Begrippen & meetmethoden Flashcards

(42 cards)

1
Q

vormen van preventie

A
  1. primaire preventie
    - voorkomen ziekte of gezondheidsproblemen
    - bij gezonde mensen
  2. secundaire preventie
    - vroege opsporting van ziekte of afwijkingen
    - bij zieken, verhoogd risico & genetische aanleg
  3. tertiaire preventie = voorkomen van complicaties & ziekteverergering
  4. doorheen levensspan
    - jeugd
    - volwassenen
    - ouderen
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

fysieke fitheid

A
  1. algemene fitheid
    - mate van aanwezigheid basiseigenschappen
    - ADL optimaal funcitoneren zonder optreden van buitensportige vermoeidheid
  2. basiseigenschappen
    - kracht & snelheid
    - lenigheid
    - uithouding
    - coördinatie & evenwicht
    - lichaamsbouw & samenstelling
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

andere vormen van fysieke fitheid

A
  1. prestatiegerelateerde fitheid
    - basiseigenschappen aanwezig
    - uitvoeren van welomschreven taak mogelijk is
    - sport
  2. gezondheidsregerelateerde fitheid
    - basiseigenschappen aanwezig
    - beïnvloedbaar door fysieke activiteit
    - geassocieerd met risico op gezondheidsproblemen
  3. gezondheid
    - nu niet ziek zijn
    - volledig lichamelijk, geestelijk & sociaal welzijn
    - erg moeilijk meetbaar
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

fysieke activiteit

A
  1. definitie
    - lichamelijke beweging
    - door spieren
    - waardoor energie uitgave is
  2. intensiteiten
    - licht
    - matig
    - zwaar
  3. contexten
    - actief transport
    - huishouden
    - werk
    - vrije tijd
  4. soorten
    - aëroob = KH & vet verbranden
    - anaëroob = lactaat productie
    - kracht
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

sport & training

A
  1. sport
    - onderdeel binnen fysieke activiteit
    - gestructuureerde manier
    - zelfde activiteiten
    - aan hogere intensiteit
    - vaak in clubverband
  2. training
    - onderdeel binnen sport
    - doel om prestaties te verbeteren
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

richtlijnen FA 0-5

A
  1. baby’s = 0-1
    - 30min tummy time = fysieke activiteit
    - 0min scherm tijd
    - 0-3m = 14-17u slaap
    - 4-11m = 12-16u slaap
  2. peuters = 1-3j
    - 180min fysieke activiteit
    - 1-2j = 0min scherm tijd
    - 2-3j = 60min scherm tijd
    - 11-14u slaap
  3. kleuters = 3-5j
    - 180min fysieke activiteit
    - waarvan 60min aan matig-hoge intensiteit
    - 60in schermtijd
    - 10-13u slaap
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

richtlijnen FA 6-17

A
  1. per dag
    - 60min aërobe beweging
    - aan matig tot hoge intensiteit
  2. 3x per week
    - als onderdeel van de 60min
    - spieren & botten versterken
    - bewegen aan hoge intensiteit
  3. andere
    - variatie van bewegingsactiviteiten = ontwikkeling van motorische vaardigheden
    - elke beweging is beter als geen beweging
    - zo min mogelijk sedentair
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

richtlijnen FA 18-64

A
  1. per week
    - 150-300min matige intensiteit
    - EN/OF
    - 75-150min hoge intensiteit
  2. andere
    - 2x spierversterkende oefeningen
    - grooste deel van de dag aan lichte intensiteit
    - elke beweging is beter als geen beweging
    - meer beweging = additionele gezondheidsvoordelen
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

richtlijnen FA 65+

A
  1. per week = zelfde
    - 150-300min matige intensiteit
    - EN/OF
    - 75-150min hoge intensiteit
  2. andere
    - 2-3x per week spierversterkend, oevenwicht & lenigheid
    - grooste deel van dag = lichte intensiteit
    - elke beweging beter als geen
    –> additionele gezondheidsvoordelen
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

