Pediatrie Flashcards

(47 cards)

1
Q

belang van inspanningstesten

A
  1. evaluatie
    - bepalen cardiovasculair & respiratoir respons
    - evalueren van symptomen bij inspanning
    - evalueren van EIBC exercise induced broncho constrictie
    - evalueren capaciteit, spiersterkte & uithouding
  2. therapie
    - overtuigen kind & ouders
    - bepalen drempels & intensiteit
    - follow-up ziekte & behandeling
  3. prognostische waarde
    - bij muco beter dan longfunctie = korte termijn
    - correlatie met survival
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

interpreteren van inspanningstest

A
  1. maximale test
    - RER = 1-1,05
    –> 1,15 bij volwassene
    - HFmax = 80-85%
    –> lager kan = kan niet altijd bereikt worden door beta-blokkers & chronotrope incompetentie
  2. VO2max
    - uitgedrukt in %
    - 82-120% wordt verwacht
  3. beperking bepalen
    - cardiaal = O2pulse gedaald = HF/VO2
    - respiratoir = ademhalingsreserve normaal 20-30%
    –> indien gedaald = respiratoire beperking
    –> ook naar oxygenatie kijken
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

methode van inspannignstest

A
  1. fietsproef
    - leeftijd = vanaf 6j
    - coördinatie = minimaal
    - personen = 1
    - ruimte = minder nodig
    - ECG = minder artefarcten
    - VO2max = lager door minder spieren
  2. looptapijt
    - leeftijd = vanaf 3-4j
    - coördinatie = meer
    - personen = 2
    - ruimte = meer nodig
    - ECG = meer artefarcten
    - VO2max = hoger
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

aandachtspunten inspannignstest

A
  1. contra-indicaties
    - griepepisode
    - bloeddruk te hoog
  2. VO2max
    - bij inspanningstest enkel VO2piek kunnen meten
    - momentaire hoogte opname
  3. protocol
    - RAMP
    - stapgewijs = te moeilijk voor kinderen door extra drempel
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

fysieke fitheid bij kinderen

A
  1. noodzaak
    - goede gezondheid
    - vaardigheden
  2. invloed
    - fysiek functioneren
    - cardiometabole risico
    - neurologisch functioneren
    - emotionele & psychosociaal ontwikkelen
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

vicieuze cirkel bij kinderen met chronische ziekte

A
  1. inactiviteit
    - chronische aandoening
    - omgevging
    - weinig actieve speeltijd & veel schermtijd
  2. sedentaire levensstijl
  3. deconditionering
  4. chronische inflammatie
  5. gezondheidsklachten
    - sarcopenie
    - verminderde immuniteit
    - cardiovasculair risico
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

cardiometabool risico

A
  1. cardiometabool risico
    - bij kinderen wordt basis al gelegd
    - anti-inflammatoir
    - mitochondrionale & spierontwikkeling
    - insuline resistentie daalt
    - bloedvaten & lipiden profiel
  2. lipiden profiel
    - 60min
    - 3x per week
    - <75% maximale hartslag
    - daling LDL cholesterol & trigylceriden
    - meer dan 60min stijging HDL
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

belang van fysieke fitheid bij obesitas

A
  1. dieet = daling van lihcaamsvet
  2. fysieke activiteit
    - daling lichaamsvet
    - stijging van spiermassa = preventie & therapie van metabool syndroom
    - verhogen van insuline sensitiviteit = onmiddelijk & langetermijn
  3. sedentair gedrag
    - sterke toename afgelopen jaren
    - meer bij chronische zieken
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

te veel fysieke activiteit

A
  1. gevolgen
    - verminderde groei
    - MSS klachten
    - immuun daling
    - overuse syndrome
  2. kinderen met chronische aandoening
    - spectrum in dunner geworden
    - sneller overuse
    - betere dosering noodzakelijk
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

