strafwet Flashcards

(44 cards)

1
Q

legaliteitsbeginsel

A

= geen misdrijf zonder wet en geen straf zonder wet

het zegt dat de gedragingen die strafbaar zijn en de straffen die daarbij horen door de wet bepaald worden

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

democratische rechtsstaat

A

een staat die geen onbeperkte macht geeft over burgers, want hij is zelf onderworpen aan rechtsregels die de burgers tot stand hebben gebracht door rechtstreekse of onrechtstreekse participatie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

misdrijven staan niet enkel in de strafwet maar ook in de bijzondere strafwetten

A
  • verkeersrecht
  • fiscaal recht
  • milieurecht
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

algemene voorwaarden van strafbaarheid

A
  1. Een delictstypische gedraging, dit is een gedraging die onder alle termen valt van een wettelijke delictsomschrijving, DELICTSTYPICITEIT – nullum crimen sine lege;
  2. Die wederrechtelijk of onrechtmatig is: WEDERRECHTELIJKHEID – nullum crimen sine iniuria;
  3. Die daarenboven juridisch verwijtbaar is of aan schuld te wijten: SCHULD – nullum crimen sine culpa;
  4. En die door de strafwetgever, alle omstandigheden in acht genomen, voor strafwaardig wordt gehouden: STRAFWAARDIGHEID – nullum crimen sine poena
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

driedelige indeling van misdrijven

A
  • misdaden
  • wanbedrijven
  • overtredingen
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

misdaden

A

o Criminele straf
o Hof van assisen, een bijzonder hof samengesteld uit beroepsmagistraten en een volksjury (= een jury van burgers die oordelen over de schuldvraag)
o Opsluiting van 5 jaar tot levenslang
o Vb: moord, doodslag, gijzeling met geweldpleging, verkrachting etc.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

wanbedrijven

A

o Correctionele straf
o Correctionele rechtbank in eerste aanleg
o Gevangenisstraf van 8 dagen tot 5 jaar, een werkstraf van 45 tot 300 uur en/of geldboete van 26 euro of meer
o Vb: diefstal (onder geweld of bedreiging), oplichting, slagen en verwondingen, schuldig verzuim, misbruik van vertrouwen etc.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

overtredingen

A

o Politiestraf
o Behandeld op de politierechtbank van eerste aanleg
o Gevangenisstraf van 1 tot 7 dagen/werkstraf van 20 tot 45 uur/geldboete van 1 tot 25 euro (te vermeerderen met de opdeciemen***)
o Vb: nachtlawaai, inbreuken op de wegcode, dronkenschap op de openbare weg etc.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

delecttypiciteit

A

Een delictstypische gedragingen is een gedraging waarbij alle constitutieve bestanddelen die de wetgever voor een specifiek noodzakelijk acht, voorhanden zijn. Elk misdrijf bestaat uit:

  • Een materieel element (objectieve bestanddelen) = de antisociale gedraging bedoeld
    o Een passieve handeling
    o Een passief gedrag
    o Vanuit een bepaald ehoedanigheid
  • Een moreel eleement (schuldbestanddelen) = de intentie, de mentale voorbereiding

vervalt 1 van beide elementen dan spreken we niet meer van een misdrijf

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Een delictstypische gedraging is een handeling die volledig voldoet aan de wettelijke omschrijving van een strafbaar feit.

A

Dit betekent dat alle essentiële bestanddelen (constitutieve bestanddelen) die de wetgever vereist, aanwezig zijn. Bijvoorbeeld, bij diefstal moet er sprake zijn van het wegnemen van een goed dat aan een ander toebehoort, met het oogmerk om het zich toe te eigenen. Als aan deze voorwaarden is voldaan, is er sprake van een delictstypische gedraging.

Vb: “Hij die een zaak die hem niet toebehoort, bedrieglijk wegneemt… “,
- Materieel element: het ‘wegnemen van goederen door iemand aan wie die goederen niet toebehoren’.
- Moreel element: het ‘bedrieglijk opzet’

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Handelingsmisdrijven

A

= commissiedelicten. Een handeling die bij wet verboden is, het overtreden van een verbod. Het misdrijf bestaat in een handeling

o De meeste misdrijven zijn handelingsmisdrijven
o Het gedrag is een actieve handeling
o Voorbeeld: diefstal, vernielen van monumenten en kunstvoorwerpen etc.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Veruimingsmisdrijven

A

= ommissiedelicten. Deze zijn eerder zeldzaam omdat de wetgever in de 19de eeuw een liberaal individualistische kijk had op de verhouding tussen mens en maatschappij.