richtlijnen FA chronische aandoeningen

A
  1. doelgroep
    - hypertensie
    - diabetes type II
    - kanker
    - HIV
  2. per week = zelfde
    - 150-300min matige intensiteit
    - EN/OF
    - 75-150min hoge intensiteit
  3. andere
    - 2x per week spierversterkend
    - 3x per week evenwicht & balans
    - grooste deel van dag = lichte intensiteit
    - elke beweging beter als geen
    –> additionele gezondheidsvoordelen
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

fysieke inactivieit

A
  1. algmeen
    - niet voldoen aan richtlijnen voor fysieke inactiviteit
    - ≠ sedentair gedrag
    - ≠ sedentaire levensstijl
  2. sedenatair gedrag
    - elk gedrag terwijl wakker
    - met MET lager dan 1,5
    - terwijl in zit of lig
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

MET indeling

A
  1. matig = 3-5
    - 4 = stevig doorstappen
  2. licht = 3-1,5
    - 2,5 = traag wandelen
    - 2 = staan
    - 1,5 = zitten tijdens pc werk of praten
  3. sedentair = 1,5-0
    - 1 = stilzitten
    - 0,9 = slapen
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

active couch patato

A
  1. definitie
    - richtlijnen FA halen
    - voor de rest van de dag sedentair
  2. continuum van 24uurs gedrag
    - langer slapen = minder bewegen & minder zitten
    - alles meer/minder doen veranderd de rest
    - ook continuum van licht tot hoge intensiteit
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

canadian 24u movement guidelines

A
  1. algemeen
    - bijna volledig gelijkaardig aan WHO
    - verschil = sedentair gedrag
  2. sedentair gedrag
    - maximum 8u zitten
    - maximum 3u per dag recrationele schermtijd
  3. niet volgen van WHO
    - vooral cross-sectionele studies
    - bij SG groot probleem = reversed causality
    –> was de ziekte of het sedentair gedrag eerst?
    - observationele studie vinden minder associatie
    - cut-off’s zijn duidelijk bepaald
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

chronische ziekte

A
  1. kenmerken
    - trage progressie
    - langdurig
    - fysiologisch mechanisme al lang actief
    –> overschrijden van klinische drempel
    - late diagnose
  2. grootste categorieën
    - cardiovasculaire aandoeningen
    - kanker
    - respiratoir
    - diabetes
  3. DALY disability adjusted life year
    - verlies van kwaliteitsvolle levensjaren door ziekte
    - steeds groter % aandeel
    - grooste aandeel in westerse wereld
    - ≈ sterfte cijfers
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

oorzaak stijging

A
  1. genen
    - sinds homosapiens maximaal 1% verschil
    - geen oorzaak van verandering
  2. levensstijl
    - jager-verzamelaar = moest actief zijn
    - technologische ontwikkeling
    - minder actieve levensstijl
    - nood van fysieke activiteit om cellen in lichaam in stand te houden
  3. voornamelijkste oorzaken
    - obesitaspandemie & ongezonde levensstijl
    - vergrijzing
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
17
Q

obesitas pandemie

A
  1. definitie
    - overgewicht = BMI hoger dan 25
    - obesitas = BMI hoger dan 30
    - morbide obesitas = BMI hoger dan 40
  2. prevalentie obesitas
    - 1975 = 10% in westerse wereld
    - 2015 = 20-29%
    - zelfde beeld voor vrouwen
    - nu meer dan 1 miljard mensen met overgewicht
  3. prevalentie belgie
    - volwassen mannen = 60% overgewicht & 20% obesitas
    - kinderen = 20/5 = ook al hoge cijfers!!
18
Q

gevolgen van overgewicht

A
  1. cardiovasculair
    - hypertensie
    - hoge cholesterol
    - AMI
    - CVA
  2. inwendig
    - DMII
    - fatty liver diease
    - kanker
    - slaap apneu
  3. MSK = OA
19
Q

cardiovasculair ≈overgewicht

A
  1. studie 1
    - metabool gezond met overgewicht
    - vs metabool gezond zonder overgewicht
    - 34% meer kans
  2. studie 2
    - metabool ongezond met overgewicht
    - vs metabool ongezond zonder overwicht
    - 58% meer kans
20
Q

