Waar staat het ABC schema voor in systematische observatie?
Action
Behavior
Consequences
Soorten normen (2)
Vormen van betrouwbaarheid (3)
Begripsvaliditeit
Begripsvaliditeit = mate waarin een vragenlijst meet wat het zegt te meten
Criteriumvaliditeit
Criteriumvaliditeit = mate waarin een score op een vragenlijst een goede voorspeller is van het gedrag buiten de testsituatie
Diagnostic overshadowing
Diagnostic overshadowing = de cognitieve problemen overschaduwen de problemen die daar eigenlijk niet direct mee te maken hebben.
Noem een voorbeeld van een vragenlijst voor mensen met een VB (verstandelijke beperking)
VOG, SGZ, ESSEON, SEO-R
Tweegroepenbenadering bij VB ipv onderscheid op basis van IQ
Vaststellen verstandelijke beperking dmv (2)
intelligentieschatting en adaptief functioneren.
Overvraging
Overvraging = een afstemmingsprobleem: de
eisen en verwachtingen in de omgeving zijn lange tijd niet in overeenstemming met iemands cognitieve, maar vooral ook emotionele en sociale mogelijkheden.
Ideografische beschrijving
Ideografische beschrijving = beschrijving van een persoon zonder oordeel.
Nomothetische beschrijving
Nomothetische beschrijving = is gedrag afwijkend of normaal?
Adaptief vermogen
Adaptief vermogen bestaat uit conceptuele vaardigheden (bijv. taal, tijd-, getal-, en geldbegrip), sociale vaardigheden (bijv. communicatieve vaardigheden en het oplossen van sociale problemen) en praktische vaardigheden (bijv. persoonlijke verzorging en gebruik van vervoer).
Argument voor bij overvraging
overvraging is een valide concept. Discrepanties bestaan, want ze kunnen aangetoond worden. De praktijk werkt al jaren met deze hypothese.
Argument tegen bij overvraging
onduidelijk concept. Spreek liever over stress en
gebruik het stressmodel. De discrepantiehypothese wordt niet door wetenschappelijk onderzoek ondersteund. Er is geen bewijs dat discrepanties in de ontwikkeling een risicofactor zijn voor overvraging en de ontwikkeling van gedragsproblemen.
Discrepante persoonlijkheidsstructuur
Discrepante persoonlijkheidsstructuur = verschil tussen het sociaal-emotioneel niveau en het cognitieve niveau. Dit wordt meestal uitgedrukt in leeftijdsequivalenten: bijv. cognitief niveau 5 jaar, sociaal-emotioneel niveau 3 jaar.
Tegenargumenten discrepante persoonlijkheidsstructuur
> Het gebruik van leeftijdsequivalenten is volgens onderzoekers dus onwetenschappelijk.
Classificatiesysteem bij verstandelijke beperking
Diagnostic Manual – Intellectual Disability (DM-ID > volwassenen en kinderen).