anticoagulantia
trombocytaggregatieremmers
fibrinolytische stoffen
werkingsmechanisme vit K antagonisten
kinetiek vit K antagonisten
bijwerkingen vit K antagonisten
interacties vit K antagonsiten
versterkte anticoagulerende werking: - NSAIDs - trombocytaggregatie remmers - heparine - dieet met laag vit K - leverziekten - koorts - hyperthyroidie verzwakte anticoagulerende werking: - leverenzym inductoren - orale conceptiva - vit K - zwangerschap - erfelijke resistentie - hypothyroidie - colestyramine (bindt wafarine)
coumarines
= vit K antagonisten
verschillende soorten DOAC’s
indicaties DOAC’s
injecteerbare anticoagulantia
heparine
= injecteerbaar anticoagulantia
-> bindt aan antithrombine III -> reactie met trombine versneld -> tragere omzetting fibrinogeen naar fibrine
LMWHs
= injecteerbare anticoagulantia
-> verhogen effect antitrombine III op Xa, maar niet op trombine
fondaparinux
= injecteerbare anticoagulantia
= selectieve inhibitor factor Xa
bijwerkingen injecteerbare anticoagulantia
spontane bloedingen
trombocytopenie
osteoporose
aspirine
= irreversiebele inhibitie COX in trombocyten en endotheelcellen -> inhibitie vorming TXA2 -> vertraging aggregatie
gebruik in lage dosis: anti-aggregerend
dipyridamole
= trombocytaggregatie remmer
-> in combinatie met ASA: secundaire preventie TIA en CVA
ticlopidine
=trombocytaggregatie remmer
-> voorkomt binding ADP aan bloedplaatjes receptor -> inhibitie activatie GPIIb/IIIa complex -> plaatjesaggregatie
bijwerkingen:
clopidogrel
=trombocytaggregatie remmer
= prodrug, door CYP2C19 omgezet
-> voorkomt binding ADP aan bloedplaatjes receptor -> inhibitie activatie GPIIb/IIIa complex -> plaatjesaggregatie
bijwerkingen:
prasugrel
=trombocytaggregatie remmer
-> voorkomt binding ADP aan bloedplaatjes receptor -> inhibitie activatie GPIIb/IIIa complex -> plaatjesaggregatie
indicatie: preventie partiele trombo-embolitische aandoening
bijwerkingen:
glycoproteine IIb/IIIa inhibitoren
= trombocytaggregatie remmers
bij erg trombogene situaties
indicatie fibrinolytische stoffen
streptokinase
= fibrinolytica -> vorming stabiel complex met plasminogeen -> fibrine afgebroken - via traag infuus ! allergische reactie ! hypotensie ! spontane bloedingen
urokinase
= fibrilolytica
-> omzetten plasminogeen in plasmine
- via traag infuus
! bloeddingen