o Het strafbare feit kan ook een niet handelen, een passief verzuim zijn
o Vb: het nalaten om hulp te bieden aan een persoon in nood, niet aangeven van een geboren baby, iemand die weet dat hij HIV positief is en dit niet gaat zeggen voor seks te hebben etc.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Hoedanigheidsmisdrijven

A

kwaliteitsmisdrijven. Er bestaan veel misdrijven die enkel gepleegd kunnen worden door personendie ene bepaalde hoedanigheid bezitten zoals een ambtenaar, bedienaar van een eredienst, bestuurder van een venootschap etc.

o Misdrijven die enkel gepleegd kunnen worden door personen die ene bepaalde hoedanigheid bezitten
o Voorbeeld: diefstal door een werknemer

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Ogenblikkelijke (of aflopende) misdrijve

A

De meeste misdrijven behroen tot de categorie van aflopende misdrijven. Eens het materiele bestanddeel uitgevoerd is, is het ook afgelopen. Zowel handelingsmisdrijven als verzuimsmisdrijven kunnen aflopend zijn.

  • Een doen of laten op een bepaald ogenblik
  • Het misdrijf is voltrokken en houdt op zodra de strafbaar gestelde handeling of onthouding heeft plaatsgehad, ook al heeft het misdrijf blijvende gevolgen
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Voortdurende misdrijven

A
  • Misdrijven die bestaan in een ononderbroken en door de daader bestendigde delictuele toestand.
  • Kenmerkend: aanhoudende wil van de dader
  • Eén misdrijf zolang er geen einde werd gesteld aan de strafbare activiteit of onthouding
  • Voorbeeld: witwassen van geld, instandhoudingn van zonder stedenbouwkundige vergunning opgetrokken constructues

Is van belang bij verjaring. Bij aflopende misdrijven begint de termijn van verjaring onmiddellijk te lopen. Bij voortdurende misdrijven slechts vanaf het ogenblik waarop de delictuele toestand ophoudt te bestaan.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Enkelvoudige misdrijven

A
  • Een misdrijf dat bestaat uit 1 enkele strabare gedragingen.
  • Kan zowel het karakter van een ogenblikkelijk als een voortdurend misdrijf hebben
  • Vb: Ik steel vandaag het eerste boek van Harry potter. Kort daarna komt het vervolg uit en dat steel ik ook. Ik doe zo verder tot ik het laatste Harry Potter boek ook (onrechtmatig) in mijn bezit krijg. Ik word gevat en word vervolgdnvoor 7 verschillende diefstallen. Mijn advocaat zal pleiten voor eenheid van opzet. Zo zal mijn totale straf kleiner zijn dan de som van mijn verschillende misdrijven.
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
17
Q

Voortgezette en collectieve misdrijven = een misdrijf dat bestaat uit:

A
  • Verscheidene gedragingen van dezelfde aard = voortgezet misdrijf
  • Verscheidene gedragingen van verschillende aard = collectief misdrijf
  • Vb: k ben woedend op mijn partner, ik sla de huisraad aan diggelen en verwond daarbij iemand en richt ook schade aan. Vervolgens (nog steeds in dezelfde woedebui) storm ik de straat op en carjack een auto. Ik rijd vervolgens een politieblokkade overhoop en rijd naar de plaats waar mijn partner zich bevindt om die tenslotte slagen en verwondingen toe te dienen. Dat zijn heel veel misdrijven op een rij. Mijn advocaat zal pleiten voor eenheid van opzet.

Zijn elk afzonderlijk strafbaar maar wegens de opeenvolgende en voortgezette uitvoering van eenzelfde (misdadig) opzet in hoofde van de dader worden geacht samen slechts één complex misdrijf uit te maken. Dit is zo wanneer zij onderling verbonden zijn door eenheid van doel en verwezenlijking, en in die zin door één feit, nl. een complexe gedraging zijn opgeleverd.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
18
Q

Gelegenheidsmisdrijven

A
  • Om ze te kunnen onderscheiden van gewoontemisdrijven
  • Misdrijven die bestaan in één enkele strafbare gedraging
19
Q

Gewoontemisdrijven.

A

Niet het plegen van bepaald misdrijf uit gewoonte wordt strafbaar gesteld maar het herhaaldekijk plegen van op zichzelf straffeloze, maar maatschappelijk als gevaarlijk beschouwde handelingen.

