WC07 Flashcards

(30 cards)

1
Q

In welke fasen van de infectie zien we kliniek bij de dieren ten gevolge van deze infectie en hoe komen die klachten tot stand?

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Wie of wat is/zijn de bron(nen) voor infectie tijdens het weideseizoen als het gaat om een infectie met kleine strongyliden (Cyathostominae)?

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Stel dat u in het fecesmonster van de jaarling geen eieren vindt, welke conclusie kunt u dan trekken?

A

Dan kun je cyathostominose niet uitsluiten, omdat:
- Bij larvale cyathostominose zitten de larven ingekapseld in de darmwand
- Er zijn (nog) geen volwassen wormen → geen eiproductie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Welke verdenking heeft u waardoor u de extra adviezen en voorzorgsmaatregelen v.w.b. hygiëne in het lab aanbeveelt?

A

-De extra voorzorgsmaatregelen wijzen op een verdenking van een zoönotische infectie, met name: Strongyloides westeri
- Kan percutaan infecteren
- Larven kunnen actief door de huid dringen
- Vooral risico voor labpersoneel

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Geef in onderstaand schema aan of u de genoemde methode geschikt vindt om de diagnose cyathostominose te stellen en leg uw keuze uit.

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Tot welke groep helminten (cestoden, (non)-bursa - nematoden, trematoden) behoort Teledorsagia cicumcincta bij het schaap, en wat voor een type eieren scheiden deze maagdarmwormen uit?

A
  • nematoden, strongylus type eieren
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Beschrijf de levenscyclus van Teledorsagia cicumcincta. In welke stadia komt deze parasiet de winter door?

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Beredeneer welke grafiek de weidebesmetting van Teledorsagia spp, weergeeft

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

wie of wat is/zijn de bron(nen) voor infectie van Teladorsagia spp. tijdens het weideseizoen voor de lammeren?

A
  • de ooien die de eitjes uitscheiden, die zich ontwikkelen tot L3’s die de lammeren besmetten
  • ook de L3 die overwinterd hebben op het land
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Hoe kan een schapenhouder Teladorsagia spp. zo goed mogelijk beheersbaar houden door middel van hetzij anthelmintische interventie, hetzij een beweidingsplan of beiden?

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

bij welke van de twee wormsoorten verwacht u het snelste resistentie ontwikkeling tegen anthelmintica?

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Leg de levenscyclus van Ostertagiose uit aan de hand van de afbeelding.
Benoem daarbij:
a. Hoe lang het tenminste duurt voor een ei tot infectieus stadium ontwikkeld op het land
b. De duur van de prepatent periode

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Beredeneer aan de hand van de pathogenese de belangrijkste redenen waarom ostertagiose leidt tot diarree en groeivertraging

A

parietale cellen in de maag gaan stuk door ostertagiose, daardoor gaat zuurtegraad omhoog, pepsinogeen word niet meer omgezet tot pepsine. Hierdoor kunnen voedingsstoffen niet meer goed worden opgenomen, wat osmotische diaree veroorzaakt. Dit is maldigestie. Ook vind er een ontstekingsreactie plaats, en de aanwezigheid van wormen zorgt ook voor anorexie. Ook is er een verdedingingslaag stuk tegen andere pathogenen: namelijk de zuurtegraad in de maag. De wormen zijn nogsteeds extracellulair, maar ze kruipen wel tussen de cellen wat voor de schade zorgt.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Waarom treedt groeivertraging als gevolg van ostertagiose vooral op in de tweede helft van het weideseizoen?

A

omdat het 3 weken kan duren voordat larven volwassen zijn, moeten ook nog eieren uitscheiden, en tegen de tijd dat dat infectieus is ben je al wat maanden verder. Dus groeivertraging bij zieke koeien treedt pas op wanneer de larven maximaal aanwezig zijn (najaar / einde zomer).

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

bij ostertagiose

A

omdat de digestie is aangetast door de wormen kunnen de kalven minder nutrienten opnemen, ook is er anoxerie door aanwezigheid wormen, en eten wormen een deel van de binnenkomende nutrienten op.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Tot welke groep van de endoparasieten behoort Giardia spp.?

A

de protozoa en flagelaten. Dit zijn lumen-bewoners. Zitten in het darmlumen op de cellen (extra-cellulair).

17
Q

Leg de levenscyclus van Giardia spp uit aan de hand van de afbeelding en benoem of het om een directie of indirecte levenscyclus gaat?

