Week 11 Flashcards

(60 cards)

1
Q

Wat zijn de 6 delen van de embryonale hersenen + welke orgaan ontwikkelt eruit?

A

Telencephalon -> hersenschors (cortex)/voorbrein/basale kernen.
= 1 laterale ventrikel

Diencephalon -> thalamus + hypothalamus
= 3e ventrikel

Mesencephalon -> middenhersenen
= aquaduct

Metencephalon -> pons en cerebellum
= 4e ventrikel anterior

Myelencephalon -> verlengde merg
= 4e ventrikel posterior

Ruggenmerg

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Vorming neurale buis (neurulatie) + wat ontstaat hieruit?

A

In week 4, rond dag 23.
Uit de neurale buis ontstaat het CZS.
Neurulatie = instulpingsproces (invaginatie) van neurale buis.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Cranio-caudale en dorso-ventrale specialisatie neurale buis

A

Stadium in blazen. In week 4-6 van 3 naar 5 blazig.

Wnt signaal -> caudale stimulatie.
Anterior: Wnt remmers uit endoderm: transcripitiefactor OTX2
Posterior: Wnt uit paraxiaal mesoderm: transcripitiefactor GBX2
Fgf8 -> mesencefalon en metencefalon

Dorsoventraal: dorsaal -> sensorische neuronen en ventraal -> motorische neuronen.
NOTOCHORD induceert VENTRALISATIE/motor neuronen (bodemplaat)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Neurogenese

A

Vindt vooral plaats in 2e trimester (m.n. telencefalon).

Neurogenese en proliferatie op gecontroleerde wijze/patroonvorming. Celdeling alleen aan lumen van de buis, waarna cellen naar de buitenkant differentiëren. Eerst symmetrische deling, waarna asymmetrisch.

Neuroblasten migreren vervolegns naar juiste plaats.

Te veel/weinig neurogenese: micro/macrocefalie.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Neuronale migratie

A

Uit de neurale lijst ontstaat perifeer zenuwstelsel, os frontale en onderkaak/bovenkaak (os mandibularis/os maxillaris). Cellen migreren.
Hirschprung, defect neurale lijst migratie.

Hersenschors wordt van binnen naar buiten gemaakt (radiale migratie).

Tangentiële migratie: inhiberende zenuwcellen ontstaan in het subpallium en migreren langs het oppervlakte naar de cortex.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Anencephalie afwijking

A

oorzaak: sluitingsdefect neurale buis
abnormale ontwikkeling mesoderm om neurale buis.
preventie: foliumzuur

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Holoprosencefalie afwijking

A

Stoornis in vroege differentiatie neurale buis. Verstoorde ontwikkeling van prosencefalon tot telencefalon. Verschillende gradaties: ernstig = cycloop en mild = 1 snijtand.

Splitsing gebeurt niet van 3 naar 5 blazig stadium.

Oorzaken: verstoorde cholesterolhuishouding/sonic hedgehog pathway.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Lisencefalie afwijking

A

neuronale migratiestoornis -> gladde hersenschors (geen gyri en sulci)
LIS-1 genmutaties

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Hoe ontstaan verschillende typen zenuwcellen?

A
  1. Door verschillende signalen bij doelorganen (neurale lijst cellen)
  2. Door gradiënten van signaalmoleculen (CC/DV-patroonvorming)
  3. Door verschil in tijdstip van geboorte (migratie)
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Sonic hedgehog functie + herkomst

A

Functie: ventralisatie. Shh is een signaalmolecuul wat m.b.v. gradiëntverschil dorso-ventrale patroonvorming maakt in ruggenmerg. Belangrijk voor initiëren tweedeling hersenen.
Zet Pax6 uit en Pax2 aan.

Komt uit bodemplaat (ventraal) van neurale buis.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Functie Tbx 4 en 5

A

Mutatie Tbx 5: Holt-Oram syndroom -> hart en alleen de bovenste (en niet de onderste) ledematen zijn aangedaan.