  • Misdrijf dat bestaat uit verschillende handelingen die afzonderlijk beschouwd niet strafbaar zijn, maar die samen een delictuele ingesteldheid van de dader openbaren en een geheel uitmaken waarop de wet een straf stelt
  • Vb: Georges leent ons wekelijks geld aan een veel te hoge rente. Mocht hij dit één of een paar keer doen wordt dat niet meteen als strafbaar gezien, maar het misdrijf zit hem in het feit dat Georges hier een gewoonte van maakt.
20
Q

morele element = subjectieve bestanddelen van misdrijf

A

= Slaan op de subjectieve ingesteldheid van de daders tot hun handelen, hun nalaten of tot de gevolgen van hun handelen of hun nalaten. Een delictsomschrijving bevat niet enkel objectieve delictsbestanddelen (het materieel element), maar ook subjectieve bestanddelen of schuldvormen (het moreel element). De twee grote categorieën zijn opzet (dolus) en onachtzaamheid (culpa). De subjectieve delictsbestanddelen slaan op de subjectieve ingesteldheid van de daders tot hun handelen, hun nalaten of tot de gevolgen van hun handelen of hun nalaten.

21
Q

Opzet (dolus) –> opzettelijke misdrijven:

A

= De dader heeft een strafbaar gestelde handeling of onthouding gewild terwijl hij zich bewust was of moest zijn van het wederrechterlijk karakter

22
Q

Onachtzaamheid (culpa) –> onopzettelijke misdrijven:

A

De dader heeft een bepaalde handeling of onthouding gesteld (gewild of ongewild) waarbij hij echter in elke geval niet de daarmee verbonden strafrechterlijke relevante gevolgen wilde

Het onderscheid tussen opzettelijke misdrijven en onopzettelijke misdrijven is van belang omdat de strafbare poging en de strafbare deelneming enkel van toepassing zijn op opzettelijke misdrijven

 Vb: de opzettelijke misdrijven (zoals diefstal art. 461 Sw.) en onopzettelijke misdrijven (zoals het toebrengen van onopzettelijke slagen en verwondingen bij een verkeersongeval art. 418-420 Sw.)

23
Q

verzwaarde misdrijven

A

= bijzondere, in de wet omschreven bestanddelen bij wat op zich al een delictstypische gedraging is, die die strafbare gedraging nog ernstiger maken. Dit brengt een verhoging van het strafniveau teweeg.

Bv. Het plegen van een misdrijf waarbij het slachtoffer minderjarig is, waarbij er gewonden vallen, doden vallen of het slachtoffer zich in een kwetsbare toestand bevindt,…

≠ “verzwarende factoren”: spelen uitsluitend bij de straftoemeting. Dit zijn elementen uit het dossier die de rechter in overweging dient te nemen om een zwaardere straf uit te spreken binnen hetzelfde strafniveau.

Het verzwaarde misdrijf krijgt logischerwijs een zwaardere straf, maar is dus ook een andere delictstypische gedraging, omdat er een extra bestanddeel nodig is. Daarin verschillen ze van de verzwarende factoren, die uitsluitend bij de straftoemeting spelen. Eenzelfde omstandigheid (bv. de hoedanigheid van ambtenaar) kan bij het ene misdrijf een delictsbestanddeel zijn, bij een ander een verzwarend bestanddeel, en bij nog een ander louter een verzwarende factor.

24
Q

wederrechtelijkheid

A

Wederrechtelijkheid betekent dat de dader niet het recht heeft om zich zo te gedragen.

