Wat is het doel van experimenteel onderzoek?
Het doel is om controle te krijgen over de setting, causaliteit vast te stellen (wat veroorzaakt wat), en de resultaten te generaliseren naar andere situaties of groepen.
Wat zijn de kenmerken van een experiment?
Controle: Onderzoekers manipuleren onafhankelijke variabelen.
Randomisatie: Willekeurige toewijzing van deelnemers aan groepen.
Herhaling: Het experiment wordt meerdere keren uitgevoerd voor consistentie. dus door meerdere personen niet perse alleen onderzoek herhalen maar ook je onafhankelijke factor herhaald kan testen
Wat is het verschil tussen interne en externe validiteit?
Interne validiteit: De mate waarin we kunnen zeggen dat het experiment de oorzaak van de resultaten is (betrouwbaarheid binnen de setting).
Externe validiteit: De mate waarin we de resultaten van het experiment kunnen toepassen op andere situaties of groepen.
Wat zijn bedreigingen voor de interne validiteit?
History: Externe gebeurtenissen beïnvloeden de uitkomst.
Rijping: Veranderingen door de tijd (zoals leeftijd).
Leereffect: Verbetering door herhaald testen.
Differentiële uitval: Verschillen in uitval tussen groepen.
Compensatie-effect: Groepen proberen de situatie te compenseren.
Onderzoekersbias: Beïnvloeding van de resultaten door de onderzoeker. oplossing= die niet weet wie in de controle groep zit en de exp groep= double blind
Waarom is randomisatie belangrijk in een experiment?
Het zorgt ervoor dat de groepen vergelijkbaar zijn bij aanvang, waardoor we de invloed van externe factoren kunnen minimaliseren en betrouwbaardere conclusies kunnen trekken over causaliteit.
Wat is de rol van herhaling in een experiment?
Herhaling helpt om de resultaten te bevestigen en te controleren of de bevindingen consistent zijn bij verschillende sets van deelnemers of omstandigheden.
Wat zijn de voordelen van randomisatie?
Randomisatie vermindert vertekening, omdat het ervoor zorgt dat onbekende of onmeetbare variabelen gelijk verdeeld zijn over de groepen.
Wat zijn mogelijke bedreigingen voor de externe validiteit?
Sampling bias: De steekproef is niet representatief voor de bredere populatie.
Tijdgebonden factoren: Het onderzoek is alleen relevant voor de tijdsperiode waarin het is uitgevoerd.
Wat zijn de drie belangrijkste validiteitsbedreigingen in experimenteel onderzoek?
History: Onverwachte gebeurtenissen buiten het experiment.
Leereffect: Verbeteringen door herhaalde metingen.
Differentiële uitval: Verschillen in wie het experiment verlaat.
Wat is het doel van een T-toets voor onafhankelijke groepen?
Bepalen of de gemiddelden van twee onafhankelijke groepen significant verschillend zijn.
Wat is de nulhypothese bij een T-toets voor onafhankelijke groepen?
De nulhypothese (H0) is dat de gemiddelden van de twee groepen gelijk zijn.
Wat is de alternatieve hypothese bij een T-toets voor onafhankelijke groepen?
De alternatieve hypothese (Ha) is dat de gemiddelden van de twee groepen verschillend zijn.
Wat is de t-verdeling en waarvoor wordt deze gebruikt bij hypothesetests?
De t-verdeling wordt gebruikt wanneer de steekproefomvang klein is en de populatiestandaarddeviatie (σ) onbekend is.
Welke aanname wordt gedaan over de varianties bij een T-toets voor onafhankelijke groepen?
De aanname is dat de twee groepen gelijke varianties hebben.
Wat is het significantieniveau (α) bij hypothesetests?
Het significantieniveau (α) is de drempel voor het verwerpen van de nulhypothese, vaak ingesteld op 0,05.
Wat is een tweezijdige toets?
Een tweezijdige toets test of er een verschil is in beide richtingen.
Hoe wordt de vrijheidsgraden (df) berekend voor een T-toets?
De vrijheidsgraden (df) worden berekend als de som van de steekproefgroottes van beide groepen de kleinste n -1
Hoe bereken je de toetsstatistiek voor een T-toets?
De toetsstatistiek wordt berekend door het verschil in steekproefgemiddelden te delen door de gecombineerde standaardfout.
Hoe lees je de p-waarde af?
De p-waarde wordt afgelezen uit de t-verdelingstabel.
Wat betekent een p-waarde kleiner dan het significantieniveau (α)?
Als de p-waarde kleiner is dan α, verwerp je de nulhypothese.
Wat betekent een p-waarde groter dan het significantieniveau (α)?
Als de p-waarde groter is dan α, verwerp je de nulhypothese niet.
Hoe bepaal je de conclusie bij een T-toets?
Vergelijk de p-waarde met het significantieniveau (α).
Voorbeeld van een onderzoeksvraag voor een T-toets voor onafhankelijke groepen?
Verschillen jongens- en meisjesteams van elkaar wat betreft het gemiddeld aantal goals in een voetbalseizoen?
Hoe wordt de T-toets voor onafhankelijke groepen toegepast in een onderzoek met random geselecteerde groepen?
De T-toets wordt gebruikt om te vergelijken of er een significant verschil is tussen bijvoorbeeld het aantal goals van jongensteams en meisjesteams.