week 3 Flashcards

(50 cards)

1
Q

Wat zijn kenmerken van phenylketonurie (PKU)? en wat is de behandeling van deze ziekte?

A

enzymdeficientie: phenylalanine hydroxylase, PAH gen.
–> mensen ruiken muf

phenylalanine is zeer toxisch –> dit kan niet worden afgebroken

vanuit tyrosine wordt melanine gemaakt –> pigment, vandaar dat deze mensen van blond zijn.

phenylalanine arm dieet en tyrosine suppletie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

buitenom het enzym phenylalanine hydroxilase is er is ook nog een co-factor nodig phenylalanine om te zetten in tyrosine, welke?

A

BH4, deze kan ook deficiënt zijn.

BH4 wordt ook in de keten weer hergebruikt.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Wat is de ziekte van Zellweger?

A

gebrek aan paroxisomen in de cellen, stapeling van zeer lange keten vetzuren in het lichaam

Peroxisomen zijn essentiële organellen in cellen die een sleutelrol spelen bij het afbreken van zeer lange vetzuurketens, zoals die gevonden in dagelijkse kookoliën.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Wat zijn de kenmerken van de ziekte van Zellweger?

A
  • doofheid,
  • grote fontanel,
  • epilepsie,
  • niercysten,
  • skeletafwijkingen
  • retinitis pigmentosa
  • hepatomegalie
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Wanneer moet je denken aan stofwisselingsziekte, noem vijf hoofdzaken?

A
  1. problemen in groei en ontwikkeling
  2. progressieve klachten en achteruitgang (knik in ontwikkeling)
  3. familie geschiedenis positief
  4. opvallende bevindingen bij lichamelijk onderzoek –> Geur, haar, huid
  5. Acute ontregeling / bewustzijnsdaling bij een eerder gezonde patient bij intercurrente* infectie

*acute, vaak kortdurende ziekte die optreedt tijdens het verloop van een andere (meestal chronische) aandoening.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Welke geuren passen bij bepaalde stofwisselingsziekte?

  1. muf/ muisachtig
  2. ahornsyroop
  3. zweetvoeten
  4. kool, verzuurd boter
  5. Rottende vis
A
  1. phenylketonurie = muf/muisachtig
  2. maple syrup urine disease, (MSUD) = ahornsyroop
  3. isovaleriaanacedurie = zweetvoeten
  4. tyrosinemie = kool, verzuurd boter
  5. trimethylaminuria = rottende vis
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Wat zijn kenmerken van lysosomale stapelingsziekte?

A
  • dysmorfie
  • verandering van uiterlijk
  • overbeharing
  • macrocefalie
  • groei/skelet afwijking
  • organomegalie
  • neurologische klachten
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Wat in het oog is ook kenmerkend voor lysosomale stapelingsziekte?

A

cherry red spot (kaukasische ras)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

noem vier voorbeelden van lysosomale stapelingsziekte?

A
  1. GM2-gangliosidoses
  2. Niemann-pick A,B,C.
  3. Sialidose en galactosialidose
  4. metachromatische leukodystrofie
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Bij een ureumcyclusdefect passen een aantal symptomen, benoem deze?

A

door UCD leid tot verhoogd ammoniak en verhoogde glutamine –> hierdoor hersenoedeem

  1. hoofdpijn, misselijkheid, psychiatrisch beeld, coma, overlijden
  2. neurologische schade
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

tot wat kan maternale ontregeling van PKU leiden? noem drie dingen

A
  1. ontwikkelingsachterstand
  2. breinaanleg stoornissen
  3. hartdefecten

moeder 8 weken preconceptie lage Phe waarden –> strenge controles via internist en begeleiding van diëtist

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

benoem voorbeelden van therapieën van stofwisselingsziekte, neem vijf hoofdzaken

A
  1. behandeling van acute metabole decompensatie
  2. wegvangen van toxische stoffen
  3. dieetaanpassing
  4. enzymvervangende therapie
  5. gentherapie

zie Goodnotes voor de volledige dia (p. 20 wk2/3)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Wat valt onder major en minor congenitale afwijkingen? benoem ook de prevalentie hiervan

A

major: een afwijking die levensbedreigend is, uitgebreide chirurgie vereist of een ernstig cosmetisch effect heeft
–> prev. 2-3%

minor: een afwijking die geen ernstige medische of cosmetische consequenties heeft.
–> prev. 7%

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Wat zijn de onderzoeksmogelijkheden bij ongeboren kinderen?