Radiusdysplasie van de rechter arm + hartafwijkingen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Functie AER (apical ectodermal ridge)

A

Proximaal - Distaal (schouder naar vinger)

Vorming van knopje naar arm.
1. HOX gradiënt (voorkant = 3’ Hox)
2. Tbx5 (voorkant), Tbx4
3. Fgf10, Fgf8 (ledemaatknopjes vorming, proliferatie mesoderm)
-> Vorming AER: verdikking van ectoderm aan uiteinde van ledemaat.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Functie ZPA (zone of polarizing activity)

A

Anterior - Posterior (duim naar pink) patroonvorming

ZPA: mesodermale structuur aan posterieure/pinkzijde van ledemaatsknop.

Vorming hoeveelheid vingers.
extra pink (polydactylie)

ZPA produceert Shh
HOX9, Gli3r

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Functe Wnt

A

Ventraal - Dorsaal (handrug naar handpalm)
dorsaal ectoderm

Bij afwijking bijv. nagels aan ventrale zijde
Wnt7a, Lmx1

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Radiale polydactylie vs. ulnaire polydactylie

A

Radiale polydactylie = aan duimkant = pre-axiaal.
Type 4 meest voorkomend -> osteotomie en reconstructie, na 1e levensjaar.

Ulnaire polydactylie = aan pinkzijde = post-axiaal

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Hypoplastische duim behandeling

A

Soort operatie is afhankelijk van Blauth classificatie:

Type II-IIIa
oppositie
stabilisatie MCP
Webverdieping

Type IV en V
pollicisatie
reconstructie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
17
Q

Radius dysplasie behandeling

A
  1. Weke delen distractie met fixateur externe (FE)
  2. Centralisatie

Evt. pollicisatie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
18
Q

Triggerduim definitie + (niet) gefiixeerd + behandeling

A

Deformatie: flexie contractuur of door ouders ‘klikken’ ontdekt.

Niet-gefixeerd:
Klikkend/knappend
Strekken mogelijk (met/zonder pijn)
Passief strekken vaak mogelijk

Gefixeerd:
Vastzittend/geblokkeerd
Strekken onmogelijk (fixatie)
Passief strekken vaak NIET mogelijk

Behandeling: afwachten of splinten/spalken tijdens slapen.
Als dit niet werkt klieven A1 pulley.
Kind ouder dan 4-5 jaar.
NOOIT kenacort bij kinderen.

Triggerduimen komen vaker voor bij kinderen dan triggervingers, triggervinger is indicatie voor doorsturen naar gespecialiseerd centrum i.v.m. mogelijke onderliggende pathologie.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
19
Q

Spina bifida complicaties

A

Geen functie onder het niveau van het defect.
- Rolstoelafhankelijk
- Chiari II
- TCS (tethered cord syndroom)
- laag-gemiddeld IQ (regulier onderwijs)
- Sociale continentie

Medische complicaties t.g.v. spina bifida:
1. obstipatie
2. hydrocephalus (waterhoofd) t.g.v. liquorcirculatiestoornis (meerderheid van de gevallen)
3. leerproblemen
4. herhaalde urineweginfecties

Cognitieve ontwikkeling bij een kind met spina bifida is ongunstiger bij hydrocefalus bij geboorte

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
20
Q

Spina bifida medicatie

A

Medicatie:
1. Dridase (oxybutinine)
2. Furadantine (nitrofurantoine)
3. Forlax (macrogol)
4. Botox (botulinetoxine)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
21
Q

Spina bifida beleidskeuzes

A
  • Zwangerschap afbreken (75%)
  • Prenataal opereren (= GEEN genezing, wel verbetering van prognose)
  • Postnataal opereren (stop liquorlek, voorkomen infectie, behoud neurologische functies, GEEN herstel van functies, vaak VP-drain)
  • Zwangerschap voldragen en dan beleid bepalen
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
22
Q

Arnold Chiari malformatie definitie + klachten + onderzoek

A

Cerebullum (kleine hersenen) zakt door achterhoofdsgat (foramen magnum) in ruggenmergkanaal -> druk op hersenstam en ruggennmerg.

Symptomen: ernstige hoofdpijn bij hoesten/persen, nekpijn, evenwichtsstoornissen, slikproblemen, spierzwakte.

Klachten: Laatste tijd toenemend last van verslikken en pijn in de nek en armen, ’s nachts soms een stokkende ademhaling.

