Kanker Flashcards

(52 cards)

1
Q

epidemiologie

A
  1. top 3
    - meest voorkomend mannen = prostaat
    - meest voorkomend vrouwen = borst
    - long
    - colorectaal
  2. prevalentie
    - 1/2 zal krijgen
    - wordt vaker een chronische ziekte
    - onderdrukt door medicatie of chemo
  3. maatschappelijk
    - grote kost
    - lage werkhervat
    - grote groep die wel nog actieve zol kan hebben
    - veel onderzoek naar promoten
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

overleving bij kanker

A
  1. overleving
    - 5j = 80%
    - afh van type
    - schilklierkanker = 100%
  2. goede overleving
    - teelbal & prostaat
    - borst
    - thyroid
    - huid
  3. slechte overleving
    - mesothelioma = mesemchym longen of hart
    - pancreas
    - galblaas
    - long
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

pathofysiologie

A
  1. carcinomen
    - meest voorkomen
    - in epitheel weefsel
  2. lymfatische metastase
    - vaak curatief
    - resectie weefsel & lymfe
  3. bloedmetastase
    - echte uitzaaiingen = in ander weefsel nestelen
    - slechte prognoses
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

staging van kanker

A
  1. internationale
    - stadium 1-2 = lokaal
    - stadium 3 = lymfatisch
    - stadium 4 = bloed
  2. borstkanker
    - stadium 0 = abnormale celdeling maar nog geen kankercellen
    - andere stadia ≈ internationale
  3. scoring TNM
    - 3 onderdelen met score 0-4
    - Tumor size
    - lymfe Nodules
    - Metastase
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

chirurgie voor kanker

A
  1. complete resectie = curatief
    - tumor & lymfe nodules
    - negatieve marings = voldoende weefsel rondom meenemen
    –> 1cm van rand tumor
    - positieve margins = niet genoeg marge
    –> vaak nood aan opnieuw operen
  2. palliatief
    - pijndemping
    - druk/obstructie opheffef
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

pre & post chirurgie

A
  1. neo-adjuvante therapie
    - tumor doen krimpen voor operatie
    - met chemo/radio
  2. adjuvante therapie = nabehandeling
    - kans op relapse minimaliseren
    - chemo/radio
  3. complicaties
    - litteken & fibrose
    - woundvocht = seroma
    - tissue tension
    - antalgische houding = protractie bij borstkanker
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

dissectie van lymfenodules

A
  1. sentinel lymfe nodule biopsie
    - radioactievetracer inspuiten in tumor
    - blauw & “warm”
    - afvoer naar bijhorende lymfeknoop volgen
    - enkel deze onderzoeken en eventueel wegnemen
    - gevolg = betere stagering & minder lymfoedeem
  2. andere
    - lymfe nodule sampling = wanneer onzeker
    –> abdominaal hoofd & nek
    - alle nodyles = axillair of inguinaal
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

radiotherapie

A
  1. mechanisme
    - lokale celdood van kanker cellen
    - kleine defecten in DNA
  2. indicaties
    - palliatief = preventie van groei & metastase
    –> pijndemping, druk, …
    - neo- & adjuvant = voorlopers finaal kampt maken
  3. types
    - externe
    - interne = brachytherapie
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

externe radiotherapie

A
  1. externe radiotherapie
    - berekenen van ligging & richting stralen
    - zo hoog mogelijk dosis met zo klein mogelijke collaterale damage
    - vb: borstkanker links = hartvermijden
  2. protontherapie
    - vaak bij hersentumoren & kinderen
    - Bragg-peak = actieve dosis pas loslaten op einde van straal
    - veel gerichter laten toenkomen
    - minder collateral damage
  3. keuze
    - radiotherapie heeft geen enkel voordeel
    - proton therapie is duur & exclusief
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

interne radiotherapie

A
  1. mechanisme
    - naalden inbregen = erg pijnlijk
    - draden
    - seeds
  2. gebruik
    - heel lokaal bestralen = minder collateral damage
    - post- of operatief
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

radioactieve medicatie

A
  1. mechanisme
    - schildklier = enige orgaan dat imodium Iodine kan opnemen
    - radioactieve variant opnemen
    - in isolatie gaan
    - specifiek kankercel degeneren
    - geen exposure voor de rest van het lichaam
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

