5 Flashcards

(31 cards)

1
Q

Hoe werkt de supermarkt-nudge zoals beschreven in het artikel?

A

Een geanimeerd, interactief personage op een monitor nodigt mensen uit om de voorkeursoptie te kiezen door te leunen en te staren. Positieve feedback wordt gegeven bij het kiezen van de voorkeursoptie.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Welke vier aspecten van een nudge zijn belangrijk volgens de inleiding?

A
  • Simpele aanpassingen in de keuzearchitectuur
  • Gewenst gedrag
  • Heuristische basis voor keuzes
  • Behoud keuzevrijheid
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Wat is een Nutri-Score?

A

Een voedselkeuzelogo dat mensen helpt gezondere keuzes te maken, met scores van A tot en met E.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Wat houdt de Nutri-Score in bij het vergelijken van producten?

A

De Nutri-Score vergelijkt producten binnen een productgroep, rekening houdend met positieve en negatieve componenten.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Wat zijn negatieve componenten volgens de Nutri-Score?

A
  • Suiker
  • Verzadigd vet
  • Zout
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Wat zijn positieve componenten volgens de Nutri-Score?

A
  • Vezel
  • Eiwit
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Welke kritiekpunten zijn er op de Nutri-Score?

A
  • Oneerlijk en misleidend volgens sommige voedselproducenten
  • Verwarrend omdat scores alleen binnen een productgroep vergeleken kunnen worden
  • Risico op productaanpassingen zonder daadwerkelijke gezondheidsverbetering
  • Consumenten leren niet echt over gezonde voeding
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Wat zijn de dual processes in dual-process-theorieën?

A

Systeem 1: snel, automatisch, intuïtief; Systeem 2: langzaam, bewust, analytisch.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Wat verklaart de attitude-gedragskloof in duurzaam consumeren?

A

Gedrag kan automatisch blijven door Systeem 1, terwijl men wel duurzaam wil consumeren.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Hoe kan nudging helpen bij het maken van duurzame keuzes?

A

Door optimalisatie van de keuze-architectuur, zoals productpositionering en zichtbaarheid.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Wat zijn de vijf kenmerken van een complexe interventie?

A
  • Aantal interventiecomponenten
  • Aantal en complexiteit van gedragingen
  • Aantal groepen/organisatieniveaus
  • Aantal/variabiliteit van uitkomsten
  • Mate van flexibiliteit van de interventie
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Wat houdt de ‘Helder op School: Smokefree Challenge’ in?

A

Een klassikale ‘niet-roken wedstrijd’ waarbij de klas een half jaar niet rookt en lesmateriaal gebruikt.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Welke omgevingscomponenten vallen onder de Smokefree Challenge?

A
  • Fysieke omgeving (bijv. schoolplein)
  • Sociaal-culturele omgeving (normen over niet roken)
  • Politieke omgeving (regels over roken onder 18)
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Hoe komen de vijf kenmerken van complexe interventies naar voren in de SmokeFree Challenge?

A
  • Meerdere interventiecomponenten zoals lesmateriaal en meetmomenten
  • Aantal groepen: jongeren
  • Complexiteit door sociale omgeving
  • Beperkte flexibiliteit in de interventie
  • Meerdere beoogde uitkomsten zoals rookvrij blijven
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Wat is de SMARTsize-interventie?

A

Een interventie gericht op het verbeteren van eet- en beweeggedrag van mensen met overgewicht, met aandacht voor portiecontrole.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Waarom is de SMARTsize-interventie complex?

A
  • Meerdere interventiecomponenten zoals website en workshops
  • Gericht op diverse groepen
  • Beperkte flexibiliteit
  • Meerdere beoogde uitkomsten zoals gezonder gewicht
17
Q

Wat zijn de drie belangrijke redenen om te evalueren?

A
  • Leren voor de toekomst
  • Verantwoording
  • Theorievorming
18
Q

Wat is het doel van evaluatieonderzoek in het kader van interventies?

A

Aantonen of middelen nuttig zijn ingezet

Evaluatieonderzoek helpt bij het meten van de effectiviteit van interventies.

19
Q

Wat houdt theorievorming in bij interventies?

A

Het verder ontwikkelen van de interventietheorie en verkrijgen van kennis over interventies

Theorievorming is essentieel voor het verbeteren van interventies op basis van nieuwe inzichten.

20
Q

Welke aanpak wordt gebruikt in de procesevaluatie van de KEIGAAF-interventie?

A

Mixed-methods-aanpak

Deze aanpak combineert zowel kwantitatieve als kwalitatieve methoden voor een uitgebreidere evaluatie.

21
Q

Wat wordt er ingevuld om inzicht te krijgen in de implementatie van KEIGAAF?

A

Activiteitenchecklist

Dit helpt om te volgen wat er door de KEIGAAF-werkgroepen wordt geïmplementeerd.

22
Q

Hoe vaak wordt de kwantitatieve checklist ingevuld tijdens de KEIGAAF-interventie?

A

Bij de start van de interventie, na één en na twee jaar

Dit biedt een tijdsgebonden evaluatie van de voortgang.

23
Q

Welke documenten worden verzameld tijdens de procesevaluatie?

A

Schoolbeleidsdocumenten

Deze documenten geven informatie over beleid dat de implementatie van interventies beïnvloedt.

24
Q

Wat is het doel van participerende observaties en semi-gestructureerde interviews in de evaluatie?

A

Aanvullende kennis vergaren over factoren die de implementatie belemmeren of bevorderen

Dit zorgt voor diepere inzichten in de werkelijke processen en ervaringen.

25
Wat geven de gegevens van de scans (omgeving en school) inzicht in?
Buurt- en schoolfactoren die het succes van interventies kunnen belemmeren of faciliteren ## Footnote Omgevingsfactoren spelen een cruciale rol in het beïnvloeden van gedrag.
26
Wat zijn de effecten van de KEIGAAF-interventie op de gezondheid van kinderen?
Helpt kinderen gezonder te worden door meer te bewegen en gezonder te eten ## Footnote Dit leidt tot verbeteringen in BMI en lichamelijke activiteit.
27
Welke scholen zagen de grootste verbeteringen in BMI en lichamelijke activiteit?
Scholen die een uitgebreide aanpak gebruikten ## Footnote Dit benadrukt het belang van een gestructureerde en doordachte interventie.
28
Op welke typen omgeving richt de KEIGAAF-interventie zich?
Fysieke en sociale omgeving, zowel binnen als buiten de school ## Footnote Dit omvat initiatieven zoals het plaatsen van waterpunten en aanbieden van fruit.
29
Wat wordt er gedaan in de fysieke omgeving om de KEIGAAF-interventie te ondersteunen?
Extra waterpunten geplaatst en wekelijks fruit aangeboden ## Footnote Fysieke aanpassingen dragen bij aan gezondere keuzes voor kinderen.
30
Hoe beïnvloedt de KEIGAAF-interventie de sociale norm?
Door met de hele school bezig te zijn met thema's zoals voeding ## Footnote Dit kan leiden tot een cultuurverandering rondom gezondheid binnen de school.
31
Wat voor beleid werd er opgesteld op scholen rondom de KEIGAAF-interventie?
Beleid rondom lichamelijke activiteit en voeding ## Footnote Dit beleid ondersteunt de implementatie van de interventie en bevordert gezonde gewoonten.