week 1 Flashcards

(42 cards)

1
Q

niña blom en lieveling –> boeken

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Hoe ziet de meldcode eruit voor kindermishandeling?

A
  1. onderzoek, kindcheck en mantelzorgverleningscheck
  2. advies bij veilig thuis en bij voorkeur ook collega
  3. gesprek betrokkenen
  4. zo nodig overleg betrokken professionals en signaal aan VIR
  5. beslissen over melding
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

85% van de perinatale sterfte (sterfte tussen 22 weken zwangerschapsduur en de eerste 7 dagen na de geboorte) komt door de Big four, benoem deze.

A
  • aangeboren afwijkingen
  • vroeggeboorte (<37 wk)
  • Laag geboortegewicht
  • Lage apgarscore (<7 na 5 min)
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Wat is dysmatuur?

A

wanneer kinderen veel te klein zijn voor de zwangerschapsduur, kans op hart en vaatziekte en suikerziekte is groter bij deze baby’s

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Benoem aandoeningen die gerelateerd zijn aan korte(re) termijn prematuriteit.

A
  • Respiratoir distress syndroom (RDS)
  • Necrotiserende enterocolitis (NEC)
  • Intraventriculaire hémorragie (IVH) –> bloeding in de hersenholtes van de hersenen
  • Bronchopulmonale dysplasie (BPD) –> chronische longaandoening, longen nog niet ver genoeg ontwikkeld
  • Retinopathie van de prematuur (ROP)
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

benoem de kenmerken van RDS (respiratoir disstress syndroom)

A

surfactant tekort

kan tot 34 weken; <28 weken bijna altijd
50% <1500 gram; 90% <750 gram
beademen geeft longschade vandaar dat we daar geen fan van zijn.

surfactant kan extern worden gegeven dmv een MIST katheter

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

benoem de kenmerken van NEC (necrotiserende enterocolitis)?

A

incidentie 15%
- korte zwangerschapsduur
- laag geboortegewicht
- circulatoire insufficientie

door een gat in de darmen kan er vrij lucht in de buik terechtkomen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

benoem de kenmerken van Intraventriculaire hemorrhagie (IVH)

benoem ook de gevolgen

A

symptomen: vaak geen
- onrust en pijn
soms apneu, anemie, convulsie

gevolgen:
- hemibeeld
- negatieve invloed op cognitie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Bronchopulonale dysplasie (BPD), benoem kenmerken?

A

tekort aan surfactant bij pasgeborenen

onderontwikkelde alveoli

chronische longziekte na prematuriteit

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Pasgeborenen hebben op latere kans meer risico op bepaald ziektes gerelateerd aan de onderontwikkeling van de hersenen, benoem deze?

A
  1. psychoses, bipolaire stoornissen
  2. autisme
  3. ADHD diagnoses
  4. suïcide pogingen
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

wat betekent een congenitale infectie?

A

Congenitale infecties: infecties die je krijgt voor de geboorte, door de placenta

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Moeders in armere landen hebben meer antistoffen voor bepaalde ziekte dan westerse landen, hoe komt dit?

A

slechtere hygiene –> meer antistoffen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Welke twee soorten herpes kennen we? hoe verloopt het ziektebeeld bij adolescenten?

A

HSV-1 (labialis)
HSV-2 (genitalis)

zeer dodelijk bij een pasgeborene met een moeder zonder antistoffen

HSV-2 verloopt veelal asymptomatisch bij adolescenten en volwassenen (60-80%)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

waarom verloopt door een primaire infectie van de HSV infectie bij de neonaat ernstiger?

A
  • geen antistoffen
  • hogere virale load
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Hoe kun je aan een neonaat zien of hij/zij ziek is?

A
  1. stilletjes/ weinig bewegen
  2. niet drinken
  3. huidskleur Grouw
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

benoem het klinisch beeld van sepsis en/of menigitis bij neonaat

A
  1. kreunen
  2. slechte perifere circulatie
  3. temperatuurinstabiliteit
  4. apneu/ bradycardien
  5. convulsies
  6. weinig / niet actief (stilletjes)
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
17
Q

Wat zijn de risicofactoren voor een Groep B streptococcen infectie bij neonaten?

en wat is de preventie hiertegen

A
  • vroeggeboorte (<37 wkn)
  • PROM (>24 uur) ((breken van vliezen voordat de bevalilng begint))
  • Tekenen infectie bij moeder (sepsis)
  • zware maternale kolonisatie = urineweginfectie
  • vrouwen met eerder kind met GBS ziekte (groep B streptococcen)

preventie: maternale profylaxe

18
Q

Wat zijn de oorzaken van perinatale sterfte?

A
  • prematuriteit
  • dysmaturiteit (IUGR/SGA)
  • Aangeboren afwijkingen
  • Placenta-afwijkingen
  • Infecties
  • Lage APGAR score

*Intra uterine Grow restriction
*Small vor gestational age

dysmaturiteit: laag geboortegewicht in verhouding met de zwangerschapsdu

19
Q

Wat zijn predisponerende factoren voor respiratoir distrees syndroom?