25
Rechtvaardigingsgronden = omstandigheden die maken dat het strafbare feit wegvalt en de dader rechtvaardigen de ‘strafbare handeling’ te stellen  verschillende soorten:
- Het wettelijk voorschrift - Het overheidsbevel - Wettige verdediging of noodweer Rechtvaardigingsgronden zijn uitzonderingen waarbij een strafbaar feit in een specifieke situatie toch niet bestraft wordt. Ze zorgen ervoor dat een handeling, die normaal strafbaar is, juridisch geoorloofd wordt en dus niet tot straf leidt. Dit betekent niet per se dat de maatschappij het gedrag goedkeurt, maar wel dat het volgens de wet niet als misdrijf wordt beschouwd
26
Het Belgische strafrecht kent de volgende (objectieve) rechtvaardigingsgronden:
1. Wettelijk voorschrift en overheidsbevel 2. Noodweer of wettige verdediging 3. Noodtoestand 4. Wettig verzet 5. De toestemming van de benadeelde? 6. Onverantwoordelijkheid parlementairen en regeringsleden Een gedraging kan aan de wettelijke delictsomschrijving voldoen en dus strafbaar lijken, maar toch geoorloofd zijn. Bv, een chirurg snijdt tijdens een operatie bewust in een patiënt, wat onder *opzettelijke slagen en verwondingen* valt. Toch is hij niet strafbaar, omdat de handeling niet *wederrechtelijk* is (niet in strijd met het recht). Wederrechtelijkheid is dus een tweede voorwaarde voor strafbaarheid, naast het voldoen aan de delictsomschrijving.
27
Wettelijk voorschrift en overheidsbevel
= artikel 70 telt dat er geen misdrijf is wanneer het feit door de wet voorgeschreven en door de overheid bevolen is. Dit slaat enkel op ondergeschikte uitvoerders die een bevel krijgen van een wettige overheid  Vb: politie die in een woning komt om een huiszoeking te verrichten op grond van een huiszoekingsbevek pleegt geen woonstschennis, omdat de handeling voorkomt uit een hoger bevel De rechtvaardigingsgrond steunt op de rechtslogische regel dat een gedraging niet tegelijk rechtmatig en onrechtmatig kan zijn. Er bestaan immers tal van gedragingen die onder een of andere delictsomschrijving vallen (bv. wederrechtelijke aanhouding of gevangenhouding, huisvredebreuk, schending van brief- of beroepsgeheim), maar gerechtvaardigd zijn wanneer wie ze stelt hetzij daartoe was gemachtigd door de wet, hetzij gevolg geeft aan een wettig overheidsbevel.
28
noodweer of wettige verdediging
Verbod van eigenrichting als algemeen rechtsbeginsel. - Slechts geweld uitzonderlijk krijgt het individu het recht om desnoods met geweld onrechtamtige bedreigingen of aanrandingen van bepaalde rechtsgeoderen af te weren - Wanneer er een onmiddelijke en dringende behoefte aan verweer bestaat + de overheid dat niet kan bieden Artikel 416 stelt dat er geen sprake is van misdaad noch wanbedrijf wanneer de toegebrachte slagen het gevolg zijn van de noodzaak om op dat moment zichzelf of een ander te verdedigen. De persoonelijke verdediging dient in verhouding te zijn met de persoonlijk aanval (evenredigheid/proportionaliteit).  Vb: juwelendiestel met bedreiging Wie aangevallen wordt MAG zich verdedigen, dat is een natuurrecht. MAAR: ook dit dient in verhouding te zijn! Enkel van toepassing bij doodslag en slagen en verwondingen. (Je mag bv niet door het rood rijden omdat je achtervolgd wordt…) Soms uitzonderingen: bvb.: iemand tijdelijk, in afwachting van de politie, opsluiten om zich te verdedigen tegen zijn agressie. (kan gezien worden als wettige verdediging maar een zekerheid is het niet) Men spreekt van wettige ZELFverdediging, maar dit klopt niet altijd. Men kan ook op deze rechtvaardigingsgrond beroep doen bij de verdediging van een ander persoon dan zichzelf. (In principe zelfs verplicht, want anders is er sprake van schuldig verzuim.) NOODTOESTAND
29
noodtoestand
De noodtoestand is een grote ‘nood’ waarbij het belang dta men probeert te beschermen een grotere waarde heeft dan het belang dat men opoffert. Het is een belangenconflict waarbij iemand geen andere uitweg heeft dan het stellen van een delictstypische gedraging om een rechtsgoed te vrijwaren dat een hogere waarde heeft dan deze van het rechtsgoed dat wordt beschermd door het strafbaar gesteld gedrag. ‘’Nood breekt wet’’ de noodtoestand veronderstelt een conflict tussen 2 rechtsgoederen  Vb: ouder steelt (bij gebrek aan geld) een noodzakelijk medicijn voor zijn doodziek kind, bevalling, kaping vliegtuig
