1 Flashcards

(40 cards)

1
Q

Welke factoren beïnvloeden gezondheidsgedrag?

A

Omgeving, aanbod, kennis, eigen motivatie

Deze factoren zijn cruciaal voor het begrijpen van hoe individuen gezond gedrag kunnen vertonen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Wat is een tekortkoming van de focus op het individu voor het verklaren van gezondheidsgedrag?

A

Omgevingsdeterminanten zijn ook van invloed op de gezondheid

Een holistische benadering houdt rekening met externe factoren buiten het individu.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Wat beschrijft het Rainbow-model?

A

Het model beschrijft de invloed van verschillende omgevingsfactoren op gezondheid, van dichtbij naar verder weg van het individu

Het model benadrukt de interactie tussen individuen en hun omgeving.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Welke lagen omvat het Rainbow-model?

A
  • Individuele eigenschappen
  • Leefstijlfactoren
  • Sociale omgeving
  • Leef- en werkomstandigheden
  • Socio-economische, culturele en omgevingsomstandigheden

Deze lagen illustreren de complexiteit van gezondheidsgedrag.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Wat zijn de vier categorieën van factoren in Lalonde’s Health Field Concept?

A
  • Omgeving
  • Biologische factoren
  • Leefstijlfactoren
  • Gezondheidszorg

Deze categorieën helpen bij het begrijpen van de verschillende invloeden op gezondheid.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Wat is de micro-omgeving?

A

Een afgebakende setting waar groepen individuen bij elkaar komen met een specifiek doel

Voorbeelden zijn school, werk, sportclub of gezin.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Wat beschrijft de meso-omgeving?

A

De bredere context van de micro-omgeving die gedrag vergemakkelijkt of moeilijker maakt

Voorbeelden zijn de beschikbaarheid van natuur in de nabijheid.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Wat is de macro-omgeving?

A

Grotere, overkoepelende settings die minder onder directe invloed van individuen staan

Voorbeelden zijn de voedingsindustrie en landelijke beleidsmakers.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Hoe beïnvloedt de micro-omgeving gezondheidsgedrag?

A

Bijvoorbeeld: aanwezigheid van groente en fruit in huis, roken door ouders, regels over alcoholgebruik

Deze factoren hebben een directe impact op het gedrag van individuen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Hoe beïnvloedt de meso-omgeving gezondheidsgedrag?

A

De aanwezigheid van lokale winkels met gezond voedingsaanbod of tabakswinkels in de wijk

Dit toont hoe de bredere context van invloed kan zijn.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Hoe beïnvloedt de macro-omgeving gezondheidsgedrag?

A

Wetten, regelgeving en beleid rondom gezondheidsgedrag

Voorbeelden zijn etikettering en marketing van producten.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Wat is de fysieke omgeving?

A

De tastbare en niet-tastbare zaken die beschikbaar zijn

Voorbeelden zijn fietspaden en de beschikbaarheid van informatie.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Wat omvat de sociaal-culturele omgeving?

A

Normen, waarden en attitudes binnen de omgeving

Dit kan variëren tussen micro- en macro-omgeving.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Wat is de politieke omgeving?

A

Beleid en regelgeving rondom gedrag

Dit omvat regels die op school of binnen een gezin gelden.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Wat verwijst naar de economische omgeving?

A

De kosten die horen bij gedrag en de invloed van inkomen

Voorbeelden zijn de prijs van gezond voedsel en verzekeringen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Geef een voorbeeld van een factor die condoomgebruik onder jongeren beïnvloedt op micro-niveau.

A

Zijn er condooms in huis

Dit is een directe invloed in de thuisomgeving.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
17
Q

Geef een voorbeeld van een factor die condoomgebruik onder jongeren beïnvloedt op macro-niveau.

A

Condoomautomaten in uitgaansgelegenheden

Dit maakt condooms toegankelijker voor jongeren.

18
Q

Wat zijn de vier kenmerken van ecologische modellen?

