Wat bedoelt Roger D. Martin met de metafoor van het ethics looking glass?
Dat auditors niet alleen naar hun eigen ethiek moeten kijken, maar ook naar de ethische omgeving van hun cliënten.
Wat is het verschil tussen looking within en assessment in de auditethiek?
Looking within richt zich op de ethiek en onafhankelijkheid van de auditor zelf; assessment op de ethische infrastructuur van de cliënt.
Waarom is alleen focussen op de professionele waarden van de auditor onvoldoende?
Omdat goede interne controles weinig waarde hebben als het management en de organisatiecultuur onethisch zijn.
Welke kernwaarden staan centraal bij looking within?
Integriteit, onafhankelijkheid, objectiviteit en vertrouwelijkheid.
Hoe heeft de Sarbanes–Oxley Act de onafhankelijkheid van auditors versterkt?
Door audit committees verantwoordelijk te maken voor de auditor, adviesdiensten te beperken en draaideurregels in te voeren.
Op welke momenten in de audit is assessment van de ethische omgeving cruciaal?
Tijdens audit planning, frauderisico‑inschatting en internal control reporting.
Wat is de fraud triangle?
De combinatie van incentives/pressures, opportunities en rationalization die fraude mogelijk maakt.
Wat omvat een ethische infrastructuur volgens Martin?
Formele systemen, informele systemen en het organizational climate.
Wat is Martins kernconclusie?
Auditors moeten zowel hun eigen ethiek bewaken als systematisch de ethische betrouwbaarheid van de cliënt beoordelen.