A

ze zitten in het dier als cysten. Op de mucosa van dunne darm worden ze een trofocyt. Als de galzout concentratie afneemt gaat de trofocyt zich beschermen met een wandje, trofoxyt encyst ontstaat. Zo komt ingekapselde trofocyt in de omgeving, en is erg resistent daar.

directe cyclus

18
Q

Welke algemene risicofactoren voor overdracht zijn op te stellen voor een diarree veroorzaakt door infectieziekten (waarbij Giardia maar één mogelijke infectieuze oorzaak van de diarree binnen de differentiaal diagnose is)?

A
  • drukte
  • jonge naïeve populatie, en oude populatie
  • vieze omgeving (vooral met poep)
  • dus een fokker met pups is ‘hoogrisico’ populatie
19
Q

Kan men als mens in Nederland besmet raken met Giardia spp.? Indien ja, op welke wijzen? Verwacht u uitbraken in Nederland? Indien ja, onder welke omstandigheden?

A

Ja, vooral via slechte hygiëne (jonge gezinnen). Of door drinken uit natuurwater. Ook in verpleeghuizen.

20
Q

Waarom verwacht u in de regel geen bloederige diarree bij mensen en dieren tijdens (of als restverschijnsel van) een infectie met Giardia?

A

ze veroorzaken geen grote laeesies, dus daarom komt er geen bloed vrij in het maagdarmkanaal. Giardia plakt zich op de mucosa, kan wel iets van littekens geven.

21
Q

U verdenkt een hond van giardia en besluit fecesonderzoek te (laten) doen. Welke stadia kunt u in de ontlasting aantonen? Welke methoden worden er gebruikt om Giardia in de ontlasting aan te tonen?

A

cyste is aan te tonen. Ook kunnen de trofozoïeten soms aangetroffen worden, maar die zitten alleen in diaree (dan hebben ze geen tijd gehad om cysten te ontwikkelen). Ook via PCR kan je het aantonen.

22
Q

Door welke verwekkers wordt het ziektebeeld Coccidiose veroorzaakt en binnen welke groep vallen deze verwekkers.

A

protozoa. Bij kip door eimeria, bij varken en mens: cysto-isospora.

23
Q

Geef op de weergegeven afbeelding op het scherm (deze wordt weergegeven tijdens de bespreking) van pathofysiologie aan van het ontstaan van diarree als gevolg van coccidiose.

23
Q

In welke fase van de levenscyclus van coccidiose vindt de meeste schade plaats?

24
Waarom zou het bij een vermoeden van infectie met cocccidiën (zoals Isospora suis) beter zijn om enkele dagen te wachten met het nemen van mestmonsters die men wil screenen op oöcysten?
de schizogonie veroorzaakt verschijnselen, dus tijdens verschijnselen zijn nog geen volwassen protozoa aanwezig, daardoor zijn er nog een oocysten. Alleen dieren die al langer diaree hebben, hebben oocysten.
25
Wat is de prepatente periode van Isospora suis bij het varken en is deze langer of korter dan de incubatie periode. Wat brengt dit voor moeilijkheid met zich mee met betrekking tot diagnostiek??
prepatente periode is 5 tot 7 dagen. De prepatente periode is langer dan de incubatieperiode. Daardoor moet je dus niet de acute fase dieren testen.
26
cBiggen infecteren zich oraal met gesporuleerde oöcysten. Hoe kun je van de infectieuze oöcysten (microscopisch beeld hieronder op linker foto) in de omgeving afkomen?
- schoonmaken & mechanisch wegkrijgen. - maar dieren zorgen voor vettige diaree, dus die vettige laag moet je vooral wegkrijgen. - flamberen werkt erg effectief
27
Na infectie ontstaat diarree, die vaak een chronisch karakter krijgt. Deze diarree werd vroeger wel vetdiarree of tweeweekse diarree genoemd (zie hierboven de foto van de feces op de grond en die van de achterhand van de big). Wat is er nodig voor een goede vetvertering? Waarom kan bij deze infectie de vetvertering dus verstoord zijn?
- gal: galzouten emulgeren het vet - lipase: verteerd het tot vetzuren - daarna moet het opgenomen worden - waar het mis gaat: de opname van de galzouten loopt niet goed, enterohepatische kringloop werkt niet meer, hierdoor gaat vertering mis.
28
Varkenshouders weten en zien dat zowel vasten als het spenen van biggen direct verbetering geeft, en de diarree minder wordt of ophoudt. Hoe kunt u dit verklaren?
- minder vet in het voedsel > daardoor minder vet in de darmen.
29
U hebt in vogelvlucht de pathogenese van deze coccidiose infectie bij het varken bestudeerd. Beredeneer waarom deze infectie een chronisch verloop heeft en leidt tot groeivertraging (zie ook de foto’s hieronder)
- het duurt een tijdje voordat de epitheelcellen vervangen worden