Op MRI zichtbaar.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
23
Q

Definitie verstandelijke beperking (VB)

A

Beperkte ontwikkeling
Blijvende achterstand: cognitieve functies, adaptieve functies (sociaal aanpassingsvermogen) en is ontstaan voor 18/22e levensjaar.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
24
Q

Hoeveelheid mensen zwakbegaafd en verstandelijke beperking (VB) in Nederland met IQ scores

A

Zwakbegaafd: 2,2 miljoen (IQ 85-70)

VB: 440 000 (1% bevolking)
- Milde VB (IQ 70-50) - leeftijd 7-11
- Matig VB (IQ 50-35) - leeftijd 4-7
- Ernstig VB (IQ 35-20) - leeftijd 2-4
- Zeer ernstig VB (<20) - leeftijd <2

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
25
Alarmsignalen VB bij jonge kinderen
- Niet halen (motorische) mijlpalen - Niet reageren op geluid/aanspreken (gehoor?) - Geen oogcontact na 6e week (visus?) - Onvoldoende interesse voor omgeving - Neurologische (focale) verschijnselen: spierzwakte, tonusafwijking, epilepsie
26
Oorzaken van VB
1. Genetisch (>50%) 2. Onbekend/multifactorieel (30%) 3. Omgeving/teratogeen (5-13%) 4. Metabool/endocrien
27
Vier belangrijkste factoren die de gezondheid van verstandelijk beperkte mensen beïnvloeden
- Oorzaak van de beperking - Bijkomende multimorbiditeit/polyfarmacie - Psychische kwetsbaarheid - Leefstijlfactoren.
28
Doel van etiologische diagnostiek bij VB
- Aanpassen behandeling en follow-up - Kennis over beloop/toekomst - Advies (genetische counseling) over herhalingsrisico bij kinderwens en sibs - Verwerking van angst en wegnemen schuldgevoel ouders, acceptatie - Advies aan overige familie
29
Diagnostisch onderzoek VB bij welke patiënten
- Ontwikkelingsachterstand <2,5 jaar - VB >2,5 jaar na psychodiagnostisch (IQ) onderzoek - Zwakbegaafdheid (IQ 85-70), indien speciaal onderwijs nodig, dysharmonisch IQ profiel, IQ sterk afwijkend t.o.v. gezin/herkomst, dysmorfieën. - Autisme spectrum stoornis (ASS) met VB - Uitgesproken taal-spraak achterstand die niet anders verklaar kan worden (gehoor, neurologisch, etc.)
30
Manieren/aandachtspunten die kunnen helpen om de gezondheid van mensen met een verstandelijke beperking op een proactieve manier te verbeteren.
- Samenwerken met andere disciplines, goede samenwerking tussen HA/specialist/AVG - Extra aandacht voor oproepen/controles - Volgen van Health Watch programma’s (www.nvavg.nl) - Vaker herhalen van adviezen/uitleg - Samenwerking met ouders/verzorgers - Preventief vaccineren (i.v.m. verhoogd infectierisico)
31
Aandachtspunten voor de communicatie met mensen met een verstandelijke beperking
1. Sluit aan bij verstandelijke en emotionele ontwikkelingsleeftijd 2. Plan dubbele consulttijd/neem de tijd 3. Houd rekening met een langere verwerkingstijd/geef patiënt de tijd om na te denken 4. Probeer rustig en duidelijk te praten 5. Houd rekening met beperkt abstractievermogen 6. Geef niet te veel informatie tegelijk 7. Gebruik afbeeldingen ter verduidelijking 8. Houdt rekening met angst voor de dokter 9. Wees alert op sociaal wenselijke antwoorden 10.Geef informatie mee naar huis en betrek het netwerk erbij
32
Wie gaat over welke beslissingen van patiënt met VB?
mentor - medische beslissingen bewindvoering - financiën curatele - financiële EN persoonlijke zaken
33
Criteria bij diagnose verstandelijke beperking
1. De beperkingen moeten optreden vóór het 18e levensjaar. 2. Het IQ moet minstens 2 standaarddeviaties onder het populatie-gemiddelde zijn. 3. Er moet sprake zijn van beperkingen in het adaptieve gedrag.
34