A
  • Meerdere typen omgevingsinvloeden
  • Meerdere niveaus van omgevingsinvloeden
  • Interactie tussen typen en niveaus
  • Directe invloed van omgeving op gezondheidsgedrag

Deze kenmerken helpen bij het begrijpen van de complexiteit van gedrag.

19
Q

Wat zijn enkele componenten van de CHILE interventie?

A
  • Voedings- en bewegingscurriculum
  • Docentprofessionalisering
  • Aanbevelingen voor voedselvoorzieningen
  • Ouderbetrokkenheid
  • Deelname van lokale supermarkten
  • Betrokkenheid van lokale gezondheidsprofessionals

Deze componenten zijn gericht op het verbeteren van voeding en beweging op verschillende niveaus.

20
Q

Wat zijn de twee aspecten van de interventie?

A

Materialen die mee naar huis werden genomen en evenementen voor de hele familie

21
Q

Wat is de rol van lokale supermarkten in de interventie?

A

Producten kregen een CHILE-sticker en er was een CHILE-schap met recepten

22
Q

Welke gezondheidsprofessionals werden betrokken bij CHILE?

A

Verschillende gezondheidsprofessionals werden gestimuleerd om CHILE te promoten

23
Q

Op welke basis is de interventie ontwikkeld?

A

Op basis van ecologische modellen

24
Q

Welke niveaus van factoren richt de interventie zich op?

A
  • Intrapersoonlijke factoren
  • Interpersoonlijke factoren
  • Organisatorische factoren
25
Wat wordt aangepast in de fysieke omgeving?
Beschikbaarheid van groente en fruitproducten en herkenbaarheid in de supermarkt
26
Wat is de invloed van de sociale omgeving in de interventie?
Door docentprofessionalisering en het betrekken van ouders en gezondheidsprofessionals
27
Wat wordt aangepast in de politieke omgeving?
Beleid ontwikkelen binnen de voedselvoorziening in de organisatie
28
Wat laat de verscheidenheid aan interventiecomponenten zien?
Dat veranderingen op een niveau of in een type omgeving onvoldoende zijn voor gedragsverandering
29
Hoe worden dual-process of duale systemen in relatie tot gedrag uitgelegd?
Gedrag kan voortkomen uit beredeneerde overwegingen of meer automatische en impulsieve reacties
30
Wat is een voorbeeld van impulsief gedrag?
Auto rijden zonder elke handeling bewust te overdenken
31
Wat is een voorbeeld van beredeneerd gedrag?
Stoppen met roken door overtuiging en kostenoverwegingen
32
Wat is de meerwaarde van duale systeemmodellen?
Erkenning van directe invloed van de omgeving en cognitieve determinanten op gedrag
33
Wat zijn verschillende definities van een systeem volgens de literatuur?
* Complex van interacterende elementen * Veelheid aan onderling afhankelijke elementen binnen een verbonden geheel
34
Hoe definieert Bartelink et al. het systeem?
Als een setting die diverse factoren op verschillende ecologische niveaus omvat
35
Welke kenmerken van complexe systemen beschrijven Bartelink et al.?
* Dynamische populatie * Geneste systeemstructuur * Autonome actoren * Interactie en adaptatie * Zelforganisatie * Feedbackloops * Dynamische context * Unieke context * Niet-lineair * Onvoorspelbaarheid
36
Wat houdt de geneste systeemstructuur in?
Verschillende (micro)systemen staan in interactie met elkaar
37
Wat betekent interactie en adaptatie in complexe systemen?
Interactie zorgt voor aanpassing van het systeem aan veranderingen
38
Wat zijn feedback loops?
Factoren beïnvloeden elkaar; negatieve en positieve feedbackloops zijn mogelijk
39
Wat is de dynamische context in complexe systemen?
Het systeem beweegt mee met veranderende omstandigheden
40
Wat betekent niet-lineair in de context van complexe systemen?
Kleine veranderingen kunnen grote effecten hebben en vice versa