week 2 Flashcards

(47 cards)

1
Q

Wat zijn de basisprincipes van de pathofysiologie van bloed

A
  1. bloed kiest de weg van de minste weerstand
  2. bloed stroomt van hoge druk naar lage druk
  3. menging van bloed met verschillende O2 situaties leidt tot verandering van de O2 situatie
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

wat is de meestvoorkomende aangeboren afwijking?

A

VSD, volume belasting van het linker deel van het hart

bevinding LO:
- te veel longflow: Tachypneu / verhoogde ademarbeid
- te weinig systeemflow: verminderde perifere circulatie
- lekgeruis, meestal hoogfrequent
- hepatomegalie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Wat is de acute behandeling bij iemand met een VSD?

A

geen extra vocht en zuurstof, probleem wordt dan erger

–> wel diuretica

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Wat is de definitieve behandeling VSD?

A

kleine: expectatief beleid
Grote VSD: sluiting interventioneel, meestal cardio chirurgisch, soms percutaan via hartcatheterisatie met device

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Een ander beeld wat een shunt kan geven, ASD, waar zit dit?

A

septum tussen de atriums
rechtsvolume belasting, rechterharthelft vergroot.

geen accuut probleem

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Benoem voorbeelden van obstructies in het hart?

A

AoS (aortaklepstenose) en PS (pulmonaalstenose)
- drukbelasting, geen volumebelasting
- meestal geen klachten, alleen geruis, tenzij kritische vernauwingen

bevinding LO:
- erectiegeruis laagfrequent
- normale longflow / systeemflow, tenzij kritische obstructie, dan verminderde long cq perifere circulatie
- hyperdynamo ventrikel impuls
- geen hepatomegalie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Wat is de definitieve behandeling ASD?

A

Kleine: expectatief, kan vanzelf kleiner worden
grote of onrustige gelegen ASD:
percutane of cardio chirurgische sluiting

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Wat is de definitieve behandeling van een obstructie?

A

oprekken van de kleppen, te teveel –> kan zorgen voor lekkage. rekken dit op met een ballonnetje

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Wat is cyanose?

A

blauwe verkleuringen van
- slijmvliezen
- nagelbed
- tong
- lippen
- huid

centraal vs perifeer cyanose

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Wat zijn de oorzaken van cyanose bij zuigelingen?

A

aangeboren hartafwijkingen
- verkeerde hartaansluiting
- intracardiale menging

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Wat is de tetralogie van Fallot?

A
  1. ventrikelseptumdeffect
  2. pulmonaalstenose
    obstructie van de pulmonaal klep –> waardoor de zuurstoftoevoer naar het lichaam afneemt. Daling van saturatie
  3. overrijdende aorta = aorta staat boven het VSD, waardoor deze bloed uit zowel de linker- als rechterkamer ontvangt
  4. rechterventrikelhypertrofie

bevindigen LO
- trommelstokvingers, horlogeglasnagels bij langdurige cyanose
- spells: cyanotische weglatingen => dubbelvouwen/hurken

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Wat doen we bij kinderen met een spell?

wat is de definitieve behandeling?

A

stent in Rechter ventrikel uitstroombaan, spoedoplossing.

sluiten van gat en openmaken van de pulmonalisklep door wijder maken.

restafwijkingen: ritmestoornissen, pulmonalisklepinsufficientie indien pulmonalispatch

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

wat is truncus arteriosus?

LO bevindingen?

thoraxbeeld?

A

aangeboren afwijkingen aorta en a. pulmonalis zitten aan elkaar vast. –> veroorzaakt ook weer cyanose

bevindingen LO:
- shuntbeeld met tachypneuenen / dec Cordis
- celere pulsaties

thoraxfoto
- groot hard passend bij shunt beeld en longen hartsterkende nat –> toenemende longvaattekening.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Wat is een HLHS?

A

Hypoplastisch Linker Hart Syndroom, nouwlijke aanleg van aorta, kan niet van linker kamer naar linker boezem

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Wat zijn de verdere behandeling cyanotische univentriculaire hartafwijkingen?

A
  1. eerste dagen/weken: shunt of bandje of norwood
  2. leeftijd 6 maanden: PCPC
  3. leeftijd 1,5 - 2 jaar: TCPC (fontancirculatie)
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Wat zijn de voorwaarde voor ‘fontan’ circulatie

fontan= TCPC

A
  • lage longvaatweerstand
  • geen stenose in longvaatbed
  • goede ventrikel functie
  • geen belangrijke AV klep insufficiëntie
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
17
Q

benoem overervingspatronen van zowel monogene aandoeningen als chromosomale aandoeningen

A

monogene aandoeningen:
- autosomaal:
- geslachtsgebonden
- mitochondrieel

chromosomale aandoeningen
- numeriek
- structureel

(plaatje Goodnotes)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
18
Q

Wat is de definitie van een syndroom?

A

herkenbaar patroon van aangeboren afwijkingen waarbij de unieke combinatie van kenmerken een onderscheid mogelijk maakt van alle andere patronen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
19
Q

Wat is de definitie van major anomalie?

A

een major anomalie is een afwijking die een nadelig effect heeft op de lichamelijke gezondheid en zelfs levensbedreigend kan zijn.

20
Q

wat is de definitie van minor anomalie?

A

een minor anomalie is een kenmerk dat bij minder dan 4% van de personen in een bepaalde bevolkingsgroep voorkomt.

