legaliteitsbeginsel
= geen misdrijf zonder wet en geen straf zonder wet
het zegt dat de gedragingen die strafbaar zijn en de straffen die daarbij horen door de wet bepaald worden
democratische rechtsstaat
een staat die geen onbeperkte macht geeft over burgers, want hij is zelf onderworpen aan rechtsregels die de burgers tot stand hebben gebracht door rechtstreekse of onrechtstreekse participatie
misdrijven staan niet enkel in de strafwet maar ook in de bijzondere strafwetten
algemene voorwaarden van strafbaarheid
driedelige indeling van misdrijven
misdaden
o Criminele straf
o Hof van assisen, een bijzonder hof samengesteld uit beroepsmagistraten en een volksjury (= een jury van burgers die oordelen over de schuldvraag)
o Opsluiting van 5 jaar tot levenslang
o Vb: moord, doodslag, gijzeling met geweldpleging, verkrachting etc.
wanbedrijven
o Correctionele straf
o Correctionele rechtbank in eerste aanleg
o Gevangenisstraf van 8 dagen tot 5 jaar, een werkstraf van 45 tot 300 uur en/of geldboete van 26 euro of meer
o Vb: diefstal (onder geweld of bedreiging), oplichting, slagen en verwondingen, schuldig verzuim, misbruik van vertrouwen etc.
overtredingen
o Politiestraf
o Behandeld op de politierechtbank van eerste aanleg
o Gevangenisstraf van 1 tot 7 dagen/werkstraf van 20 tot 45 uur/geldboete van 1 tot 25 euro (te vermeerderen met de opdeciemen***)
o Vb: nachtlawaai, inbreuken op de wegcode, dronkenschap op de openbare weg etc.
delecttypiciteit
Een delictstypische gedragingen is een gedraging waarbij alle constitutieve bestanddelen die de wetgever voor een specifiek noodzakelijk acht, voorhanden zijn. Elk misdrijf bestaat uit:
vervalt 1 van beide elementen dan spreken we niet meer van een misdrijf
Een delictstypische gedraging is een handeling die volledig voldoet aan de wettelijke omschrijving van een strafbaar feit.
Dit betekent dat alle essentiële bestanddelen (constitutieve bestanddelen) die de wetgever vereist, aanwezig zijn. Bijvoorbeeld, bij diefstal moet er sprake zijn van het wegnemen van een goed dat aan een ander toebehoort, met het oogmerk om het zich toe te eigenen. Als aan deze voorwaarden is voldaan, is er sprake van een delictstypische gedraging.
Vb: “Hij die een zaak die hem niet toebehoort, bedrieglijk wegneemt… “,
- Materieel element: het ‘wegnemen van goederen door iemand aan wie die goederen niet toebehoren’.
- Moreel element: het ‘bedrieglijk opzet’
Handelingsmisdrijven
= commissiedelicten. Een handeling die bij wet verboden is, het overtreden van een verbod. Het misdrijf bestaat in een handeling
o De meeste misdrijven zijn handelingsmisdrijven
o Het gedrag is een actieve handeling
o Voorbeeld: diefstal, vernielen van monumenten en kunstvoorwerpen etc.
Veruimingsmisdrijven
= ommissiedelicten. Deze zijn eerder zeldzaam omdat de wetgever in de 19de eeuw een liberaal individualistische kijk had op de verhouding tussen mens en maatschappij.
o Het strafbare feit kan ook een niet handelen, een passief verzuim zijn
o Vb: het nalaten om hulp te bieden aan een persoon in nood, niet aangeven van een geboren baby, iemand die weet dat hij HIV positief is en dit niet gaat zeggen voor seks te hebben etc.
Hoedanigheidsmisdrijven
kwaliteitsmisdrijven. Er bestaan veel misdrijven die enkel gepleegd kunnen worden door personendie ene bepaalde hoedanigheid bezitten zoals een ambtenaar, bedienaar van een eredienst, bestuurder van een venootschap etc.
o Misdrijven die enkel gepleegd kunnen worden door personen die ene bepaalde hoedanigheid bezitten
o Voorbeeld: diefstal door een werknemer
Ogenblikkelijke (of aflopende) misdrijve
De meeste misdrijven behroen tot de categorie van aflopende misdrijven. Eens het materiele bestanddeel uitgevoerd is, is het ook afgelopen. Zowel handelingsmisdrijven als verzuimsmisdrijven kunnen aflopend zijn.
