Week 10 Flashcards

ISSVA classifcatie: https://www.issva.org/UserFiles/file/ISSVA-Classification-2018.pdf (47 cards)

1
Q

Lysosomale stapelingsziekte klachten + onderzoek + voorbeelden

A

Klachten
Dysmorfie
Verandering van uiterlijk
Overbeharing
Macrocefalie
Groei/skeletafwijking
Organomegalie
Neurologische klachten
(navelbreuk, dikke tong, snurken)
Cherry red spot retina

Screenend onderzoek: urine en plasma onderzoek

Bijv. MPS I, Gaucher, Pompe.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Peroxisomale ziekte klachten + voorbeelden

A

Stapeling ZLKVZ -> Progressieve spierslapte, epilepsie, niercysten, skeletafwijkingen, retinitis pigmentosa, atrofie oogzenuw, hepatomegalie, doofheid, hersenaanlegstoornissen. Groot fontanel.

Bijv. Syndroom van Zellweger

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Vetzuuroxidatiestoornis klachten + voorbeelden

A

Acute ontregeling bij niet eten: suf, epilepsie.

Bijv. MCADD: geen ketonlichamen in urine bij hypoglycaemie. In hielprikscreening. Medidium chain Acyl-CoA dehydrogenase deficiëntie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Ziekte van intermediair aminozuur metabolisme klachten + voorbeelden + behandeling

A

Door tyrosine tekort: Verstandelijke beperking, blond haar en lichte huid, microcefalie, epilepsie, achteruitgang, spasticiteit.
Ongewone geur.

Bijv. MSUD, PKU. Hielprik screening. Behandeling: phenylalanine arm dieet en tyrosine (product) suppletie. Mutatie in phenylalanine hydroxylase (PAH gen).

Glutaar Acidurie type 1: Postnatale macrocefalie, nek hypotonie <1 jaar, aanvallen van bewegingsstoornis (dystonie) bij koorts, MRI: necrose van basale ganglia, degeneratie witte stof. In hielprikscreening. Behandeling: carnitine, glucose, lage eiwit/lysine -> preventie van aanval.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Functies celorganellen:
Endoplasmatisch reticulum
Peroxisoom
Lysosoom
Plasma membraan
Golgi apparaat
Mitochondrie

A

Endoplasmatisch reticulum
Biosynthese van secretie-eiwitten (Ig, insuline, hormonen).

Peroxisoom
Afbraak en synthese van zeer lange keten vetzuren (ZLKVZ), plasmalogenen, galzuren, H2O2.

Lysosoom
Afbraak van complexe suikers, glycolipiden, sterolen, glycoproteïnen.

Plasma membraan
Transport en signaaltrasductie (ionen, suikers, AZ, VZ).

Golgi apparaat
Glycosylering en post-translationele modificatie van eiwitten.

Mitochondrie
Energiehuishouding (ATP synthese, vetzuren, 2 radicalen).

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

X-gebonden metabole ziekten kenmerken
Overerving
Kenmerken
Voorbeeld

A

Overerving
mtDNA erft alleen over via moeder (!) cave heteroplasmie met threshold.
Organen met hoge energievraag meer aangedaan: spieren en hersenen.
Soms symptomen bij draagsters.

Kenmerken
Uiterlijke dysmorfieën
Micro/macrocefalie
Groeistoornis/skeletafwijkingen
Organomegalie
Verandering uiterlijke kenmerken
Neurologische klachten (achterstand ontwikkelingsmijlpalen, hypo/hypertonie, ataxie, dystonie, bewegingsstoornissen, epilepsie)

Bijv. Menkes ‘kinky hair’ ziekte. X gebonden recessief, verstoord koper metabolisme.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Ureumcyclusdefecten, acute ontregeling symptomen + onderzoek

A

Verhoogd ammoniak en glutamine -> hersenoedeem.

Hoofdpijn, misselijk, psychiatrisch beeld, coma, overlijden, neurologische schade.

Onderzoek: ammoniak meten!

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Lokalisaties en oorzaken hydrops foetalis

A

Lokalisaties (min. 2):
1. Pericard
2. Pleura
3. Huid
4. Abdomen

Oorzaken:
- Immuun: bloedgroep antagonisme (Rhesus)
Parvo B19
CMV
syphilis
toxoplasma
- Hemolytische anemie: thalassemieën/sikkelcelanemie
- Erfelijke stofwisselingsziekte: lyssomale stapelingsziekte, peroxismale ziekten.
- Hartziekten
Cardiovasculaire malformaties
Hartritmestoornis
Hartfalen
- Chromosoomafwijkingen
Turner syndroom (45,X)
Trisomie 21
Trisomie 18

Hernia diafragmatica
Idiopathisch

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Maternale PKU gevolgen + beleid