kanker ≈ overgewicht

A
  1. algemeen
    - per 5 kg = 11-42% meer kans
    - associatie bij 17 van de 22 onderzochte kankers
  2. PAF population attributale fraction
    - % van kanker patiënten die gerelateerd zijn aan overgewicht
    - vooral westerse landen
    - mannen = 3-5% van alle kankers
    - vrouwen = 8-12%
21
Q

energie opname

A
  1. VVM basaal metabolisme
    - SMR sleep metabolic rate = slapen
    - + arousal = wakker zijn
    - afh van lichaamsgewicht & samenstelling
  2. verschil in VVM
    - hogere vetvrije massa = meer verbuik in rust
    - krachttraining nuttig voor vetverbranding
    - mannen 15 tov 20% vetmassa
    - veroudering = stijging vetmassa
  3. andere vormen van energieverbruik
    - 10% DEE dietairy energy expendature = spijsvertering
    - AEE = actieve levensstijl
22
Q

energie balans

A
  1. energie uitgave
    - % falen van FA
    - 40% volwassenen
    - 80% bij kinderen = hogere richtlijnen
  2. energie inname
    - man heeft 2500-2700 nodig
    - 1980 = gemiddeld 2500-3000
    - nu = 3500+
    - vooral westerse landen
23
Q

vergrijzing

A
  1. probleem
    - chronische ziektes veel tijd voor installatie
    - door veroudering krijgen ze die tijd
    - ook grotere comorbiditeit
  2. veranderingen
    - 3x80 jarigen
    - 5% van wereldbevolking
24
Q