bijwerkingen van radiotherapie

A
  1. acute neveneffecten
    - minder dan 3 maand & reversibel
    - soort verbranding huid = roodheid, zwelling & blaren
    - oedeem
    - slokdarm
    - vermoeidheid
  2. chronische
    - duren langer of treden laattijdig op
    - lymfoedeem
    - fibrotisering van weefsel = daling kwaliteit
    - secundaire tyumoren
    - pijn
    - teleangectasia = zichtbare bloedvaten
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

fibrotisering van weefsel

A
  1. structuren
    - spieren
    - alle BW = fascia, kapsel, lig, …
    - beenderen
  2. gevolg
    - verlies van flexibiliteit
    - geassocieerd funcitoneel verlies
    - verandering van wondheling & weefsel herstel
  3. symptomen
    - pijn
    - neuropathie
    - verlies in ROM
    - lymfoedeem
    - ribfracturen
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

veranderde wondheling door radiotherapie

A
  1. inflammatie
    - fibroblasten rekruteren
    - voorlopers van myofibroblasten
  2. proliferatie
    - myofibroblasten = collageen & elastine afzetten
    - process normaal onder invloed van signalen = gaat uitdoven
    - oxidatieve stress door radiotherapie = leidt tot langdurige & chronische inflammatie
    - myofibroblasten blijven aangemaakt worden
    - kleiner worden van borst = contractie myofibroblasten & collageen
    –> harder worden
  3. maturatie
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

endocriene therapie

A
  1. algemeen
    - enkel bij hormoon gevoelige kankers
    - blokkeren van productie of receptor binding
    - niet elk type vb: borst kanker kan voor verschillende gevoelig zijn
  2. vrouwen
    - borst kanker
    - gynaecologische tumoren
    - thyroid kanker
  3. mannen
    - prostaat kanker
    - thydroid kanker
  4. bijwerkingen
    - prostaatkanker = lagere botdensiteit
    - borstkanker = lagere botdensiteit, myalgie & artralgie
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

endocriene therapie bij vrouwen

A
  1. receptoren blokeren
    - pre-menopausaal = hoge oestrogeen levels
    –> moeilijk om productie stil te leggen
    - estrogeen & testosteron
  2. productie verminderen
    - post-menopausaal
    - androgeen -> estrogeen door aromatase
    - dit enzym inhiberen
    - 10-15j inname
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
17
Q

AIMS

A
  1. aromatase inhibitor associated musculoskeletal symptoms
    - 35-80%
    - 15-25% stopt hierdoor
  2. risicoprofielen
    - BMI onder 25
    - taxane-chemotherapie
    - eerdere hormoon therapie
  3. perifeer mechanisme
    - verstijven van synoviaal weefsel
    - kraakbeen aanpassingen
    - anti-inflammatoir van estrogeen = pijngevoeligheid toenemen
  4. centraal mechanismee = anti-nociceptief
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
18
Q

symptomen AIMS

A
  1. algemeen
    - hormonen invloed op heel veel dingen
    - seksuele functie
    - gemoed & welbevingden
  2. gewricht
    - stijfheid
    - symmetrische artralgie
  3. spieren
    - myaglie
    - tendinopathie & tenosynovitis
    - vooral enkel, hand & pols
    - trigger finger & carpal tunnel
  4. therpaie = beweging
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
19
Q

chemotherapie

A
  1. toediening
    - oraal = pillen voor chrongisch gebruik
    - subcutaan
    - intrathecaal = spinaal kanaal
    - intraveneus = hickman & picc catheters
    - intraperitoneaal
    - intramusculair
  2. mechanisme
    - zo specifiek mogelijk = 200 types
    - kanker cellen = sneldelen
    - op deze celdelingscyclus inwerken
    - andere sneldelende cellen ook aantasten = epitheel, slijmvlies, haar & nagels
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
20
Q

bijwerkingen van chemotherapie

A
  1. acuut
    - vermoeidheid
    - duizeligheid & overgeven
    - smaak & geur veranderingen
    - haar verlies
    - perifere neuropathie
    - executieve functies gedaald
    - supressie van beenmerg
  2. chronisch
    - vermoeidheid & zwakte
    - neurotoxiciteit
    - gewichts veranderingen
  3. laattijdig
    - fraility
    - secundaire kankers
    - cardiotoxiciteit
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
21
Q

cardiotoxiciteit

A
  1. afname van VO2max
    - standaard chemotherapie = 15% op 3maand
    –> hoogste risico bij antracyclis & tastuzumab
    - variaties op chemotherapie = 10% op 3 maand
    - normale veroudering = 10% op 10j
  2. risicofactoren = overlappend met kanker zelf
    - 65+ & vrouw
    - hypertensie & DM
    - coronair of perifere vaatziekte
    - cardiomyopathie
    - hartfalen
  3. cardiomyopathie
    - schade aan hartcellen
    - firbose
    - verandering van ritme
22
Q

