Neuropsychologische testbenadering
Neuropsychologische testbenadering: functioneren van een kind (emotioneel, gedragsmatig en
cognitief) geanalyseerd en geïnterpreteerd in termen van het (dis-)functioneren van de zich
ontwikkelende hersenen
Ontwikkeling zenuwstelsel in baarmoeder (4 fases)
Ontwikkelt ong. drie weken na conceptie; in deels overlappende fasen
- Neurogenese = ontwikkeling van neuronen (zenuwcellen) in neurale buis
- Migratie = verplaatsing van neuronen naar hun bestemming binnen het zenuwstelsel
- Differentiatie = neuronen specialiseren en passen zich aan hun functie aan; ontstaan
zenuwuitlopers (axonen, dendrieten, synapsen); verdwijning van ongebruikte verbindingen
- Myelinisatie = vorming van myeline om axonen heen; snellere en efficiëntere info-overdracht
Spiegelneuronen
Spiegelneuronen: neuronen die actief zijn als we zelf handelen of als we een ander zien handelen. Ze
weerspiegelen het gedrag van de ander, en zijn actief alsof we zelf de handelingen uitvoeren.
Hiërarchische organisatie ‘triune brain’ (3)
Lateralisatie
Lateralisatie: verwijst naar het principe dat sommige hersenfuncties slechts in één hersenhelft zijn gerepresenteerd, of in ieder geval dat deze functie sterker in één hersenhelft dan in de andere te vinden is. Komt naar voren als informatie op een hoger niveau (secundair/tertiair) verwerkt wordt
Linker hemisfeer
Linker hemisfeer: taal en andere functies waarbij taal een rol speelt, zoals schrijven en rekenen
Rechter hemisfeer
Rechter hemisfeer: vooral niet-talige processen en beter in staat om nieuwe informatie te verwerken
en nieuwe oplossingen te zoeken in probleemsituaties.
Linker/rechter hemisfeer. Welke type emotie en gedrag bij welke?
-Linker hemisfeer is betrokken bij positieve emotionele gevoelens, en rechter bij negatieve;
- Linker frontale gebieden zijn betrokken bij toenaderingsgedrag, rechter bij terugtrekgedrag
Corpus callosum
Corpus callosum: verbinding tussen linker en rechter hemisfeer; verantwoordelijk voor uitwisseling
van informatie tussen beide hersenhelften.
- Ook functie van inhibitie van informatie mogelijkheid tot specialisatie van helften.
- Ontwikkelt zich vooral tussen 7de en 20ste week na conceptie; ontwikkelt door tot 25 jaar
Kennard principe
Kennard-principe: herstelkans is groter als het kind jonger is; Reorganisatie kan binnen hemisfeer en tussen hemisferen plaatsvinden
Interpretatie van NPO
Probleemanalyse
Probleemanalyse: beschrijving, ordening, benoeming en taxatie van de ernst van probleemgedrag
Biologische psychiatrie
Biologische psychiatrie = vakgebied dat stelt dat alle psychische problemen veroorzaakt worden door stoornissen in de hersenen. Psychische problemen hebben een biologische basis en worden niet veroorzaakt door ervaringen.
o Hierin is dit vakgebied een tegenhanger van Freuds psychoanalyse; Freud stelde namelijk dat psychische problemen terug te leiden zijn naar problemen in de kindertijd. Problemen zijn oplosbaar als je maar weet wat de onderliggende problemen zijn die ertoe hebben geleid.
Brain hypothesis
Brain hypothesis = de hersenen zijn verantwoordelijk voor de waarneming, het denken, voelen en het gedrag. Al ons gedrag, gedachten, gevoel en waarneming wordt geproduceerd door de hersenen. Daarom is elke stoornis of afwijking in de hersenen direct te herleiden tot een stoornis in gedrag, perceptie, emotie, o.i.d. Dit is een manier van denken binnen de neurowetenschappen, maar niet alle neurowetenschappers denken zo over de functie van de hersenen. Er zijn veel controverses.
Modulaire benadering
Modulaire benadering = verdeling van de hersenen in gebieden / modules. Elke module is verantwoordelijk voor zijn taak, bijv. visuele informatieverwerking.
o Deze benadering komt uit de volwassen neuropsychologie; de benadering wordt niet ondersteund door de ontwikkelingsneuropsychologie, omdat de hersenen hierbij nog in ontwikkeling zijn en bepaalde hersengebieden nog bezig zijn zich te specialiseren. Er is dan nog geen duidelijke één-op-één relatie tussen gebied en functie.
Three large scale networks (3)
Volgens Menon moeten onze hersenen gezien worden als opgebouwd uit heel veel
verschillende netwerken van hersengebieden die met elkaar in verbinding staan en gegevens met elkaar uitwisselen. De hersengebieden hebben wel bepaalde functies, maar die zijn vrij globaal. Er kunnen drie grootschalige netwerken opgemerkt worden. Slechts één van de drie netwerken kan tegelijk actief zijn.
Twee typen hersendysfuncties (2)
Stadia hersenontwikkeling na geboorte (3)
-Apoptose: Geprogrammeerde celdood. Rond de 6e maand van de zwangerschap zijn alle neuronen ongeveer geproduceerd. Er worden veel meer neuronen aangemaakt dan dat er nodig zijn (overproductie). Na zes maanden zwangerschap worden de neuronen die geen verbindingen maken, met andere neuronen of andere delen van het zenuwstelsel, opgeruimd.
-Synaptogenese: De neuronen gaan synapsen aanmaken. Synapsen zijn de verbindingen tussen
neuronen. Er kunnen wel tienduizenden verbindingen ontstaan. Dit vind grotendeels na de geboorte plaats en bereikt het hoogtepunt tussen leeftijd 2 en 5 jaar. Kinderen hebben op dat hoogtepunt de maximale capaciteit om nieuwe dingen te leren.
Types neuroplasticiteit (2)
Neuroplasticiteit = het vermogen van de hersenen om zijn functie en organisatie te wijzigen door nieuwe ervaringen:
- Ontwikkelingsplasticiteit = veranderingen in de
hersenen als gevolg van ervaringen (synaptogenese
dendrietvorming).
- Neurale plasticiteit = veranderingen in de functie en
als gevolg van hersenschade (celdood, necrose (afsterven van weefsel)). Het herstel van hersenschade is het grootst tussen het 2e
en 5e levensjaar (geringe kwetsbaarheid).
Synapseliminatie
De overproductie van synaptische verbindingen is nuttig voor de maximale neuroplasticiteit. Echter blijven niet alle synaptische verbindingen bestaan. Na de periode van synaptogenese start pruning / synapseliminatie; de synapsen worden geëlimineerd. De hersengebieden gaan zich specialiseren en de plasticiteit neemt af. Welke synapsverbindingen verdwijnen, wordt bepaald door het use-it-or-lose-it-principe: verbindingen die worden gebruikt, worden sterker en verbindingen die niet worden gebruikt, worden geëlimineerd.
Theorieën over de effecten van vroege hersenbeschadigingen (2)
Plasticiteitstheorie en vroege kwetsbaarheidstheorie
Plasticiteitstheorie
Vroege kwetsbaarheidstheorie
Vijf situaties voor neuropsychologische diagnostiek
Vijf situaties voor neuropsychologische diagnostiek:
1. Ontwikkelingsproblemen
2. Hersenschade
3. Evaluatie van behandeling
4. Evaluatie van de ontwikkeling
5. Ondersteuning van keuzen in de opvoeding, onderwijs en beroepskeuze bij kinderen
met een problematische ontwikkeling.