrije tijd waarover hij naast eventuele school- of beroepsactiviteiten beschikt, binnen een wettelijk bepaalde termijn, arbeidsprestaties levert bij een van de door de strafwet limitatief opgesomde instellingen of organisaties. De rechter bepaalt het aantal uren binnen wettelijk vastgestelde grenzen. En moet uitgevoerd worden binnen 1 jaar.
De rechter kan een werkstraf maar opleggen als de beklaagde op de terechtzitting aanwezig is of vertegenwoordigd is en nadat die persoonlijk of via zijn advocaat, instemming heeft gegeven
werkstraffen
De dienst justitiehuizen en projectplaatsen
Zorgt voor de contrete uitvoering van de autonome werkstraf. Opvolging gebeurd door de probatiecommissie.
De projectplaatsen vertalen in hun rol in het begeleiden, opvolgen en integreren van de werkgestrafte. Zij gaan effectief ter plaatse blijven en 1 op 1 met de mensen aan de slag gaan. Ze moeten hier echter niet vertellen wat ze hebben gedaan van overtreding etc. aan hun werkstraf maar enkel de hoofdverantwoordelijke in weet dit.
Ideale resocialisatie: persoonsgerichte benadering en maatschappelijke re-integratie
Vb: groendiensten, bibliotheken, culturele centra, ziekenhuizen, natuurreservaten, sociale werkplaatsen, dierenasiel, wereldwinkels, vzw’s etc.
werkstraffen
Legitimiteitswaarde
Werkt de straf?
De werkstraf als alternatief voor de vrijheidsstraf is onvoldoende. Het is moeilijk om voldoende plaatsen te vinden met taken die ergens een link hebben met het gepleegde delict.
Uitbreiding van het straffenarsenaal nodig: ET (elektronisch toezicht) + probatie
hoofdstraffen voor natuurlijke persoon: geldboete
Om de repressieve kracht van de strafrechtelijke geldboeten te handhaven en ze te beschermen tegen muntontwaarding (inflatie), heeft de wetgever de verplichting ingevoerd om strafrechtelijke geldboeten met een bepaald aantal opdeciemen te verhogen. Een opdeciem is een bijkomende verhoging met één tiende per eenheid van de geldboete.
Vb: Geldboete blijft altijd bestaan zelf als persoon in schuldbemiddeling zit, vanaf er wel terug geld binnen komt gaan ze daarvan gaan nemen.
Geldboete komt ten dienste van de samenleving en is iets anders dan de schadevergoeding die betaald wordt aan het slachtoffer.