HFrEF door cardiotoxiteit

A
  1. soorten
    - acuut = tacycardie of aritmie
    –> zeldzaam & reversibel
    - early onset = minder dan 1j
    - late onset
  2. symptomen
    - dyspnoe & hoesten
    - wakker borden door kortademigheid
    - niet vlak kunnen liggen
    - gewichtstoename
    - zwelling van benen
23
Q

beenmerg suppressie door chemotherapie

A
  1. gevolgen
    - daling van hemoglobine niveau = vermoeidheid & lagere inspanningstolerantie
    - neutropenie = verhoogd risico voor infecties
    –> vaak mondmasker meoten dragen
  2. klinisch
    - dip vooral na 1-2w
    - goede prognose
    - therapie/reductie = G-CSF granulocyt-colony stimulation factor
24
Q

perifere neuropathie door chemotherapie

A
  1. voorkomen
    - 70% BL & OL
    - 30% OL
    - 5% BL
  2. symptomen
    - handschoen/sok gevoel
    - proprioceptie verstoord = valrisico
    - verlies van kracht = zelden
  3. risicofactoren
    - platinum medicatie
    - taxanes
    - vinca alkaloids
    - myeloma therapie
  4. prognose
    - reversibel
    - vaak residuele klachten
25
targeted therapie
1. algemeen - aanval op 1 specifiek kenmerk van kankercel - vaak eiwitten - minder collateral damage - neveneffecten blijven aanwezig = cardiotoxitieit 1. mediicatie - herceptine = trastuzumab = cardiotoxitieit - perjeta = HER2 positieve borstkanker
26
immunotherapie
1. algemeen - helpen van imuunsysteem - biological therapy 1. adaptaties van kankercellen tegen immuunsysteem - genetische adaptaties = minder zichtbaar voor immuuncellen - proteïnen op opp. dat cellen uitschakelen - veranderingen in cellen rond tumor = andere interactie met immuunsysteem
27
bijwerkingen van immunotherapie
1. frequente - koorts symtomen - vermoeidheid - roodheid, rash & jeuk - infecties - pijn of stijfheid - myalgie & artralgie 1. minder frequente - GI & colitis = pijn & diarree - longproblemen = hoesten & dyspnoe - auto-immuun = DM - thyroid - lever & nieren
28
nutritionele status bij kankerpatiënten
1. cachexie - risease related malnutrition - systemisch metabool probleem = inflammatie - afname lichaamsgewicht - vet & spier 1. sarcopenie - afname van spiermassa & functie 1. sarcopenische obesitase - afname spiermassa - toename vetmassa 1. ondervoeding zonder onderliggende metabole processen - slik/smaak problematiek - frequent overgeven/diarree
29
ondervoeding
1. algemeen - 20-70% van kankerpatiënten - 10-20% doodsoorzaak 1. mechanisme - verstoorde inname - verhoogde eneregie & proteïne nood - verlaagde anabole stimuli vb: FA 1. hoger risico - kanker van GI, lever, long, hoofd & nek - verder kanker stadia - hogere leeftijd
30
sarcopenie
1. mechanismen - leeftijd = daling van estrogene & androgrene hormoon productie - anti-hormonale therapie = prostaat & borstkanker - FA tekort - inadequate eiwitten & vit D inname 1. therapie - FA - vit D optimaliseren - eiwitinname = 1,2-1,5 g/kg/d - energieinname = 25-30 kcal/kg/d
31
wasting
1. oorzaken - anorexie nervosa - neglect - loneliness - alcoholism 1. oorzaken direct door tumor - tumor van neus, keel & longen - obstructie 1. symptomen - misselijkheid - overgeven 1. therapie - obstructie = stent plaatsen - misselijkheid = aanpassen van anti-emitica plan - obsipatie = laxatie - FA - nutritioneel plan
32
kanker-gerelateerde vermoeidheid
1. normaal = logisch verband - moe zijn - meer rusten & aanpassen activiteiten = beter - functioneel = beschermend 1. kanker-gerelateerd - logisch verband is weg - onverklaarbare moeheid - geen verhouding tov. rust & activiteiten - niet alleen fysiek maar ook cognitief = brain fogg
33
voorkomen van kanker-gerelateerde vermoeidheid