A
  1. sectio Caesarea
  2. matnerale diabetes
  3. mannelijk
  4. gemelli (tweelingen)
20
Q

benoem complicaties van RDS? (respiratoir diastress syndroom)

A
  1. Bronchopulmonale dysplasie (BPD)
  2. Retinopathie van prematuriteit (ROP)
21
Q

Verder zijn er nog overige prenatale pathologie, benoem deze

A

primaire longaandoeningen
- surfactant eiwit deficiënties
- alveolaire capillaire dysplasie
- pulmonale hypertensie

22
Q

Welke omgevingsfactoren hebben invloed op wiegendood?

A
  1. buikslapen
  2. co-sleeping –> ouders op hun kind rollen tijdens slaap
  3. hyperthermie (dekbedje)
  4. Slapen op een zacht oppervlak –> knuffels
22
Q

Welke risicofactoren van ouders hebben invloed op wiegendood?

A
  1. jonge ouders
  2. roken en drugsgebruik van beide ouders
  3. weinig of geen perinatale zorg
  4. lage socio-economische status
  5. kinderen kort op elkaar geboren.
23
Q

Wat betekent Farmacokinetiek?

A

Wat doet het lichaam met het geneesmiddel?
- Absorptie
- Distributie
- Metabolisme
- Eliminatie

24
Welk enzym is voor de helft (53%) verantwoordelijk voor de omzet van medicatie?
CYP3A (familie van CYP450)
25
Welke vier factoren hebben invloed op de farmacokinetiek van het zieke kind?
1. ontogenie* + P450 2. Ziekte + P450 3. polymorfisme + P450 4. co-medicatie + P450 *de biologische studie van de ontwikkeling van een enkel organisme
26
Vanaf welke leeftijd kan een kind een vaste orale toedieningsvorm in zijn geheel doorslikken?
6-11 jaar
27
Waar is de intra-uteriene groei van afhankelijk?
1. maternale factoren 2. foetale factoren 3. functie placenta insuline-achtige Groei Factor-I en IGF-II - beïnvloed door voeding en insuline
28
Welk percentage van de groei is genetisch bepaald?
80% van je groei
29
Wanneer is er een verhoogde kans op pathologie als het gaat om groeicurve?
- groei afbuiging of versnelling - Te kleine of te grote lengte - groot verschil met streeflengte
30
We kennen drie verschillende vormen van groeistoornissen, benoem deze
*Primaire groeistoornis* - verstoorde regulatie groei (epifisair) schijf - mutaties in genen met rol in cellulaire processen, paracriene signalen, extracellulaire matrix - SGA (small for gestational age) geboorte zonder inhaalgroei *secundaire groeistoornissen:* - invloed van buiten op groei (epifysair) schijf - endocriene stoornissen, chronische ziekte, onder/overvoeding *idiopatische 'groeistoornissen' (80% vd verwijzingen)* - familair / niet familair - langzame of snelle groei van onbekende origine
31
Een afbuigende lengtecurve past meestal bij? 1. primaire groeistoornis 2. secundaire groeistoornis 3. idiopatische groeistoornis
2 (of 3)
32
hoe heeft chronische ziekte invloed op groeiremming?
- chronische inflammatie met productie cytokinen - ondervoeding - gestoorde balans tussen intake en verbruik - gestoorde opname van voedingsstoffen - hypercortisolisme (endogeen en door steroïde-medicatie)
33
Waar let je op bij te kleine lengte? anamnese
1. medische voorgeschiedenis 2. medicatie 3. ontwikkeling 4. psychosociale anamnese 5. uitgebreide tractusanamnese 6. voedingsanamnese 7. familie anamnese
34
Waar let je op bij te kleine lengte?
- lengte, gewicht, hoofdomtrek, tensie - zithoogte, spanwijdte - lengte van ouders meten, proporties indien kleine lengte - dysmorfe kenmerken - algemeen intern LO - Puberteitsstadium
35
Hoeveel procent van e verwezen kinderen met grote lengte wordt een onderliggende oorzaak gevonden?
2-12%
36
Kinderen maken nog geen gebruik van hun tussenribspieren om adem te kunnen halen, daarom is het voor hen heel moeilijk om adem te halen, hoe compenseren ze dit?
ademfrequentie te verhogen (diameter luchtwegen neonaat 5 mm)
37
Hoeveel procent van de zwangeren heeft in de eerste 16 weken bloedverlies?
15-20%, --> hiervan 50% eindigt in een miskraam --> 10% van alle zwangerschappen
38
Tot wanneer kan pre-eclampsie optreden?
tot aan 4 wkn post-partum
39
Wat is een mastitis?
- lokale, pijnlijke (niet-)/infectieuze onsteking - komt door stage van melk in melkgangen (kan al koorts geven) - infectie vaker bij tepelkloven of acuut begin - patiente kunnen zich heel ziek voelen
40
Welke B past NIET bij de 3 B's voor bij "koorts in het kraambed"? Borst Been Buik Blaas
blaas, Bortst: mastitus Been: DVT Buik: endometritis Kraamvrouwenkoorts --> vroeger overleden vrouwen hieraan
41