Van Wiechen Ontwikkelingsonderzoek: alarmsymptomen voor autismespectrumstoornis
Elk verlies van taal of sociale vaardigheid Vanaf 12 maanden: Lacht niet naar anderen Reageert niet wanneer hij/zij wordt toegesproken Brabbelt niet Maakt geen gebaren (wijzen en zwaaien) Heeft geen interesse in andere mensen Vanaf 18 maanden: Maakt geen functioneel gebruik van woorden Vanaf 24 maanden: Gebruikt géén tweewoordzinnen (anders dan papegaaien)
35
Wat is bijzonder aan de eerste 1000 dagen van het leven m.b.t. het brein?
In deze periode is het brein volop in ontwikkeling, plastischer en gevoeliger voor interventie dan later in het leven.
36
Jonge kinderen leren omgaan met hun emoties via hun ouders. Fonagy et al. beschrijven dat proces als affectspiegeling. Wat is (gemarkeerd) affect? Wat is congruent en contigent affect?
Affect: De zichtbare en hoorbare expressie van een emotionele reactie. Gemarkeerd affect: Dat de ouder/verzorger betekenis verleent aan het gedrag van de baby en dat de ouder/verzorger het affect van de baby moduleert Congruent affect: de emotionele uitdrukking van een persoon overeenkomt met wat die persoon zegt of wat de situatie vereist. Contigent affect: de emotionele reactie afhankelijk is van de context of de specifieke prikkel op dat moment. Het affect "volgt" op de situatie.
37
Oogafwijkingen bij Downsydroom
1. aangeboren cataract 2. keratoconus 3. refractie afwijkingen glaucoom/myopie/strabisme
38
Complicaties van recidiverende LWI bij Downsyndroom
1. gehoorverlies 2. matige groei 3. vertraagde spraak-taalontwikkeling 4. OSAS (obstructief slaapapneu syndroom) 5. (toename) pulmonale hypertensie
39
Kind met Downsyndroom in eerste levensjaar (4-7 maanden) met salaamkrampen (plotselinge buigingen van het hoofd, de romp en ledematen, vaak in clusters bij het ontwaken).
Syndroom van West -> doorsturen naar SEH.
40
Welke bewegingsapparaat gerelateerde afwijkingen zijn geassocieerd met het Downsyndroom?
atlanto-axiale instabiliteit met heup/patella luxatie/Perthes pes planes (platvoeten) myelumcompressie scoliose
41
Op welke aandachtspunten moet de anesthesist in het bijzonder letten bij een preoperatief onderzoek en tijdens de narcose bij dit kind met syndroom van Down?
CWK instabiliteit pulmonale hypertensie hoge luchtwegobstructie lage luchtwegproblematiek aspiratie NIET: schildklierproblematiek
42
3-jarig kind met het Down-syndroom met secundaire groeiachterstand (bovenop de primaire groeiachterstand passend bij downsyndroom)
coeliakie (als ook diarree) auto-immuun hypothyreoïdie
43
Welke hartafwijkingen zijn met Down syndroom geassocieerd?
VSD mitralisklep prolaps AVSD NIET: coarctatio aortae
44
Welke van de met Downsyndroom geassocieerde complicaties kunnen in de eerste levensdagen parten spelen?
morbus Hirschsprung gastro-esophageale reflux (GER) meconiumplug atresieën: oesphagus en duodenum NIET: ASD, coeliakie
45
Neurologische complicaties downsyndroom
hypotonie ontwikkelingsachterstand gedragsproblemen: ADHD/ASS Epilepsie (syndroom van West) slaapproblemen dementie vanaf 50 jaar
46
Downsyndroom endocriene complicaties
kleinere lengte (Down curves) schildklierproblemen DM verminderde fertiliteit, maar niet uitgesloten! obesitas (multifactorieel)
47
Welke immunologische complicaties zijn er bij het downsyndroom?
reciverende infecties auto-immuunaandoeningen: vitiligoo, alopecia, reuma
48
Facomatosen
Neurocutane aandoeningen/Aangeboren aandoeningen, waarbij in ieder geval de huid en het zenuwstelsel zijn aangedaan. Zelfde oorsprong: neuro-ectoderm. Vaak hamartomen, benigne, maar kunnen maligne worden.