verminderd inspanningsvermogen bij chronische ziektes

A
  1. algemeen
    - bijna elke chronische ziekte
    - individuele patient kan wel goed zijn door training
  2. slecht naar beter
    - spina bifida
    - achondroplasie
    - juviele ideopatische artritis
    - CF cystische fibrose
    - CP
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

belang van beweging

A
  1. activiteit als jongeren
    - hogere gezondheid als jongere
    - hogere activiteit als volwassene
    - hogere gezondheid als volwassene
  2. aanpakken
    - identificeren van personen met specifieke aandachtspunten
    - identificeren van bewegings bezorgdheden & limitaties
    - voorschrijven van disease specific oefenprogramma
  3. activity triade
    - fysieke literacy
    - dagelijkse MVPA
    - spierfitheid
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

pediatric inactivity triade

A
  1. exercise deficit disorder
    - inactive community
    - levels van matige tot ernstige FA onvoldoende
    - risicofactor
  2. pediatric dynapenia
    - inactive parents & peers
    - lage levens van spiersterkte & kracht
    - niet gerelateerd aan ziekte
    - vaker inactief & vaker letsels
  3. fysischse illiteracy = gebrek aan
    - inactive schools
    - vertrouwen
    - competentie
    - kennis
    - motivatie
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

richtlijnen

A
  1. richtlijnen voor kinderen
    - minimaal 60min per dag MVPA
    - minimaal 3x per week spier & botversterkende activiteiten
    - minimaliseren van scherm & sedentaire tijd
  2. richtlijnen voor chronische ziekte
    - afwezig of beperkt
    - clinici blijven onzeker = risico’s afwegen
    - hoeveelheid afh van ernst & gezondheidsstatus
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

cystische fibrose

A
  1. mucoviscidose
    - autosomaal recssief
    - 1/2500-4000
    - abnormale expressie van CFTR transmembrane conductie regulator proteïne
    –> chloor kanalen
  2. systeem aandoening
    - pancreas problemen & diabetes
    - level
    - longproblemen & infecties
    - rechterhart hypertrofie & pulmonale hypertensie
    - infertiliteit
    - botten = artritis & osteoporose
  3. infecties
    - dikker slijm
    - moeilijker ophoesten
    - broeihaard voor bacterieën & langer behouden
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

inspanningsvermogen CF

A
  1. inspanningsvermogen
    - gedaald zelf bij milde vormen
    - correlatie met aantal hospitalisaties
  2. fysieke activiteit
    - licht = vrij gelijkaardig
    - matig tot hoog = sterk beperkt
  3. longen
    - productie dikkere mucus
    - ventilatie/perfusie mismatch
    - zuurstof saturatie gedaald
    - meer dode ruimte
    - vergroting van ventilatie bij inspanning
  4. spieren
    - microvasculaire vernaderingen
    - lagere ATP & PCr levels = mismathc
    - spieratrofie = nutritioneel & inflammatoir
    - verhoogde ademarbeid = minder doorbloeding
    - overprotectie
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

advies voor beweging bij CF

A
  1. risico-analyze
    - CPET om de 2j
    - HFmax
    - zuurstofsaturatie
    - bronchospasme
    - respons op therapie
  2. aandachtspunten
    - inspanning bij bwarmte
    - elektrolyten & vocht inname na inspanning = meer verlies door ion kanalen
    - fitness = overdracht & contaminatie
    - ernstige CF = monitor van O2-saturatie
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
17
Q

beweging bij CF

A
  1. aeroob
    - 70% maximale
    - minimum 2x per week
    - verbetert longfunctie
    - anaeroob = voldoende rust
  2. weerstand
    - veilig
    - best body-weight
    - echt krachttraining = gelimiteerd & onder supervisie
  3. fleibiliteit en mobiliteit
    - Yoga
    - mentale & fysieke benefits
    - chest stretching = helpt met ademhalingstherapie
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
18
Q