1. tijdens therapie - 60-85% - 10-45% matig tot ernstig vermoeid - 55% tijdens aromatase inhibitoren - 40% tijdens ADT 1. post-diagnose - 1j = 60% - 3j = 20-50% - 5-30j = 24% van AYA adolescent and young adult survivors 1. under- - underdiagnosed - undertreated = 40% heeft geen therapie gekregen - 20% gelooft dat er iets aan gedaan kan worden
34
mechanisme van kanker-gerelateerde vermoeidheid
1. centrale vermoeidheid - 5 hypotheses - geen dysfunctie maar veranderde processen - neuronale impulses niet kunnen versturen 1. perifere vermoeidheid - morfologisch is spier intact - veranderde processen zorgen ervoor dat energie niet beschikbaar is 1. risicofactoren - depressie = ook DD - slaapstoornissen - fysieke inactiviteit & deconditionering - hoog BMI - negatieve coping
35
mechanismen van vermoeidheid
1. toename van pro-inflammatoire cytokines - voor therapie = door tymor - tijdens therapie = respons op collateral damage - inductie tot centrale & perifere vermoeidheid 1. interactie met andere mechanisme - HPA-as dysregulatie - sertonine metabolisme - vagale activatie 1. ATP dysregulatie - kanker of therapie zorgt voor schade aan SR - dysfunctie van mitochondrionaal metabolisme - falen van ATP heraanvulling - gevolg = opbouwen van metabolieten zoals lactaat & inorgantische fosfaten
36
therapie van kanker-gerelateerde vermoeidheid
1. regelmatig screenen - multidimensionele vragenlijsten - met 0-10 score - vanaf 4 = lichte vermoeidheid die impact heeft - actie onderenemen = comorbiditeiten/geassocieerde factoren aanpakken 1. fysieke activiteit = sterkte evidentie - controle & verbeteren van vermoeidheid - heel contra-intuitief & moeilijk voor patient --> patient & family education nodig! - HIIT mag overwogen worden bij mensen die dit willen 1. psychosociale interventies - pyschoeducatie - cognitieve gedragstherapie - verhogen van self-help/management - doel = herstructureren van cognitieve appraisal & verhandering van coping 1. medicatie - geen slaapmedicatie! = geen evidentie - enkel corticosteroiden aangeraden indien palliatief
37
cognitieve dysfuncties
1. algemeen - heel verschillend & vaak subtiel - 15-85% van survivors 1. problemen met - korte termijn geheugen - multi-tasken - complexe problemen oplossen - concentratie - fijne motoriek 1. risicofactoren = aangrijpingspunten van therapie - type & dosis van therapie - comorbiditeiten - leeftijd - educatie & socio-economische afkomst - overgewicht & verlaagde activiteit - slaaptekort & vermoeidheid - depressie & stress
38
mechanismen van cognitieve dysfuncties
1. directe neurotoxiciteit - hersen operaties - radiotherapie - intraspinale/veneuze chemotherapie 1. indirecte neurotxiciteit - laaggradige inflammatie - hormoon therapie - vroegtijdige menopauze 1. genetische voorbeschiktheid
39
integrateive oncologie
1. 3 pijlers - primaire conventionele geneeskunde = EBM - aanvullende lifestyle interventies - complimentaire geneeskunde ≠ alternatieve geneeskunde 1. mindfullness - yoga & taichi - acupunctuur - gevolg = stress reductie 1. andere voorbeelden - muziek therapie - biofeedback - hypnosis - reflexologie - ...
40
krachttekort door kanker
1. oorzaken - deconitionering & atrofie - complicatie door chirurgie & radiotherapie - polyneuropathie door chemotherapie 1. screening - examinatie ven zenuwen - HHD
41
osteoporose
1. niet-behandelbare risicofactoren - vrouwen 65+ - genetisch - lage impact tijdens FA in verleden 1. behandelbare risicofactoren - roken - alcohol of caffeïne gebruik - laag Ca & Vit D absorptie - langdurig corticoïden gebruik - huidig laag activiteitsniveau 1. kankerspecifieke risicofactoren - bepaalde chemotherapie & hormonale therapie = AI - vrouwen met ovarian sumpression als therapie
42
oefentherapie voor osteoporose
1. preventief - oefentherapie met impact - 4-5x per week voor 30min - lopen, springen, ... 1. therapie - oefentherapie zonder impact - gericht op valpreventie - 4-5x voor 40min - tai chi, wandelen, fietsen, ....