49
Neurofibromatose type 1
Autosomaal dominant Café-au-lait maculae (>6) Neurofibromen Freckling (sproetjes) in oksels en liezen 'Lisch' noduli in iris Opticusglioom Kleine gestalte, groot hoofd Botafwijkingen (scoliose, botdysplasie) Subnormale intelligentie
50
Tubereuze sclerose complex (TSC)
Autosomaal dominant Huidafwijkingen: ash leaf macula, angiofibromen in gelaat, subunguale fibromen, peau de chagrin, fibromen tandvlees. Afwijkingen hersenen: subependymale heterotypieën, vaak verkalkt, corticale tubers, hamartomen, reuscelcytoom. Hartafwijkingen (rhabdomyoom) Nierafwijkingen (angiomyolipoom, cysten) Oogafwijkingen (hamartoom van retina)
51
Psychomotore mijlpalen en lichaamszwaartepunt bij 1 maand
lichaamszwaartepunt in rugligging: craniaal, dorsaal. aanwezige Moro reflex Zoek-zuigreflex ATNR: asymmetrische tonus nek reflex Grijpreflexen Opstap-loopreflex Galant Axiale tonus-verticale suspensie: blijft hangen bij optillen onder de oksels Volgen met ogen en hoofd (0-6 maanden) Handen af en toe open (0-6 maanden) Heft kin kortdurende van onderlaag (0-6 maanden) Heft in buikligging hoofd in 45 graden (0-6 maanden)
52
Psychomotore mijlpalen bij 4 maanden
het kind kan een speeltje pakken (ulnaire palmairgreep) + overpakken het kind kan zelf het hoofd opgericht houden valt voorover hand-knie en hand-voet contact in rugligging, omrollen tot zijligging, steunname op armen, kijkt rond. Afwezig: steun- en opstapreacties, Moro-reflex.
53
Psychomotore mijlpalen en lichaamszwaartepunt bij 9 maanden
lichaamszwaartepunt in rugligging: caudaal, centraal. zitten met gestrekte benen zelfstandig tot zit komen aanwezige pincetgreep (9-12 mnd) (radiale) palmairgreep, schaargreep Pivoteren Tijgeren (6-12 maanden) Kijkt rond met 90 graden geheven hoofd (6-12 maanden) Rolt om van rug naar buik en terug (6-12 maanden) Kan hoofd goed ophouden in zit (6-12 maanden) Speelt met handen middenvoor (6-12 maanden) Grijpt naar voorwerp binnen handbereik (6-12 maanden) Pakt blokje over (6-12 maanden) Speelt met beide voeten (6-12 maanden)
54
Psychomotore mijlpalen en lichaamszwaartepunt bij 12 maanden
lichaamszwaartepunt in rugligging: caudaal, ventraal. kind kan los zitten Kruipen (6-12 maanden of na 12 maanden) Optrekken tot staan (6-12 maanden of na 12 maanden) Los lopen (na 12 maanden) Speelt ‘geven en nemen (na 12 maanden) Afwezig: Moro reflex
55
Disharmonisch ontwikkelingsprofiel
discrepantie tussen cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling
56
Wanneer ontwikkelt een kind links- of rechtshandigheid?
Na leeftijd van 3 jaar.
57
Kenmerken beginnend looppatroon (12 maanden)
armen high guard positie breed gangspoor kleine passen weinig romprotatie Bevriezing van gewrichten niet-goede voetafwikkeling, op tenen lopen is normaal, mits kind ook op platte voeten kan staan
58
Kenmerken cerebrale parese
geen hoofdbalans 'slipping through' scharen van de benen handen in vuist
59
Verschillen van het PBLS protocol bij reanimatie van een zuigeling ten opzichte van een BLS protocol bij volwassenen
Luchtweg openen middels neutral position (baby’s <1 jaar) 5 initiële beademingen bij kinderen, dit wordt niet gedaan bij volwassenen 15:2 als ratio voor de compressies:beademingen, in plaats van 30:2 zoals bij volwassenen Bij baby’s <1 jaar oud wordt de twee-duimen-omcirkel-techniek (TDOT)
60
Meest voorkomende oorzaak bij kinderen die in de thuissituatie in een reanimatie setting komen
op basis van een respiratoir probleem