30
wettig verzet
Onrechtmatig optreden van overheidsagenten. Reactie met geweld of bedreiging hiertegen is in beginsel weerspannigheid. Kan uitzonderlijk gerechtvaardigd worden als: - De onrechtmatigheid flagrant (= overduidelijk) is én een onmiddelijke reactie noodzakelijk is Hoewel deze bijzondere rechtvaardigingsgrond veel gelijkenissen vertoont met noodweer, is er toch het belangrijke onderscheid dat het wettig verzet ook toegelaten is tegen een flagrant onrechtmatig bevel, wat niet steeds kan worden gelijkgeschakeld met een reeds begonnen of dreigende aanval.
31
toestemming van de benadeelde
Is in principe geen rechtvaardigingsgrond maar de toestemming kan ertoe leiden dat een misdrijf niet tot stand komt, net omdat er toestemming is van het slachtoffer. Toestemming wordt vooraf en vrij gegeven.  Vb: diefstal is geen diefstal indien de goederen mochten meegenomen worden van de eprsonen in kwestie Geldt niet wanneer er geen beschikkingsvrijheid is (minderjarigen, krankzinnigen etc.). - Euthanasie is alleen onder strikt wettelijke voorwaarden toelaatbaar. - Toestemming van een minderjarige voor seksuele handelingen met een volwassene kan niet als ene rechtvaardigeheidsgrond tellen (omwille van toerekeningsvatbaarheid) - Piercing, tatoeages etc.
32
onverantwoordelijkheid parlementairen en regeringsleiden
Artikel 58: geen lid van Kamer of Senaat kan worden vervolgd of aan enig onderzoke onderworpen nav een mening of een stem in de uitoefening van zijn functie. Is absoluut en beperkt. Naar analogie voor ministers en staatssecretarissen. Ook ministers, staatssecretarissen en regeringsleden genieten, naar analogie met de parlementairen, een beperkte strafrechtelijke onverantwoordelijkheid
33
verwijtbaarheid van het misdrijf aan de concrete persoon, strafrechterlijke schuld
De personen aan wie de strafbare gedraging materieel of feitelijk kan worden toegekend, moeten schuld hebben. Kan iemand het gedrag verweten worden? (kwalijk genomen worden) Is een juridisch waardeoordeel over een conrcete individuele persoon. In tegenstelling tot het wederrechtelijkheidsoordeel, waarbij een abstracte gedraging wordt beoordeeld aan de hand van objectieve, voor ieder geldende maatstaven, is het schuldoordeel een juridisch waardeoordeel over een concrete, individuele persoon. Het leerstuk van de schuld heeft betrekking op de vraag onder welke voorwaarden de maatschappij iemand een delictstypische gedraging kan verwijten.
34
schulduitsluitingsgronden
Zijn omstandigheden die de mogelijkheid van het schuldverwijt (als voorwaarde voor strafbaarheid) ontkrachten. Geen uitsluitsel over de rechtmatigheid van de gedraging, enkel over de vraag of het gedrag verweten kan worden. Kort gezegd: schulduitsluitingsgronden zorgen ervoor dat iemand niet strafbaar is, maar maken het feit zelf niet minder onwettig. Gronden van niet-toerekenbaarheid: incidentele omsatndigheden. In deze gevallen is er geen schuldverwijt omdat de wederrechtelijke delictstypische gedraging mede bepaald wordt door incidentele omstandigheden. - Dwang of overmacht - Dwaling Gronden schuldonbekwaamheid: obv cognitief vermogen. In deze gevallen is er geen grondslag voor bestraffing wegens het ontbreken van strafrechtelijke schuldbekwaamheid of toerekeningsvatbaarheid. - Jeugdige leeftijd - Geestesstoornis
35
gronden van niet toerekenbaarheid
Dwang of overmacht = er is geen misdrijf wanneer de dader op het tijdstip van het feit gedwongen werd door een macht die hij niet heeft kunnen weerstaan - Niet gelijk aan de noodtoestand: morele overmacht lijkt op de noodtoestand. Bij overmacht is de wilsvrijheid uitgeschakeld bij de noodtoestand niet altijd Dwaling en onwetendheid = een misvatting over strafrechterlijke normen/feiten - Dwaling = een misvatting over strafrechterlijke normen/feiten. Onwetendheid veronderstelt de afwezigheid van enige voorstelling daarover. Terwijl bij morele overmacht de (vrije) wil is aangetast, schort er bij dwaling iets aan het cognitieve (kennis) vermogen van de betrokkene. - Onwetendheid = afwezigheid van enige voorstelling over strafrechterlijke normen/feiten  Vb: verkeersongevallen bij plotse ijzelvorming, storm of overstroming