A
  1. infectie bij moeder
  2. infectie in het vruchtwater
  3. chromosoom afwijkingen
  4. DNA afwijkingen
  5. stofwisselingsziekte
  6. mitochondriale erfelijke afwijkingen
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Hoeveel procent van de major aangeboren afwijkingen gevallen kunnen we ondervangen voor bevalling?

A

50%

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Wat wordt er na de dood van een kindje nog gedaan om te kijken of er toch niet congenitale afwijkingen zijn die zijn gemist? Wanneer wordt dit vaak nog meer gedaan?

A

postmortaal onderzoek

  1. zwangerschapsafbreking (13-24 wkn)
  2. intra-uteriene vruchtdood (meestal 3e trimester)
  3. neoanten (meestal prematuur)
  4. oudere kinderen (<5 jaar)

onder de 18 met een onverklaarbare dood wordt altijd obductie gedaan

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
17
Q

Waar staat het acroniem vacterl voor? dit wordt gebruikt om associaties met ziekte te ondervangen

A

V= vertebraal (betrekking op wervels)
A= anus
C= cardiaal
TE= tracheo-oesophageaal
R = renaal
L = ledematen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
18
Q

in hoeveel procent van de gevallen bevestigd de obductie de prenatale diagnose?

in hoeveel procent van de gevallen van de obductie is er toegevoegde informatie?

hoeveel procent veranderd de uiteindelijke diagnose na obductie?

in hoeveel procent van de gevallen blijkt na een obductie de diagnose foutief te zijn?

A
  1. obductie bevestigt in 68% de prenatale diagnose
  2. 22% van de obducties is er toegevoegde informatie
  3. de uiteindelijke diagnose veranderd in 3,8% na de obductie
  4. 9% van de obducties wordt de prenatale bevinding niet bevestigd
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
19
Q

Wat is een hamangioom? en hoeveel procent van de tumoren is dit het geval?

A

vaak aardbeivlek of bloedvatgezwel genoemd, is een goedaardige opeenhoping van bloedvaten in of onder de huid

–> 90% tumor = hemangioom

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
20
Q

Wat zijn kenmerken van vasculair tumoren ten opzichte van vaatmalformatie?

A

vascular tumoren
- Bij geboorte 50% hemangomen pre-cursor lesion
- na de geboorte ontstaan/groei
- hamangioom: groei-plateau-regressie
- m:v = 1:3

vaatmalformatie
- aanwezig bij de geboorte
- proportionele groei
- geen spontane regressie
- m:v = 1:1

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
21
Q

Wat zijn de kenmerken van hamangiomen?

en wat is de specifieke locatie?

A

incidentie: 4-10%
meer meisjes, prematuren (20-30%) en tweelingen

lokalisatie:
- hoofd-nek 60%
- romp 25%
- extremiteiten 15%

solitair of multipel

22
Q

hamangiomen groeien in drie fases, benoem deze

A
  1. groei fase, disproportionele groei (6 tot 9 m)
  2. stabiele fase
  3. involutie fase, spontane regressie
23
Q

Wat zijn hemangiomen?

A

Een hemangioom, vaak aardbeivlek of bloedvatgezwel genoemd, is een goedaardige opeenhoping van bloedvaten in of onder de huid

24
Q

Wat is de therapie van een hemangioom in het oog?