astma

A
  1. voorkomen
    - 14%
    - jongens op jonge leeftijd
    - meisjes op oudere leeftijd
  2. pathologie
    - chronische inflammatie luchtwegen
    - allergisch vs niet-allergisch
    - bronchoconstrictie
  3. EIBC exercise induced bronchoconstrictie
    - water-verlies hypothese
    - thermische hypothese = cooling van de LW bij sporten
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
19
Q

belang van beweging bij astma

A
  1. hogere morbiditeit & mortaliteit
    - verlaagde fysieke activiteit
    - ongezonde eetgewoontes & overgewicht
    - exposure van luchtvervuiling
    - sociaal economische status & psychologische problemen
  2. fysieke inactiviteit
    - verminderde astma controle
    - meer exacerbaties
    - slechtere longfunctie & inspanningscapaciteit
20
Q

therapie van astma

A
  1. asthma action plan = wat doen bij aanval & sport
    - warming up
    - short-acting bronchodilatoren
    - controleren triggers vb: koude-droge lucht
  2. inspanning
    - lage intensiteit
    - ventilatie recovery vb: HIIT
    - niet uitlokkend = koude lucht vermijden
  3. inspanning bij EIBC
    - high intensity
    - variabele intensity warm-up
  4. evidentie
    - betere inspanningscapaciteit
    - betere longfunctie
    - minder bronchiale reactiviteit
    - minder hospitalitsaties & medicatie
    - betere QOL
21
Q

beweging bij astma

A
  1. aeroob
    - 60min voor begin = medicatie
    - bij deconditionering = lage intensiteit & korte duur
    - anaeroob = intermittent, HIIT & herstel toelaten
  2. weerstand
    - onderdeel bij gedeconditioneerde kidneren
    - 2-3x per week
    - niet opeenvolgende dagen
  3. fleibiliteit en mobiliteit
    - onwaarschijnlijk uitlokkend
    - geen benefits bewezen
22
Q

juveniele idiopatische artritis

A
  1. algemeen
    - 1/1000 kinderen
    - auto-immuun
  2. aandoening
    - gewrichtsspecifieke inflammatie
    - verschoord immuunprofiel = meer inflammatie
    - schade van gewrichten & beenderen
  3. gevolgen
    - pijn & bewegingsangst
    - minder FA & FF
    - minder inspanningsvermogen
    - vicieuze crikel = gewrichtspijn -> deconditionering - > atrofie -> spierzwakte
23
Q

beweging bij JIA

A
  1. inspanningscapaciteit
    - verminderd = meer bij meer aangetaste gewrichten
    - correlatie met inflammatoire parameters = bezinkinssnelheid & CRP
  2. training
    - goed in elke fase van ziekte
    - effecten na 8-12w
    - zowel aeroob & beperkt weerstand
    - na opstoot = progressief & gradueel
  3. keuze
    - geen contact sporten bij spinale artritis
    - gewichtheffen = vorzichtig & heel progressief
  4. niet trainen
    - koorts
    - pijn
    - actieve inflammatie
24
Q