36
gronden schuldonbekwaamheid
Sommige personen zijn schuldonbekwaam of ontoerekeningsvastbaar. Dit betekent dat ze uit het gewone strafrecht vallen en dat ze een ‘straf’ krigjen die bescherming beoogt van henzelf of van de maatschappij. - Jeugdige leeftijd: zie jeugdrecht o 12: onweerlegbaar vermoeden van schuldonbekwaamheid (enkel jeugdhulp mogelijk) o 12-18: jeugddelinquentierecht o Uithandengeving (uitzonderlijk) o Verkeersmisdrijven (gewoon strafrecht met opt-out) - Geestesstoornis: Art. 71 Sw. bepaalt dat er geen misdrijf is, wanneer de beschuldigde of de beklaagde op het ogenblik van het feit leed aan een geestesstoornis die zijn oordeelsvermogen of de controle over zijn daden heeft tenietgedaan. o (On)toerekeningsvatbaarheid o Internering: Geen straf maar beveiligingsmaatregelen (van onbepaalde duur) o Geestesstoornis op ogenblik feiten, maar op ogenblik beslissing niet meer → geen internering mogelijk  Vb slide 26
37
blik op de toekomst
Toerekeningsvatbaarheid. Geen binair gegeven. Betere opvolging van daders met psychiatrische stoornissen  “In het huidige Strafwetboek wordt toerekeningsvatbaarheid op een binaire wijze benaderd. Ofwel wordt een dader toerekeningsvatbaar verklaard en kan hij of zij worden veroordeeld tot een (gevangenis)straf, ofwel is iemand ontoerekeningsvatbaar en wordt er overgegaan tot de internering.
38
strafwaardigheid, strafuitsluitende verschoningsgronden
= Is een wettelijk omschreven omstandigheden die de strafwaardigeheid van een strafbaar gestelde gedragingen opheffen, ook al zijn de overige voorwaarden van strafbaarheid vervuld. Dienen verplicht te worden toegepast door de rechter bijvoorbeeld spontane aangifte van drugsdelicten. - Opgelet: strafuitsluitende is niet hetzelfde als strafvermidnerende verschoningsgronden Strafuitsluitende verschoningsgronden zijn wettelijk bepaalde omstandigheden die ervoor zorgen dat een strafbaar feit niet bestraft wordt, ook al zijn alle andere voorwaarden voor strafbaarheid vervuld. Het misdrijf en de schuld blijven bestaan, maar de straf vervalt. De rechter is verplicht deze gronden toe te passen als ze van toepassing zijn. Dit verschilt van verzachtende omstandigheden, die niet wettelijk vastliggen en enkel kunnen leiden tot strafvermindering. De burgerlijke gevolgen, zoals schadevergoeding, blijven wel bestaan.
39
Voorbeelden strafuitsluitende verschoningsgronden:
- Aangifte aan de overheid - Onderwerping aan de overheid (bendes) - Misdrijven tegen de eigendom van familie - Misdrijven gepleegd door slachtoffers mensenhandel
40
strafbare poging
Pogen is streven zonder te slagen. Het voornemen om een misdrijf te stellen of voor te bereiden, is niet strafbaar. Een misdrijf dat voltooid is, is altijd strafbaar. Daartussenin situeert zich de strafbare poging.
41
voorwaarden strafbare poging
- Het voornemen om een misdaad of wanbedrijf te plegen (OT/WB/MD) - Begin van uitvoering - Het niet-voltooien van het misdrijf, buiten de wil van de dader Vanaf het moment dat de dader een begin van uitvoering start van zijn plannen, kan men van een strafbare poging spreken.  Onvoltooide poging: uitvoering wordt slechts gedeeltelijk gesteld: Maar een stukje kunnen proberen maar niet verder gedaan en de poging vervolledigd o Vrijwillig of onvrijwillig gestaakte poging  Voltooide of vruchteloze poging (mislukt misdrijf) : uitvoering wordt gesteld zonder het doel te bereiken. Heeft een invloed op de straf (categorie lager)  vb: bank overvallen, kluis opengekregen maar geen geld kunnen mee nemen.
42
strafbare deelneming
strafbare Van strafbare deelneming wordt gesproken wanneer verschillende personen samen een misdrijf plegen.
43
strafbare deelneming daders en meedaders
ze hebben het misdrijf uitgevoerd, hebben iemand ertoe aangezet om het te plegen of hebben een zo noodzakelijke hulp aangeboden waardoor het misdrijf anders niet mogelijk zou zijn geweest. Ze krijgen dezelfde bestraffing.
44
strafbare deelneming medeplichtigingen
die eveneens hulp bieden (bv. het aanleveren van materiaal) tot het uitvoeren van een misdrijf, maar hun daad is minder essentieel dan die van de mededader. Zij worden lichter bestraft.  Vb: in de auto zitten en wachten tot ze klaar zijn met de overval om dan weg te rijden