A

Maternale ontregeling kan leiden tot aangeboren afwijkingen bij de foetus:
- Ontwikkelingsachterstand
- Breinaanleg stoornissen (microcefalie)
- Hartdefecten

Beleid: moeder 8 weken preconceptie lage Phe waarden. Strenge controle via internist en begeleiding diëtist.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Diagnose erfelijke stofwisselingsziekten

A

Anamnese en LO
Metaboliet onderzoek (urine, plasma, liquor)
Transport/enzymactiviteit bepaling/DNA-test
Therapie/erfelijkheidsadvies/prenataal onderzoek

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Mechanismen autosomaal dominante overerving

A
  • Gain of function/dominant negatief
    Afwijkende eiwit verstoort werking van normale eiwit.
    Afwijkende eiwit is overactief (GoF).
  • Loss of function/haploïnsufficiëntie
    Eén allel produceert niet genoeg eiwit voor normale functie.
  • Two-hit hypothese (Knudson)
    Eén allel is gemuteerd, het andere krijgt een spontane mutatie.
  • Imprinting
    Eén allel staat standaard uit, het andere allel is gemuteerd geërfd.
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Als array & tWES normaal zijn, maar toch sterke verdenking is op erfelijke afwijking…

A
  • Mozaiek > 2e weefsel!
  • Mitochondrieel
  • Methyleringsafwijking
  • Repeat-expansies (fraX etc)
  • WGS (“junk” DNA – regulatoir, mRNA)
  • Nog niet ontdekt syndroom!
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

DD obesitas

A
  1. Oorzaak: Ongezond eet- en leefpatroon
    Sociale (economische) factoren
    Psychische factoren
    Medicamenteus
    Endocrien
    Hypothalame schade
    Genetisch
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Behandeling obesitas

A
  1. Gecombineerde leefstijlinterventie (GLI)
  2. Medicamenteus
  3. Bariatrische chirurgie
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Welke tumoren kunnen in de buikholte voorkomen?

A

Wilms tumor
Neuroblastoom
Rhabdomyosarcoom

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Non-Hodgkin lymfomen bij kinderen
- Symptomen
- Diagnostiek
- Behandeling/complicaties

A
  • Symptomen
    Afhankelijk van locatie. Bolle buik, benauwdheid, klieren, obstructie, snelgroeiend.
  • Diagnostiek
    VBB, chemie, beenmerg/lumbaalpunctie, pathoologie, beeldvorming.
  • Behandeling/complicaties
    Afhankelijk van type:
    B-NHL 4-9 mnd, T-NHL 2 jaar.
    Nauwelijks SCT. Tumorlysis, infecties, alopecia, bloedingen, cardiotoxicitiet, mucositis.
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
17
Q

Hodgkin lymfomen bij kinderen
- Symptomen
- Diagnostiek
- Behandeling/complicaties

A
  • Symptomen
    Lymfeklierzwelling, nachtzweten, afvallen, jeuk, koorts. Langzamer groeiend. >10 jaar.
  • Diagnostiek
    Lab, beeldvorming, pathologie.
  • Behandeling/complicaties
    Euronet PHL. Infertiliteit, secundaire maligniteiten, cardiotoxiciteit, vermoeidheid.
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
18
Q

Tumor uitgaande van linker nier, waarschijnlijkijheidsdiagnose en beleid

A

Wanneer een maligne tumor op kinderleeftijd in de buik ontstaat, is het meestal een Wilms tumor (= nefroblastoom).

Beleid
urine onderzoek
chemotherapie
nierextirpatie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
19
Q

Op welke tumoren hebben kinderen met neurofibromatose type I een verhoogd risico?

A
  1. juveniele leukemie
  2. maligne perifere zenuwschede tumoren
  3. optische gliomen
  4. feochromocytomen
20
Q

Retinoblastoom LO, AO, behandeling

A

LO: Witte pupilreflex (leukocoria), satelietuitzaaiingen, strabisme, ontsteking, hyphema, onregelmatigheid van de pupil, glaucoom (pijn).

AO:
- Histologie: Rozetten
- echo/CT
- opthalmoscopie
- botscan
- liquooronderzoek
- beenmergonderzoek (op indicatie)
Tumorsupressorgen RB1 verloren. 13q14 verlies. Autosomaal dominant (0-2 jaar). Sporadisch (2-4 jaar).

Behandeling: chemo, evt. enucleatie

21
Q

Neuroblastoom klachten, lokalisatie, LO, AO, behandeling

A

Koorts, malaise, afvallen en flushen (rood aanlopen zonder aanleiding). Horner’s syndroom.

LO: apathische peuter (2-5 jaar), opgezette buik, bloeddrukverhoging. Palpabele tumor in de buik (bijnier).
Locatie meestal retroperitoneum (bijnier, sympathische ganglia).