43
FA bij kanker
1. indicaties - preventief - voor therapie = better IN better OUT - tijdens therapie = behoud - na therapie = revalidatie 1. preventie - 10-25% risicoreductie - sterke evidentie voor 7 kanker = meest frequente --> alle andere minder evidentie maar zeer waarschijnlijk ook nuttig - matig tot hoog intensief - laag intens = minder effect - daling van andere comorbiditeiten = DM, cardiovasculair, ...
44
FA voor overleving
1. prediagnose - 20% minder kans op sterfte van borstkanker - 25% minder kans op sterfta van darmkanker 1. post-diagnose - 30-70% - lager risico op sterfte voor borst, darm & prostaat kanker - weinig onderzoek op weerstandstraining
45
FA voor bijwerkingen
1. sterke evidentie - anxiety - depressie & vermoeidheid - lymfe oedeem - fysieke functie & QoL 1. matige evidentie - bone health - slaap 1. lage evidentie - cardiotoxiciteit - cognitieve functie - val preventie - pijn - seksuele functie - misselijkheid & tolerantie tegen therapie
46
richtlijnen voor fysieke activiteit
1. aerobe training - 3x per week - 30min - 8-12 weken - 40-60% HRreserve 1. krachttraining - 3x per week - 3x8-15 - minimum 60% 1RM 1. rekening houden met complicaties = KNGF-richtlijn - cardiotoxiciteit - kanker-gerelateerde vermoeidheid - chemotherapie induced perifere neuropathie - metastase & OP
47
cardiotoxiciteit als complicatie
1. maximale inspanningstest - is veilige oefentherapie mogelijk - wat zijn limiterende factoren - keuze van therapie vormen 1. afwegen = zelfde 3 bij alle complicaties - voordelen van oefentherapie & risico's van niet bewegen - risico van oefentherapie op fracturen of compressie - aanpassen van oefentherapie voor minimaliseren risico 1. oefentherapie = vermijden van valsalva
48
vermoeidheid als complicatie
1. factoren die invloed hebben op vermoeidheid - verwerkingsproblemen - slaap-waakritme - over/onderactiviteit - verwachtingen & angst van revidief - MVI-20 multidimensionele vermoeidheids index 1. multidisciplinaire therapie indien - vermoeidheid voor diagnose - angst/spanning/depressie - na 12w geen voortgang
49
perifere neuropathie als complicatie
1. opmerken van signalen - verstoorde tast = tintelingen & prikkelingen vooral aan handen & voeten - verminderd pijn/temperatuur gevoel - pijnscheuten - zwakte of verminderde spierkracht - problemen met coördinatie 1. verdere evaludatie - TUG - FAB Fullerton Advanced Balance scale 1. oefentherapie - zo vroeg mogelijk na klachten - individuele aanpassingen - aangedane lichaamsdeel zoveelmogelijk bewegen
50
botmetastase als complicatie
1. informatie over metastase - locatie & aard van botmetastase --> instabiel = groter risico - aanwezigheid van pijn & neurologische symptomen - aanwezigheid van osteoporose - inschatting valrisico - therapie van metastase 1. oefentherapie - gepersonaliseerd - gesuperviseerd - vermijden van dwarse krachten & compressiekrachten - zo veel mogelijk functioneel
51
aanvulling van richtlijnen
1. toegoeven van flexibiliteit - goede complementaire therapie - als opwarming of cooling down 1. intensiteit - laag vermijden = te weinig effect - gedeconditioneerd = 2-10min intervallen in totaal 10min --> verder opbouwen naar richtijn - hoog is in meeste gevallen veilig 1. dosering - sommige mensen zullen doel nooit halen - iets is beter als niks - verder onderzoek daar differentiatie dose gezond & kanker
52
exercise clearance
1. algemeen - normaal altijd door dokter - zelf ook uitvoeren - 5% risico op ernstige events tijdens FA 1. waarom - voorbestaande cardiovasculaire aandoeningen --> kunnen vergroot worden door kankertherapie - cardiotoxiciteit bij kankertherapie - beroerte of myocard infact zijn veel voorkomende doodsoorzaken bij survivors