Voortdurende misdrijven
Is van belang bij verjaring. Bij aflopende misdrijven begint de termijn van verjaring onmiddellijk te lopen. Bij voortdurende misdrijven slechts vanaf het ogenblik waarop de delictuele toestand ophoudt te bestaan.
Enkelvoudige misdrijven
Voortgezette en collectieve misdrijven = een misdrijf dat bestaat uit:
Zijn elk afzonderlijk strafbaar maar wegens de opeenvolgende en voortgezette uitvoering van eenzelfde (misdadig) opzet in hoofde van de dader worden geacht samen slechts één complex misdrijf uit te maken. Dit is zo wanneer zij onderling verbonden zijn door eenheid van doel en verwezenlijking, en in die zin door één feit, nl. een complexe gedraging zijn opgeleverd.
Gelegenheidsmisdrijven
Gewoontemisdrijven.
Niet het plegen van bepaald misdrijf uit gewoonte wordt strafbaar gesteld maar het herhaaldekijk plegen van op zichzelf straffeloze, maar maatschappelijk als gevaarlijk beschouwde handelingen.
morele element = subjectieve bestanddelen van misdrijf
= Slaan op de subjectieve ingesteldheid van de daders tot hun handelen, hun nalaten of tot de gevolgen van hun handelen of hun nalaten. Een delictsomschrijving bevat niet enkel objectieve delictsbestanddelen (het materieel element), maar ook subjectieve bestanddelen of schuldvormen (het moreel element). De twee grote categorieën zijn opzet (dolus) en onachtzaamheid (culpa). De subjectieve delictsbestanddelen slaan op de subjectieve ingesteldheid van de daders tot hun handelen, hun nalaten of tot de gevolgen van hun handelen of hun nalaten.
Opzet (dolus) –> opzettelijke misdrijven:
= De dader heeft een strafbaar gestelde handeling of onthouding gewild terwijl hij zich bewust was of moest zijn van het wederrechterlijk karakter
Onachtzaamheid (culpa) –> onopzettelijke misdrijven:
De dader heeft een bepaalde handeling of onthouding gesteld (gewild of ongewild) waarbij hij echter in elke geval niet de daarmee verbonden strafrechterlijke relevante gevolgen wilde
Het onderscheid tussen opzettelijke misdrijven en onopzettelijke misdrijven is van belang omdat de strafbare poging en de strafbare deelneming enkel van toepassing zijn op opzettelijke misdrijven
Vb: de opzettelijke misdrijven (zoals diefstal art. 461 Sw.) en onopzettelijke misdrijven (zoals het toebrengen van onopzettelijke slagen en verwondingen bij een verkeersongeval art. 418-420 Sw.)
verzwaarde misdrijven
= bijzondere, in de wet omschreven bestanddelen bij wat op zich al een delictstypische gedraging is, die die strafbare gedraging nog ernstiger maken. Dit brengt een verhoging van het strafniveau teweeg.
Bv. Het plegen van een misdrijf waarbij het slachtoffer minderjarig is, waarbij er gewonden vallen, doden vallen of het slachtoffer zich in een kwetsbare toestand bevindt,…
≠ “verzwarende factoren”: spelen uitsluitend bij de straftoemeting. Dit zijn elementen uit het dossier die de rechter in overweging dient te nemen om een zwaardere straf uit te spreken binnen hetzelfde strafniveau.
Het verzwaarde misdrijf krijgt logischerwijs een zwaardere straf, maar is dus ook een andere delictstypische gedraging, omdat er een extra bestanddeel nodig is. Daarin verschillen ze van de verzwarende factoren, die uitsluitend bij de straftoemeting spelen. Eenzelfde omstandigheid (bv. de hoedanigheid van ambtenaar) kan bij het ene misdrijf een delictsbestanddeel zijn, bij een ander een verzwarend bestanddeel, en bij nog een ander louter een verzwarende factor.
wederrechtelijkheid
Wederrechtelijkheid betekent dat de dader niet het recht heeft om zich zo te gedragen.