A

timolol 0,5% oogdruppels

atenolol –> natuurlijk proces word versneld

25
Waar staat het PHACES syndroom voor?
P: posterior fossa abnormalities H: hemangiomas A: arterial abnormalities C: cardiac anomalies E: eye abnormalities S: sternal Cleft (borstbeen niet volledig samengesmolten (V-vorm aan clavicula)
26
Wat is het risico van lasertherapie bij mensen met een Naevus Flammeus?
risico: depigmentatie en littekenvorming
27
Wat zijn typische kenmerken voor iemand met Sturge-Weber syndroom?
1. Glaucoom 2. Aangeboren wijnvlek 3. Epilepsie op jonge leeftijd
28
hoeveel procent van de kinderen tussen de 0-18 jaar krijgt kanker?
0,8% (+/- 600 kinderen pj)
29
Wat is de incidentie aangeboren hartafwijkingen?
8:1000
30
Wat is een L-R shunt?
situatie waarbij de hoeveelheid bloed die er per tijdseenheid door de longcirculatie gaat groter is dan de hoeveelheid bloed die door de lichaamscirculatie gaat.
31
Waar hangt de grootte van een L-R shunt van af?
Grootte van het defect Drukverschil tussen hartruimtes waartussen het defect zich bevindt Weerstandsverhoudingen van lichaams- en longcirculatie Plaats van het defect Compliance van hartkamers
32
Wat is er anders aan de 2e harttoon bij een groot ASD II dan bij een normaal hart?
1. Luider 2. Gefixeerd gespleten
33
Welke kenmerken zijn aanwezig bij een tetralogie van Fallot?
1. ventrikelseptumdefect 2. pulmonalisstenose 3. overrijdende aorta 4. rechterkamer hypertrofie
34
Hoe vaak komt de tetralogie van Fallot voor?
5% van alle pasgeborenen met een aangeboren hartafwijking
35
Hoe wordt een kind met tetralogie van Fallot behandeld?
Chirurgisch, op leeftijd < 1 jaar
36
Welke factoren zijn van invloed voor het krijgen van kanker?
1. genetische afwijkingen 2. multipel hit model (Knudsen) 3. familiare factoren 4. virale infecties 5. straling
37
Wat is de vijf jaars overleving van kinderen met kanker?
70-80%
38
Wanneer moet je verder kijken bij het hebben van lymfklierzwellingen?
1. (te) grote klieren 2. persisterend voor 4-6 weken 3. progressief 95% van de lymfklierzwellingen zijn benigne
39
Leukemische cellen hebben de neiging om de testes en de hersenen te gaan zitten, waar moet dan op gelet worden?
niet alle soorten chemotherapie kunnen de bloed-hersenbariere passeren eveneens als de bloed-testesbariere.
40
Een behandeling van ALL (acute lymfatische leukemie) wordt een port-a-cath ingebracht wat is dat?
behandeling van ALL duurt 2 jaar --> port-a-cath is een kastje dat is verbonden met de bloedbaan en gebruikt wordt als aanprikpunt voor verschillende behandelingen.
41
De intensiteit van de chemotherapie wordt bepaald doormiddel van de MRD, wat is het en wat houd het in?
Minimale residuale ziekte, de respons van de eerste behandeling wordt gemeten lage MRD --> weinig ziekte na de eerste behandeling --> behandeling wordt voortgezet met minder intensieve chemotherapie
42
Welk middel wordt gebruikt voor de remming van groei van kanker?
asparaginase, juiste dosis kan verkregen worden door regelmatig de spiegel te bepalen.
43
Wat kan de oorzaak zijn van een bepaalde afwijking als deze niet doormiddel van Array en tWES worden gevonden?
1. mozaïek > tweede weefsel 2. mitochondrieel 3. methylerings afwijking 4. Repeat-expansies 5. WGS ("junk" DNA- regulator, mRNA)
44
Hoe wordt naar het BMI gekeken bij kinderen boven de 2 jaar ten opzichte van volwassenen?
**volwassenen** - ondergewicht: BMI < 18,5 - normaal gewicht BMI 18,5 -25 - overgewicht: BMI 25-30 - obesitas: BMI 30-35 - morbide obesitas: BMI > 35 **kinderen** - overgewicht: BMI >25 - obesitas graad I: BMI > 30 - obesitas graad II: BMI > 35 - obesitas graad III: BMI > 40
45
welke factoren hebben een invloed op het krijgen van obesitas?
1. voedselomgeving 2. eetgedrag 3. beweeggedrag (min 1 uur per dag matig/intensief bewegen) 4. slaap 5. stress 6. aanleg genen (BMI is voor ongeveer 70% erfelijk bepaald) 7. hormonen
46
in hoeveel van de gevallen werd bij kinderen met obesitas cardiovasculaire risicofactoren gevonden? benoem ook comorbiditeiten die veelal hand in hand gaan met obesitas?
85-90% comorbiditeiten - diabetes mellitus type 2 - gewrichtsklachten --> komt voor bij ongeveer 50% van de patiënten - vroege puberteit/polycysteus ovariumsyndroom - leversteatose - dyslipidemie (50% van de patienten) - OSAS - laag zelfbeeld, depressieve klachten, pesten, somberheid, - bepaalde vormen van kanker.
47
Wanneer wordt er bij kinderen gescreend vanwege hoge comorbiditeit bij obesitas?
1. >10 jaar overgewicht 2. + 2 risicofactoren of obesitas
48
Als er geen resultaat kan worden behaald met het verbeteren van de balans tussen energie inname en energieverbruik kan er ook voor worden gekozen om farmacotherapie toe te passen, welk middel kiezen we dan vaak?
liraglutide, wordt toegepast voor kinderen > 12 jaar en werkt niet voor iedere patiënt --> laatste optie is bariatrie (maagverkleinende interventies)
49
Hoe ziet een gecombineerde leefstijlinterventie eruit?
richt zich op energie inname en verbruik --> steeds vaker worden sociale en psychische factoren meegenomen
50