AO:
- 24-uurs urine met verhoogd gehalte aan homovanillylzuur (HVA).
- CT: nier naar onderen verplaatst.
- MIBG-scan: tumor en metastasen
- Biopt: rozetten, synaptofysine kleuring
- Beenmergpunctie
- Cytogenetisch: Amplificatie oncogen N-myc. ‘small round blue cell tumoren’

Behandeling: chemotherapie -> operatie.

22
Q

Rhabdomyosarcoom klachten, lokalisatie, LO, AO, behandeling

A

Zwelling (evt. pijn), hematurie, metastasen die pijn geven of respiratoire insuf.
Bijv. niet lekker, moe, weinig eetlust, spugen, koorts, hoesten.

Locatie hoofd-hals, urogenitaal, extremiteit, romp.

LO: zwelling, apathisch, dystrofie, bleek. Sarcoma botryoides.

AO:
- Röntgenfotos/CT/echo/CUG
- Biopt: Immunohistochemisch onderzoek: antistoffen tegen spierweefsel.
- Mesenchymale proliferaties
LOH chromosoom 11p15 (Beckwith-Wiedeman/Silver-Russel).

Behandeling: chemo -> resectie (-> bestraling).

23
Q

Hemangioom
- Kenmerken
- Ontstaan
- Behandeling

A

Benigne vaattumor
Ontstaat/groeit na geboorte. 50% heeft een precursor lesie bij geboorte.
Fasen: Groei (disproportioneel)-plateau-regressie
m:v = 1:3, prematuren, tweelingen
Vlakke hemangiomen kunnen met een syndroom geassocieerd zijn.

Behandeling: wait and see
op indicatie (afh. van complicaties/locatie) -> bètablokker oraal (atenolol).

Complicaties: ulceratie, bloeding, pijn, functionele problemen (ogen, oren, luchtweg), cosmetisch, (hart)
ogen behandelen met timolol oogdruppels.

Multipele laesies (>10) -> echo abdomen.

