4 Flashcards

(21 cards)

1
Q

Wat zijn de twee mechanismen waardoor sociale verbondenheid de gezondheid van mensen kan bevorderen?

A
  1. Interactie met vrienden en familie op een manier die voldoening geeft behoort tot onze basisbehoefte.
  2. Hoge mate van sociale verbondenheid met een groep kan normen en waarden of gedragskeuzes tot persoonlijke identiteit maken.

Zelfdeterminatietheorie en identificatie met de groep zijn hierbij belangrijk.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Hoe kan sociale verbondenheid leiden tot ongezonde gedragskeuzes?

A

Bepaalde ongezonde gedragingen kunnen binnen een groep veel waarde hebben, waardoor verandering moeilijk wordt.

Voorbeeld: Wekelijkse rituelen binnen een gezin of buurt die ongezond gedrag normaliseren.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Wat is de invloed van pesten op sociale verbondenheid?

A

Bij pesten voelt het individu zich verbonden met de groep, maar wordt tegelijkertijd geïsoleerd, wat kan leiden tot afname van zelfvertrouwen en depressieve gevoelens.

Dit kan de sociale verbondenheid paradoxaal ondermijnen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Welke twee kerncomponenten horen bij Salutogenesis van Aeron Antonovsky?

A
  1. In staat zijn om ‘problemen op te lossen’.
  2. Capaciteit om gebruik te maken van aanwezige bronnen.

Bronnen kunnen sportvoorzieningen, sociale omgeving en toegang tot gezonde voeding zijn.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Waarom voelen lagere inkomensgroepen zich niet aangesproken door de healthy lifestyle beweging?

A

Lagere inkomensgroepen hebben vaak moeite met geschreven materialen in gezondheidsvoorlichting, wat bijdraagt aan de kloof tussen SES-groepen.

Laaggeletterdheid speelt een belangrijke rol.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Wat zijn de kenmerken van ‘controlled motivation’ volgens de Self Determination Theory?

A

Controlled motivation ontstaat wanneer iemand onder druk wordt gezet om bepaald gedrag uit te voeren, vaak om negatieve consequenties te vermijden of hoge beloningen te ontvangen.

Dit kan leiden tot extrinsieke motivatie.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Wat houdt ‘autonomous motivation’ in volgens de Self Determination Theory?

A

Autonomous motivation komt voort uit persoonlijke interesse of plezier, of omdat het gedrag overeenkomt met bepaalde overtuigingen en waarden.

Dit leidt tot intrinsieke motivatie.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Hoe kan een gezondheidspsycholoog ‘controlled motivation’ toepassen?

A

Door iemand te overtuigen dat meer bewegen leidt tot een betere gezondheid en de risico’s van een ongezonde leefstijl aan te geven.

Dit kan helpen om gedragsverandering te stimuleren.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Wat betekent verhoogde creativiteit voor mensen die een gezondere leefstijl willen volhouden?

A

Verhoogde creativiteit leidt tot een sterker probleemoplossend vermogen, wat belangrijk is bij toekomstige obstakels voor gedragsverandering.

Dit kan helpen om volharding bij gedragsverandering te bevorderen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Welke vijf factoren noemt Deci om autonome motivatie te ondersteunen?

A
  • Kies het perspectief van de cliënt.
  • Geef de cliënt de mogelijkheid om zelf keuzes te maken.
  • Geef de cliënt de gelegenheid om te ontdekken of de gedragsverandering past en wenselijk is.
  • Houd het initiatief bij de cliënt.
  • Geef aan wat het belang van de verandering is voor de cliënt.

Deze factoren zijn cruciaal voor het bevorderen van een gezonde leefstijl.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Welke drie psychologische basisbehoeften onderscheidt de Self Determination Theory?

A
  • Autonomie
  • Competentie
  • Relatedness

Deze basisbehoeften hangen samen met mentale en fysieke gezondheid.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Wat zijn de negatieve gevolgen van sociale verbondenheid voor de gezondheid?

A
  • Sociale identiteit ontleend aan een gestigmatiseerde groep.
  • Groep heeft ongezonde normen.
  • Groep biedt geen sociale ondersteuning.
  • Groep waardeert leden niet positief ten opzichte van andere groepen.
  • Individu verlaat de groep en wordt niet geaccepteerd door een hogere statusgroep.

Deze factoren kunnen leiden tot negatieve gezondheidsuitkomsten.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Wat zijn de vier psychological resources die verkregen worden bij identificatie met een groep?

A
  • Social connection.
  • Samenwerken aan collectieve uitkomsten.
  • Geven en krijgen van social support.
  • Doel en betekenis aan gemeenschappelijke focus.

Deze bronnen zijn belangrijk voor sociale identiteit en welzijn.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Welke vier psychological resources worden verkregen als een persoon zich identificeert met een groep volgens Jetten en collega’s?

A
  1. Social connection
  2. Doel en betekenis door samenwerking
  3. Social support
  4. Toegang tot psychologische bronnen
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Wat is social connection in de context van groepsidentificatie?

A

Het gevoel dat je je sterk verbonden voelt met de andere groepsleden

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Hoe draagt samenwerking bij aan groepsidentificatie?

A

Het geeft doel en betekenis aan een gemeenschappelijke focus

17
Q

Wat is de waarde van social support binnen een groep?

A

Het geven en krijgen van social support van de groepsleden is belangrijk voor identificatie

18
Q

Wat versterkt de identificatie met een groep volgens Jetten en collega’s?

A

De waargenomen persoonlijke controle (eigen effectiviteit)

19
Q

Wat ontstaat er door het delen van een sociale identiteit?

A

Een gevoel van collectieve effectiviteit en kracht

20
Q

Fill-in-the-blank: Social connection is een belangrijke bron van _______ bij groepsidentificatie.

A

psychological resources

21
Q

True or False: De samenwerking aan specifieke collectieve uitkomsten heeft geen invloed op de groepsidentificatie.