zeg (zeggen)
hey/say
zin om
like to
een uur of zes
around six o’clock
anderen
other people
leuk
great
graag
gladly
heel
very
zal (zullen)
shall
uitleggen
explain
nodig
necessary
wijst (wijzen)
shows
weg (de)
way
trouwens
actually
om
around
hoek (de)
corner
kunnen
can
met z’n tweeën
the two of us
oké
okay
meenemen
bring
hoor
you know
hoeft (hoeven)
is necessary
op weg
on the way
allebei
both
gekocht (kopen)
bought