24
Q

Vaatmalformaties kenmerken
- Ontstaan

A

Aanwezig bij geboorte.
Proportionele groei.
Geen spontane regressie.
m:v = 1:1

25
PHACES syndroom afkorting
P = posterior fossa abnormaliteiten H = hemangiomen A = arteriële abnormaliteiten C = cardiale abnormaliteiten E = eyes abnormaliteiten S = sternale cleft/borstbeenafwijkingen
26
RICH NICH PICH
Congenitale hemangiomen = WEL bij geboorte aanwezig: Rapidly involuting (RICH) Non-involuting (NICH) Partially involuting (PICH)
27
Tufted angioom
Benigne vaattumor Grote afwjiking met livide (paarse) kleur, langzame regressie, soms coagulatieproblemen (trombocytopenie, hypofibrinogemie, D-dimeer verhoogd).
28
Kaposiform hemangio-endothelioom
Lokaal agressief/borderline vaattumor Bij geboorte aanwezig, groeit en gaat in regressie. Coagulatieproblemen en Hb dalingen, dagelijks transfusies nodig. Cardiale problemen kunnen ontwikkelen. Behandeling: vincristine (chemo) + seronmus (onderhoud)
29
Primitieve neuroectodermale tumor (PNET)
Maligne vaattumor. Metastasen mogelijk. Wijnrode, glanzende bult, reticulair vaatpatroon.
30
Naevus flammeus - Behandeling - Risico's
Capillaire malformatie. Wijnvlek. Behandeling: lasertherapie. Jongere leeftijd -> succesvollere behandeling. 5-8 behandelingen om de 2-4-8 weken. Hoe kleiner de laesie, hoe beter resultaat. Narcose bij kleine kinderen. Risico's: depigmentatie en littekenvorming.
31
Cutis Marmorata Teleangiectatica Congenita (CMTC)
Capililaire malformatie. Reticulair patroon, soms necrose/atrofie.
32
Lymfatische malformaties - Onderzoek - Kenmerken - Behandeling
Onderzoek: echo en MRI. Kenmerken: zwellingen, die kunnen toenemen bij infectie, heel pijnlijk en ontsteken. Soms blaasjes. Behandeling (niet curatief): medicatie (vroeger chirurgisch) Macrocysteus: picibanil Microcysteus: bleomycine Kinderen onder narcose, radiologische evaluatie.
33
Veneuze malformaties - Kenmerken - Klachten - Therapie
Kenmerken: M.n. zwarte kleur, onderliggende vaten erdoorheen zien. Klachten: - klachten bij afhangen - bij sporten - toename (zwelling) als het warm is - fleboliet kan ontstaan, geen thrill Therapie: vaten inspuiten bleomycine door interventie radioloog, plastisch chirurg voor weghalen overtollige huid. Anders: met spalken oprekken/verwijderen.
34
Arterioveneuze malformaties - Kenmerken - Behandeling - Voorbeeld: Klippel-Trenaunay syndroom (KTS)
Geluid (van stromen bloed), functieverlies ledemaat, nidus (knoop aan vaten). Behandeling (combi-operatie): radioloog spuit in om te markeren en zodat het niet bloed en chirurg verwijdert het. Voorbeeld: Klippel-Trenaunay syndroom (KTS) Grote aanlegproblemen in been: - Abnormale groei/spieratrofie - Capillaire malformatie - Lymfatische malformatie - Veneuze malformatie (varicositas en veneuze blebs)
35
Sturge-Weber syndroom kenmerken
Capillaire malformaties (scherp begrensd in gezicht). Overgroei van bot en zachte weefsels ipsilateraal als wijnvlek. 1. Glaucoom 2. Aangeboren wijnvlek/naevus flammeus 3. Epilepsie op jonge leeftijd
36
Proteus syndroom
CM, VM en/of LM met asymmetrische somatische overgroei, meestal met voetbetrokkenheid. Behandeling: operatieve debulking/amputatie.
37
Hernia inguinalis/hydrocele + behandeling
Hernia inguinalis: verbinding buikholte en lieskanaal als proc. vaginalis niet goed sluit en de hernia darm bevat Als een deel sluit: hydrocele (vochtophoping rond de teelbal) Risico: beklemming Behandeling: operatie (soms eerst beklemming manueel reponeren) Hydrocele funiculi/testes behoeft geen operatie. Alleen hydrocele communicans wel.
38
Behandeling niet-scrotale testis
Als de bal niet palpabel is -> echo! Tot 6 maanden niks doen. Hierna behandeling met orchidopexie.
39
Klinische kenmerken: Duodenum/dunne darm atresie Malrotatie Meconiumileus Hirschprung Anorectale malformatie
Gallig braken bij a terme pasgeborene. Duodenumatresie: 'double bubble' sign Risico malrotatie: volvulus -> ischemie en necrose darm. Meconiumileus en Hirschprung -> vertraging meconiumlozing. Hirschprung: ontbreken van ganglioncellen in distale deel darmwand. Behandeling: rectaal spoelen/tijdelijk stoma, operatief: pull-through.
40
Benaming van een gelige plaque zonder beharing op de hoofdhuid, sinds geboorte aanwezig
Naevus sebaceus
41
Benaming van een grote bruine vlek, die sinds de geboorte aanwezig is
Congenitale (melanocytaire) naevus
42
BMI Op basis van? Normaalwaarden
Leeftijd, geslacht, etniciteit (vanaf 2 jaar) Kg/m2: <18.5 ondergewicht 18-25 normaal >25 overgewicht >30 obesitas >35 ernstige obesitas
43
Kiembaanmutatie
Mutatie die ontstaan is in de geslachtscellen van een individu, niet familiair. Sibs van dit individu hebben dus geen verhoogde kans om dit ook te hebben. Kans op doorgeven aan kinderen is afhankelijk van kiemcelmozaïcisme. Normaal (geen mozaïcisme) -> 50% rijpe eicellen heeft mutatie (want 1 allel wordt doorgegeven). Met mozaïcisme is de verhouding gemuteerde cellen onduidelijk, maar dus maximaal 50%.
44
Wat betekenen de volgende mutaties: c.185_186delAG p.Ser1882X c.1411_1412insT p.Cys64Tyr c.5396+1G>A
c = coding DNA p = protein c.185_186delAG Op nucleotide positie 185 en 186 is AG weg -> frameshift (deletie) p.Ser1882X Op positie 1882 is amnozuur Ser vervangen door een stopcodon -> nonsense c.1411_1412insT Tussen 1411 en 1412 is een T ingevoegd -> frameshift (insertie) p.Cys64Tyr Op positie 64 van een eiwit is Cys vervangen door Tyr -> missense c.5396+1G>A +1 = eerste nucleotide van het daaropvolgende intron. G is vervangen door A -> splice-site mutatie
45
Aftakkingen van aorta, van belang bij coarctatio aortae
Truncus brachiocephalicus: rechterkant hoofd, nek en rechterarm A. carotis: hoofd en de nek A. subclavia: linkerarm en schouders
46
Auscultatie ASD type II
1. Systolisch ejectiegeruis 2. Best hoorbaar 2e icr links 3. Gefixeerd gespleten 2e toon
47
Retrograde testis
Fysiologische reactie op kou, waarbij de bal naar binnen gaat door overactieve m. cremaster. Geen behandeling, in puberteit vaak vanzelf opgelost omdat de bal zwaarder wordt.