Week 1 & 2 Flashcards

(36 cards)

1
Q

Transactiekosten theorie

A

Individuele activiteiten samenvoegen en integreren in één onderneming om het proces efficiënter en goedkoper te maken.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Agency theory

A

Een monitor aanstellen om ervoor te zorgen dat een team daadwerkelijk zijn werk doet. Deze monitor wordt op zijn beurt gecontroleerd doordat zijn beloning afhangt van de prestatie van het team.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Rechtsvorm die een scheiding maakt tussen leiding en eigendom

A

NV; de aandeelhouders hebben het economische eigendom en worden hoger/lager beloond naarmate de agent (het management) beter/slechter werk levert.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Wat is een onderneming?

A

Een organisatie, of samenwerking, van stakeholders die bedrijfsmiddelen inbrengen en converteren gericht op het behalen van economische voordelen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Waardeconversie

A

Bedrijfsmiddelen worden aangeschaft door de onderneming (input), die binnen de onderneming worden samengevoegd zodanig dat de middelen worden omgezet in output.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Output

A

In de vorm van goederen of diensten, met de hoop dat aan de output een hogere waarde zit dan aan de input.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Hoe meet je voortgang?

A

Door middel van het opmaken van een balans, een winst- en verliesrekening of een kasstroomoverzicht

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Operationele werkzaamheden

A

Input die maar eenmalig kan worden omgezet

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Investeringen

A

Input die langdurig kan worden gebruikt

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Fysieke stroom

A

Het omzetten van de input in de output

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Financiële stroom

A

Uitgaven en opbrengsten

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Financieringsactiviteiten

A

Activiteiten die te maken hebben met de financiële stroom

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Ontvangsten

A

Wanneer een onderneming output verkoopt

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Afschrijving

A

De daling van de bedrijfsmiddelen van een onderneming

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Op welke manier kan een momentopname worden gemaakt?

A

De voorraad en de stroom kunnen worden bekeken.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

De voorraad

A

De voorraad is als het ware de positie van de onderneming. Hierbij kan worden gekeken naar de balans, hierop staan onder andere de waarde van de machines, de crediteuren en de debiteuren.

17
Q

De stroom

A

De stroom laat de verandering in de positie zien. De stroom is te zien op de winst- en verliesrekening, waarop de opbrengsten en kosten staan, en op het kasstroomoverzicht, waarop de ontvangsten en uitgaven staan.

18
Q

Shareholder model

A

Een onderneming bestaat alleen om de aandeelhouders in winst te voorzien

19
Q

Stakeholder model

A

Er wordt niet alleen rekening gehouden met de winst voor aandeelhouders, maar ook met de belangen van iedereen die een risico heeft bij het drijven van een onderneming

20
Q

Eenmanszaak

A

Een rechtsvorm. De eenmanszaak is de onderneming van economische activiteiten van één persoon zonder gebruik van een rechtspersoon; hierbij is niet noodzakelijk sprake van een samenwerking. Een eenmanszaak kan personeel in dienst hebben

21
Q

Vereniging

A

Een rechtspersoonlijkheid met leden en een algemene ledenvergadering. Heeft een bepaald doel maar mag geen winst verdelen. De vereniging mag wel winst maken, maar mag dit alleen aanwenden om het vastgelegde doel te bereiken.

22
Q

Coöperatie

A

Heeft leden en het doel is het voorzien in de behoefte van haar leden. Een coöperatie mag wel een winstoogmerk hebben

23
Q

BV

A

Heeft aandeelhouders. Bij de oprichting hoeft geen minimumkapitaal worden gestort. In principe worden de aandelen van een bv niet op de beurs verhandeld.

24
Q

NV

A

Heeft aandeelhouders en bij oprichting moet een minimumkapitaal van €45.000 worden gestort. Een NV heeft vaak een winstoogmerk en aandelen mogen op de beurs worden verhandeld.

25
Stichting
Heeft geen leden en moet een maatschappelijk, sociaal of ideeel doel hebben wat vaststaat in de statuten. Het doel mag niet uitkeren van winst zijn.
26
Maatschap
Samenwerking tussen twee of meer personen, gericht op een duurzame samenwerking. Gericht op het behalen en delen van voordeel. Aansprakelijk voor gelijke delen.
27
VOF
Lijkt op een maatschap en is gericht op het samen uitoefenen van een bedrijf. Er moet een gemeenschappelijke naam worden gevoerd. Alle vennoten zijn hoofdelijk aansprakelijk en allemaal bevoegd de vof te vertegenwoordigen.
28
Commanditaire vennootschap
Commanditaire vennoten zijn geldschieters die verder niks doen. De commanditaire vennoot is enkel aansprakelijk voor zijn eigen inbreng.
29
Stille samenwerking
Niet kenbaar voor de buitenwereld. Bij stille samenwerking is er altijd sprake van een maatschap
30
Openbare samenwerking
Buitenwereld weet wel dat er wordt samengewerkt. Sprake van een maatschap of een vof
31
Beroepsuitoefening
Persoonlijke kwaliteiten staan centraal, er is een sterke vertrouwensband tussen cliënt en aanbieder en er gelden tucht- of ereregels. Altijd sprake van een maatschap
32
Bedrijfsuitoefening
Hier is sprake van als er geen beroepsuitoefening is. Bij openbare naam is er sprake van een vof.
33
Bank verklaring
Een bank moet verklaren dat de bij oprichting te storten bedragen terstond na de oprichting ter beschikking van de vennootschap staan.
34
4 functies van een aandeel
- middel om vermogen aan te trekken - zeggenschapsfunctie - winstverdelingsfunctie - vermogensobject
35
Oprichtingsgebrek
Leidt tot een geldige, maar voor ontbinding vatbare rechtspersoon
36
Ontstaansgebrek
De rechtspersoon ontstaat niet