wat is de menopauze?
de laatste menstruatie
wat is de overgang?
de periode waarin het lichaam een nieuw evenwicht zoekt
- rondom 36e levensjaar verandert de vruchtbaarheid en begint de transitieperiode naar de menopauze, hierbij zijn er veranderingen in de cycluslengte
- ook stijgt het FSH door een verminderde oestrogeenproductie in de eierstokken als onderdeel van een compensatiemechanisme
- in de menopauzale transitie worden de menstruele cycli vaak variabel in duur (meer dan zeven dagen verschillend vergeleken met normaal) en kunnen er perioden van amenorroe optreden
wat zijn verschijnselen/klachten die optreden rondom de overgang?
wat is een opvlieger?
een excessieve reactie op veranderingen in de temperatuurcontrole
- zijn veelal hormonaal en kunnen dus ook voorkomen bij mensen die om een andere reden hormonaal ontregeld zijn
- ong 70-80% van de vrouwen ervaart opvliegers, die gemiddeld 1-3 minuten duren
wordt gekenmerkt door:
- plotseling gevoel van warmte door bloedaandrang naar het gezicht
- erg warm aanvoelen
- klachten als hartkloppingen, duizeligheid en/of zweetaanvallen
wat is de fysiologie achter een opvlieger?
de disfunctie wordt geïnduceerd door het dalen van de oestrogeenspiegel:
- door perifere vasodilatatie stijgt de bloeddoorstroming van de huid, treedt er een gevoel van warmte op en stijgt de hartfrequentie
- als reactie hierop gaat de vrouw transpireren en daalt de kerntemperatuur
- vervolgens gaat de vrouw bibberen wanneer de kerntemperatuur onder de normaalwaarde zakt, de vrouw krijgt dus snel het idee dat ze het te warm heeft
wat zijn andere verschijnselen bij de overgang?
effect van dalen oestrogeen
- afname bloedcirculatie in genitaal gebied
- afname elastine en collageen, hierdoor wordt het weefsel stugger
- vagina epitheel wordt dunner, omliggend bindweefsel neemt af
urogenitale verschijnselen
- droge vagina
- dyspareunie
- verlaagd libido
- jeuk
- verandering in afscheiding
- dysurie
- pollakisurie
- urineweginfecties
- incontinentie
uiterlijke veranderingen
- gewichtstoename, vooral rond de taille
- minder soepele en vochtarme huid (droog en rimpelig)
- eventueel toename beharing
- dunner worden van de beharing
- droge, geïrriteerde ogen
effecten op het bewegingsapparaat
- spier- en gewrichtspijn
andere klachten
- duizeligheid, hoofdpijn/migraine
- tintelingen in de handen en voeten
- slijmvliesveranderingen (neus/oog/mond)
- problemen met concentratie en geheugen
- geïrriteerdheid
- depressieve klachten
wat zijn de voor- en nadelen van hormoonsubstitutietherapie (HST)?
voordelen:
- overgangsklachten verdwijnen
- goed voor de botten
- goed voor blaas en vagina
- goed voor huid, haar en slijmvliezen
nadelen:
- soms weer ‘ongesteld’
- steeds weer hormonen slikken
- soms gespannen borsten
- soms misselijk
- soms vocht vasthouden
wat zijn de (contra-) indicaties voor hormonale substitutietherapie (HST)?
indicaties:
- optreden menopauze voor 46 jaar
- ernstige klachten
- versterkte botontkalking onder de 50 jaar
contra-indicaties:
- borstkanker
- baarmoederslijmvlieskanker
- trombose en/of longembolie
- migraine (relatieve contra-indicatie)
- leeftijd >56 geen HST meer
waaruit bestaat hormonale substitutietherapie en welke toedieningsvormen zijn er?
vrouwen met baarmoeder:
- progestagenen en oestrogenen
vrouwen zonder baarmoeder:
- alleen oestrogenen
toedieningsvormen:
- oraal: makkelijk
- transcutaan (pleister/gel): moet onder navel worden aangebracht om het first pass effect van de lever te omzeilen (passage door lever beïnvloedt de stollingscascade)
- vaginaal: bij lokale klachten -> cyclisch of continu
door welke structuren wordt de endopelviene fascie (diafragma urogenitale) gevormd?
door een vlakke plaat tussen beide rami inferiores ossis pubis en beide rami ossis ischii
- deze vult de hiatus levatorius op
hoeveel openingen zitten er in het diafragma urogenitale en waarvoor zijn die openingen?
drie openingen (bij de man twee)
deze late de urethra, vagina en het rectum door de bodem treden
welke drie levels van support heeft het paracolpium (bindweefsel naast de vagina??)?
voor bekkenbodemafwijkingen vooral niveau 1 en 2 van belang
wat is een prolaps en welke vormen zijn er?
vormen
- cystocèle: verzakking van de blaas
- top prolaps/descensus uteri: verzakking van corpus uteri
- enterocèle: verzakking dunne darm
- rectocèle: verzakking van het rectum
wat zijn de symptomen van een prolaps?
welke twee vragenlijsten kunnen worden gebruikt bij de anamnese van een prolaps?
wat voor behandeling kun je doen bij een prolaps?
wat zijn risicofactoren voor het krijgen van een prolaps?
wat zijn de symptomen van een ovariumcarcinoom?
wat zijn beschermende- en risicofactoren voor een ovariumcarcinoom?
beschermend:
- minder ovulaties
- anticonceptiepil (risicoreductie van 30-50% als langer dan 3 jaar gebruikt)
- zwangerschappen
risicofactoren:
- hogere leeftijd
- genmutaties (BRCA1/2, lynchsyndroom: MLH1, PMS2, MSH2, MSH6)
wat voor diagnostiek wordt er gedaan bij verdenking op ovariumcarcinoom?
bij echografie letten op volgende aspecten laesies:
- cysteus/solide
- uni-/multiloculair
- dikte van de septa
- proliferaties
- ascites
ook kijkt men naar:
- dopplermeting
- IOTA (=international ovarian tumor analysis) of RMI (= risk of malignancy index)
welke tumormarkers zijn er?
zijn echter niet bewijzend voor een tumor en worden niet allemaal bepaald. meer voor follow-up, als na behandeling lager, slaat behandeling aan
welke histologische typen ovariumcarcinoom zijn er?
soort maakt niet uit voor behandeling bij ovariumcarcinoom
waarom metastaseren ovariumcarcinomen makkelijk?
wat is het doel van (laparoscopische) stadiëring en wat zijn de onderdelen van een stadiëringsoperatie?
doel: het vaststellen of er (microscopische) metastasen zijn
onderdelen operatie:
- cytologie spoelvloeistof of ascites
- inspectie en palpatie hele buikholte
- uterus- en adnexextirpatie
- omentenectomie
- stageringsbiopten
- lymfeklierdissectie/sampling