hoi
hi
gaat (gaan)
is going
jou
you
gehad (hebben)
had
op bezoek
visiting
geweest (zijn)
been
wilden (willen)
wanted
nieuw
new
iets nieuws
something new
zondagmiddag (de)
Sunday afternoon
museum (het)
museum
beelden (het beeld)
sculptures
zee (de)
sea
prachtig
beautiful
rij (de)
line
waren (zijn)
were
klinkt (klinken)
sounds
gegeten (eten)
eaten
Spaanse (Spaans)
Spanish
gekookt (koken)
cooked
film (de)
movie
gekeken (kijken)
watched
gezellig
pleasant
hadden (hebben)
had