keuze van meetinstrument

A
  1. instrument
    - doel van meting
    - doelgroep = leeftijd & aandoening
  2. welke componenten van FA of sedentair gedrag meten
    - frequentie
    - intensiteit = lichte, matige of hoge
    - hoeveelheid = volume
    - type = wat specifiek doen
    - domein = context
  3. andere zeken
    - betrouwbaarheid
    - validiteit
    - praktische bruikbaarheid = kosten en effectiviteit
    - gebruiksgemak
25
betrouwbaarheid & validiteit
= niet kennen, enkel voor werken met masterproef 1. betrbouwbaarheid - stabiliteit van toestel - <0,50 = zwakke - 0.50-75 = matige - >0.75 = goede 1. validiteit - meet het toestel wat het moet weten - >0,30 = redelijk/matig - >0,40 = goed
26
praktische bruikbaarheid van meetinstrumenten
= van minst naar meest bruikbaar 1. observaties - directe observatie - double labeled water - indirect calorimetrie 1. log - PA logs - diaries 2. objectief - pedometers - heart rate monitors - accelerometers 3. self report - global self assessment - recall survey
27
andere zaken om rekening mee te houden
1. gebruiksgemak bij kinderen - 0-6 = nog niet kunnen lezen - 6-10 = onvoldoende cognitie voor reflexies - gevolg = nood van proxy's 1. kwantificeren van FA & SG is moeilijk - meet nooit alle componenten samne - soms meerdere testen nodig 2. andere - bruikbaarheid bij grote groeten - proberen gedrag proefpersoon niet beïnvloeden
28
meetmethoden
1. criteriummethoden - goudenstandaard - validering van nieuwe instrumenten - caloriemetingen - omzetten naar volume FA 1. objectieve methoden - volume objectief meten - kunnen we dan omzetten naar calorieën 1. subjectieve methoden = volume subjectief inschatten
29
relatie tussen eenheden vooor energie
1. calorie - 1g H20 met 1°c doen stijgen - 1 kcal = 4,1 kJ - 1kJ = 0,23 kcal
30
criteriummethoden
1. directe observatie - observatie & camera - per seconde per deelnemer - inschatten of FA of niet 1. dubbel gelabeld water - inname van water isotopen = drank - kijken naar snelheid van terecht komen in bloed of urine - is afhankelijk met energie verbruik 1. (in)directe calorimetrie
31
(in)directe calorimetrie
1. directe calorimetrie - persoon zit in caloriekamer - omgeven door water - meting van temperatuursverschil = eerste wet van thermodynamica - meting van lucht die hieruit komt 1. indirecte calorimetrie - vooral aërobe verbranding = vet & KH - respiratie kamer ≈ zuurstofmasker - RER respiratory exchange ratio - RER 1 = 100% KH - RER 0.85 = 50/50 - RER 0,7 = 100% vet
32
criteriummethoden voor & nadelen
1. voordelen - valide - zeer nauwkeurig kwantificeren van intensiteit & duur - meet energieverbruik = (in)directe calorimetrie 1. nadelen - tijdsintensief - duur - geen grote groepen = max 5-10 - geen lange tijdsperiode = max 24u - invasief = dubbel gelabeld water
33
bewegingsmeters
1. methoden - smartwatch - accelerometers - stappentellers = pedometers 1. voordelen = objectief 1. nadelen - geen info over specifieke context van gedrag - specifieke software nodig
34
pedometer
1. algemeen - vaak combinatie met dagboek - meer informatie over context 1. voordelen - makkelijk bruikbaar & af te lezen - goedkoop - stappen/dag of /uur bij nieuwe modellen - stappenpatronen bij nieuwe modellen 1. nadelen - nood aan elke dag notatie bij oude modellen - geen info over intensiteit & context - niet waterdicht - geen meting sedentair gedrag!!
35
actigraph accelerometer
= bakje rond heup 1. calibratiestudies - vergelijking met goudenstandaard - ontstaan van cut-points voor intensiteiten - probleem van verschillende cut-points = vergelijken van verschillende studies 1. voordelen - valide - info over intensiteit = sedentair gedrag & mate van inspanning - stappen/dag & uur - slaap 1. nadelen - geen infro context - geen verschil tussen zitten & staan bij oude modellen = 1 as - niet waterdicht
36
activPAL accelerometer
= pleister op been 1. voordelen - valide - info over intensiteit = sedentair gedrag & mate van inspanning - **waterdicht** - **inclinometer = verschil zitten & staan** 1. nadelen - geen info context - **soms huidirritatie** = vooral bij kinderen
37
betrouwbaarheid van accelrometers
1. studie - dragen van activPal & axivity - kijken naar overeenkomst 1. uitkomst - 24-uurs patroon sign. verschil - activpal & actigraph = meer PA & minder sedentair gedrag - ook verschil in intenstieiten = meer lichte PA
38
activity trackers
1. algemeen - consumenten niveau = makkelijk bruikbaar - combinatie met app of smartphone 1. toestel - interne accelerometer - hartslagmeter - ook meten van slaap
39
voor & nadelen van activity tracker
1. voordelen - veel info & makkelijk af te lezen - gebruiksgemak = export van data - aantrekkelijke toestellen - valide voor stappen/dag 1. nadelen - rond pols = geen verschil zit of stand - geen info over context - lage validiteit voor actieve tijd & energieverbruik = door dragen aan pols - duur
40
GPS
1. gebruik - context in kaart brengen - in combinatie met accelerometer = fysieke activiteit van context 1. voordeel - vb: QstarZ - goedkoop - valide - betroubwaar 1. nadelen - signalen = beperkt binnenhuis of hoge gebouwen - gebruik bij transport is inaccuraat - niet waterdicht - batterij snel leeg
41
subjectieve meetmethoden
1. IPAQ international physical activity questionnaire - meest gebruikt - valide - korte & lange versie - afgelopen 7 dagen = wandelen, licht fysiek, matig fysiek & sedentrai - lange versie = vraagt verder naar context 1. voordeel = specifiek info over context & gedrag 1. nadeel - subjectief - recall-bias = moeilijk herinneren/inschatten - sociale wenselijkheid = zichzelf beter voordoen - jonge kinderen hebben proxy nodig
42
van FA naar calorieën
1. berekening - 1 kcal/kg/uur = rust verbruik - compendium of PA = lijst van alle taken en bijpassende MET's - berekening kunnen maken op examen 1. kcal/week - rond 2000 actieve kcal per week = laagste risico - beide kanten links & recht = stijging