praktische adviezen bij JIA

A
  1. aeroob
    - lange opwarming & cooldown voor blessure preventie
    - 45-60min
    - matig intensief
    - low impact
    - gewichtdragend mag
    - anaeroob te vermijden
  2. weerstand
    - opletten met opstoten
    - laag tot matig intensief = 60%
    - zwaardere gewichten = onder supervisie
  3. flexibiliteit & mobiliteittraining
    - Yoga
    - Tai Chi = voorkomen van gewrichtsstijfheid
25
aangeboren hartafwijkingen
1. prevalentie - 8/1000 pasgebornen - vaak kleinere = VSD - 90% van ernstige overleven - complexe chirurgie 1. therapie - hartcatherisatie - chirurgie = mediane sternotomie of laterale thoracotomie - hybdride
26
soorten hartafwijkingen
1. afwijkingen - divers spectrum - kleppen afwijkend - doorgangen vernauwd - vaak chronotrope incompetentie = lagere HF 1. ernstige aandoeningen - hypoplastische RV - eenkamerhart
27
hypoplastische rechter hartkamer
1. algemeen - RV niet ontwikkeld - ergste aangeboren afwijking 1. therapie - Fontan circulatie = alternatieve bloedcirculatie maken - zonder passage bij hart gaat bloed naar longen - drukken longen moeten laag genoeg blijven - sterk gedaald inspanningsvermogen
28
tetralogie van Fallot
1. tetralogie van Fallot - cyanotische hartafwijking = blauw tijdens eerste maanden - opereren op 5 maand 1. restletsels - lekkage pulmonaal klep - dilatatie van RV - onvoldoende bloed naar longen = inspanningscapaciteit gedaald
29
post-operatief
1. gevolgen - litteken - beademing - medicatie 1. therapie - positioneren - respiratoire mobilisatie - vroegtijdige passieve mobilisatie kind - actief al na dag 2 zelf met drains = fietsen, kruipen, ...
30
capaciteiten van aangeboren hartafwijkingen
1. inspanningsvermogen - bij alle afwijkingen gedaald inspanningsvermogen - ook bij lichte - elke parameter bij inspanninstest is gedaald 1. motorische vaardigheden - gedaalde MABC-score - gedaalde dextiriteit - gedaalde coordinatie & balvaardigheden
31
mechanisme van verlaagd inspanningsvermogen bij kind
1. gedaald slagvolume - systolisch = contractie - diastolisch = relaxatie 1. andere hartafwijkignen - chronotope incompetentie = autonome dysfunctie - ritmestoornissen - residuele letsels = klepstenose, VSD, ... 1. andere - medicatie - deconditionering door overprotectie - verminderde spierkracht
32
belang van fysieke activiteit bij aangeboren hartafwijkingen
1. prognose - verdere daling van inspanningscapaciteit bij ouder worden - belang van vroegtijdige interventie 1. behandelbare aspecten - stimuleren ouders voor beweging = overprotectie tegengaan - fysieke activiteit = zelfde algemene richtlijnen - zoveel mogelijk integratie in normale sport
33
specifieke indicaties bij aangeboren hartaandoeningen
1. uitzonderingen - bepaalde aandoeningen gevoelig voor verschillende types sport - statische contractie - dynamische contractie = hogere HF - combinatie van beide is moeilijkste 1. statische contracties - hogere drukken - verdikking van hart - verdere daling van hartfunctie - doorgedreven fitness post-operatief niet doen --> "wat gebeurd met je spieren gebeurd met je hart" 1. specifieke indicaties - pacemaker = contactsporten - aortha klep vervanging = hoge intensiteit sporten - ritmestoornsissen = exercise induced arrhythmia
34
revalidatie programma bij aangeboren hartafwijkingen
1. indicaties - deconditionering - minder FA - kinderen oppikken voor te diep in negatieve spiraal 1. uitvoering - breed spectrum van sportdisciplines - sport in groep & in gelijkwaardige groepen - motiveer zoveel mogelijk - monitoring van HF & symptomen - thermoneturale omgevingen = neutrale hitte 1. effecten - goede effecten korte & lange termijn - verhoogd inspanningvermogen - hogere zuurstof opname - betere cardiale vulling & output/slagvolume - meer spiersterkte & massa
35
stappen van revalidatie programma
1. anamnese & klinisch onderzoek 1. 5 baseline parameters - hartfunctie - longdruk - aorthavernauwing - arithmie - zuurstofsaturatie in rust & inspanning 1. type exercise 1. CPET - risicobepaling & intensiteit bepalen - prognostisch 1. sporten aan relatieve intensiteit 1. follow-up