21
Q

Wat zijn oorzaken van disruptie

A

extrinsieke factoren zoals infectie, ischemie, bloeding, teratogene, traumata

een disruptie is opzich niet erfelijk. Erfelijke factoren kunnen wel predisponeren tot een disruptie en de ontwikkeling na de schade beïnvloeden (bv. erfelijke stollingsproblemen)

22
Q

Hoe heet de site waarbij je afwijkingen kan registreren?

23
Q

Hoeveel procent van de pasgeborenen hebben een belangrijke aangeboren afwijking

24
Q

Wat is de kenmerk van een syndroom?

A

een syndroom is een herkenbaar patroon van aangeboren afwijkingen waarbij de unieke combinatie van kenmerken een onderscheid mogelijk maakt met alle andere patronen.

25
Wat is de ziekte van Marfan?
bindweefselprobleem
26
Wat bedoelen we met alellisch?
door een mutatie in een gen kan meerdere ziektes voor oorzaken
27
Wat bedoelen we met locus- of genetische heterogeniteit?
Een ziektebeeld, meerdere genen aangedaan
28
Waar is het Acronym VACTERL-H voor bedoeld?
combinatie aan afwijkingen Vertebral defects Anala atresia of stenosis Cardiac defects Tracheo-Esophageal fistula Radial defects and renal anomalies Non-radial Limb defects Hydrocephalus Waarom we combinatie van deze aandoeningen vaak zien weten we niet.
29
Wat zijn de kenmerken van ptosis?
1. congenitaal of verworven 2. kinderen houden het hoofd in de nek om te kunnen kijken 3. als gevolg van verminderde functie m. levator palpebrae 4. amblyopie (lui oog)
30
Wat is de betekenis van Hypothelorisme en hyperthelorisme  
Hypothelorisme: ruimte tussen beide ogen klein hyperthelorisme: ruimte tussen beide ogen groot  
31
Wat betekent microtie?
microtie: aangeboren onderontwikkeling van de oorschelp, waarbij deze kleiner, misvormd of afwezig is.
32
Wat bedoelen we met schisos?
spleet
33
Wat specifieke feiten over het hoofd op het eerste levensjaar?
1: Aan het einde van het eerste levensjaar bedraagt de schedelinhoud ongeveer 70% van de volwassen schedelinhoud 3: In het eerste levensjaar neemt de schedelinhoud met een factor 3 toe
34
Welke beweringen zijn juist betreffende schedelnaden en fontanellen?
1. Als een fontanel vroeger sluit of een andere vorm heeft, kan de oorzaak liggen in het te vroeg sluiten van een schedelnaad 2. De grote fontanel is ruitvormig omdat er 4 schedelnaden op uitkomen 3. Schedelnaden zijn de groeischijven van de schedel
34
Hoe verhoudt de hoogte van het voorhoofd zich ten opzichte van het hoofd op de leeftijd van 1 jaar en 18 jaar?
1:2 op 1 jaar en 1:3 op 18 jaar
35
Wat is de kenmerk van een scaphocefalie?
een langwerpig schedel, met smalte in de breedte, en bolling van het voorhoofd en puntvorming op het achterhoofd.
36
Wat is de kenmerk van een Trigonocephalie?
De trigonocephalie ofwel wigschedel kenmerkt zich door puntvorming van het voorhoofd met afvlakking van de craniale oogkasrand.
37
De plagiocephalie wordt veroorzaakt door een synostose van?
Enkelzijdige sutura coronalis of lambdoidea
38
De brachycephalie wordt veroorzaakt door een synostose van
Dubbelzijdige sutura coronalis of lambdoidea
39
Welk van de onderstaande schedelvormen kent voornamelijk een autosomaal overervingspatroon? Brachycephalie Plagiocephalie Scaphocephalie Trigonocephalie
Brachycephalie Alleen van de coronanaadsynostosen zijn overervingspatronen bekend. Deze zijn vaak autosomaal dominant, soms autosomaal recessief. De genafwijkingen liggen vaak in de coderingen voor FGFR of Twist. Vaak zijn hier ook handafwijkingen bij. De overige craniosynostosen zijn meestal multifactorieel bepaald.
40
Wat betekent non-synostotisch?
Afwijking van het hoofd dat niet komt door het te vroeg sluiten van de schedelnaden.
41
Wat is het advies van het RIVM met betrekking tot foliumzuur en zwangerschap?
innemen vanaf zwangerschapswens tot acht weken na conceptie
42
Wat zijn de behandelingsdoelen voor een schisis (scheur in lip)?
1. voorkomen/verhelpen van voedingsproblemen 2. mogelijk maken van normale spraak 3. streven naar een 'normaal' uiterlijk
43
Wat zijn grofweg drie problemen die kunnen optreden bij spraak bij kinderen met een schisis?
1. palatumspieren zitten vast --> re-do palatoraphie met losmaken van de spieren 2. palatum is te kort --> palatum verlegengen dmv bilaterale wanglap 3. palatum beweegt niet --> statische correctie met pharynxachterwandlap
44
Wat zijn kenmerken van necrotiserende enterocolitis?
- verloopt in stadia - bolle buik met meteorisme (veel gas/lucht) - darmwandverdikking - pneumatosis intestinalis (lucht in de darmwand zelf) - pneumoportogram - vrije of gelokaliseerde lucht (afgedekte perforatie) - ascites - verstoorde luchtpassage waardoor lucht in het rectum ontbreekt.
45
Wat is invaginatie?
darmen schuiven in elkaar. --> veroorzaakt een obstructie. Dit wordt veroorzaakt door lymfeklieren. Dit kan gezien worden doormiddel van een echo.
46
Wat kan een radioloog aanbieden qua beeldvorming materiaal?
- echografie - BOZ - contrasmiddelen onderzoek - MRI - CT-scan