36
kinderoncologische aandoeningen
1. heterogene groep - leukemie - hersentumoren - solide tumoren = over heel lichaam --> buik/spier 1. algemeen - voorkomen gebonden aan leeftijd - grote verbetering van therapie - geen acuut probleem maar chronische ziekte zelf na therapie - door neveneffecten 1. prognose - lichaamssamenstelling - cardiorespiratoire fitness - socio-economische status - slaap & vermoeidheid - executieve functie - complicaties van behandeling = hartfalen door chemo - QOL
37
testing & therapie kinderoncologische aandoeningen
1. testing - lichaamssamensteling - fysieke fitheid & activiteit - psychosociale paramtere - vermoeidheid - participatie - QOL 1. interventies - nutritioneel - fysieke fitheid & activiteit - psychosociale programmas - kanker kampen & familie georiënteerd
38
bevindingen bij oncologische kinderen
1. functie - daling spiermassa & kracht - spierstijfheid - verminderde inspanninscapaciteit - verminderd BW - secundaire scoliose 1. activiteiten - 2/3 haalt richtlijnen niet - ADL & schrijfproberne - manken 1. participatie - school - sporten - familie
39
revalidatie programma voor oncologische kinderen
1. inhoud - meestal voor aerobe activiteit in combinatie met 2 of meer andere - weerstand - evenwicht - coordinatie - motore vaardigheden - sport participatie 1. SLP stoplight program - interventie voor verhogen van fysieke activiteit - rood = zware beperkingen = 1x per week - geel = weinig beperkingen = 1-2x per maand - groen = geen beperkingen/interventie 1. effecten - verbeterd lichaamssamenstelling - stijging van fysieke activiteit & fitheid - stijging motorische vaardigheden - stijging kracht & flexibiliteit - stijging QOL
40
modaliteiten van revaldiatie programma onco
1. aeroob - 2-4x per week progressie naar 3-5 - 40% verhogen naar 70% - 30-45min = eventueel lager - interval training mag 1. opletten - cardiomyopathie = anthracyclines - neuropathie - anaeroob = geen evidentie 1. weerstand - 1-3x per week - hoge repetities - lage belasting 1. flexibiliteit & mobiliteit - yoga & andere - neuromusculaire coordinatie verbeteren
41
uitvoeren van revalidatie programma
1. algemeen - geïndividualiseerd programma - streven naar algeme richtlijnen - korter & frequenter = minder complicaties - rekeninghouden met vermoeidheid 1. contra-indicaties - immunosuperessie = infectierisico = niet in groep - lage bloedplaatjes < 10.000
42
KaBoost in UZgent
1. multidisciplinair team - revalidatie-arts - oncoloog - psycholoog - endocrinoloog 1. topics - slaap - beweging - sociale & motorische vaardigheden - voeding - emotionele aspecten - lotgenoten
43
post-transplantatie
1. meest frequente - heel weinig frequent - nier - lever - hart 1. training = zelfde als onco!
44
inspanningsvermogen post-transplantatie
1. daling - ziekte & voorgeschiedenis - dialyse, medicatie & operatie - immobilisatie vooraf - deconditionering achteraf 1. bevindingen - daling lever < nier < hart = ergste - VO2max gedaald - QOL gedaald 1. gevoeligheid voor metabool syndroom - leefstijl - immunosupressie & inflammatie - dieet & zoutretentie - schermtijd - inadequate slaap
45
belang van sportparticipatie bij chronische kinderen
1. fysieke effecten - minder sedentariteit - meer PA - verhoogde inspannignscapaciteit 1. cognitieve effecten - gevoel van meer fysieke competentie - verhoogde self-efficacy
46
determinanten voor sportparticipatie
1. gedrag - algemene fysieke activiteit - georganiseerde sport - actief spelen - actief transport - sedentair gedrag - slaap 1. omgeving - familie & vrienden - school - community & omgeving 1. strategien - overheid - niet-overheid
47
barrieres voor sportparticipatie
1. sociaal - groepsdruk - isolement 1. aandoening - letsels - neveneffecten medicatie - littekens 1. kind - motore vaardigheden - concentratie - competitite gerichtheid - emotionele problemen 1. omgeving - ziekenhuisbezoeken - kost - tijd - overbescherming