week 3 Flashcards

(31 cards)

1
Q

Wat zijn met name Y- linked stoornissen?

A

fertiliteits problemen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Wat is CBAVD?

A

congenitale bilaterale afwezigheid vas deferens –> (zaadleider)

zaadleiders werken aan beide kanten niet.

Kan doormiddel van ICSI alsnog kinderen krijgen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Wat is dystrlophia myotonica (DM)?

A

myotone dystrofie/ ziekte van Steinert

incidentie: 1/8
autosomaal dominant met anticipatie (kan ernstiger/eerder optreden in latere generaties)

  • kans op testesatrofie (krimpen van ballen)
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Welke ziekte past er bij de volgende kenmerken?

  • hypogonadotroop hypogonadisme
  • anosmie (niet kunnen ruiken)
A

kallmann syndroom

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Wat is het fragiele X syndroom? en waarom fragiel X?

kunnen vrouwen hier ook last van hebben?

A

mannen hebben het niveau van iemand met down syndroom.

insnoering aan het einde van X-chromosoom. lijkt alsof het kan breken… vandaar Fragiele x syndroom

vrouwen kunnen ook een milde verstandelijke beperking hebben van fragiele X syndroom.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Wat wordt bedoeld met pre-mutatie?

A

repeat is wel verlengd maar zorgt nog niet voor symptomen. door anticipatie wordt dat in eerstvolgende generaties wel een probleem.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

wat doet een mutatie in het FMR1 gen?

A

Fragiele X syndroom

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Wat is FXTAS?

A

Fragiele X tremor ataxia syndroom, lijkt op parkinson. Een premutatie die toch een ziektebeeld veroorzaakt. dit is te zien bij jongens, bij vrouwen zien we POI (premature ovariele insufficietie: vervroegde overgang). –> dit kan alleen bij een premutatie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Wat is het SRY? en wat gebeurt er als hier een mutatie in zit?

A

het SRY is het geen wat je man maakt. Bij mensen waar een mutatie in dit gen zit krijg je dus een vrouwelijk fenotype –> XY-female

andersom kan ook, door translocaties kan het SRY gen op een X terecht komen. –> door recombinatie van X en Y –> XX-male

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Wat zijn de voor en nadelen voor hormonale anticonceptie?

A

voordelen:
- cyclusregulatie
- minder bloedverlies en dysmenorroe
- minder androgeen effect
- minder endometriumca, ovariumca

nadelen:
- tromboserisico, de lever heeft door het oestrogeen de neiging om extra stollingsfactoren te produceren. Progesteron remt dat doormiddel van een ‘counteractor’
- cardio-vasculaire aandoeningen
- cerebrovasculaire accidenten

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Wat is het effect van hormonale anticonceptie op kanker risico?

A

mamaca licht verhoogt, m.n. bij jonge gebruikers, effect verdwijnt na staken
ovarium ca. en endometrium ca.: significant beschermend effect

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Wat zijn de klachten bij het gebruik van hormonale anticonceptie?

A

Hoofdpijn, vaak spanningshoofdpijn, starters. (migraine met aura –> problematisch, stoppen HA)

  • onregelmatige bloedingen
  • libidovermindering: stress, angst
  • stemmingswisseling
  • gewichtstoename
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Wat zijn contra-indicaties voor het gebruik van hormonale anticonceptie?

A
  • trombose in VG of trombofilie
  • cardiovasculaire aandoeningen
  • ischemic stroke: arteriole trombose door vnl. oestrogenen
  • leveraandoening: progesterone-only-pil lijkt minder risico hebben
  • mamacarcinoom
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

De nuvoring en de EVRA pleister is ook een anticonceptiemiddel. Hoevaak moet deze vervangen worden?

A

Om de drie weken, werkzaamheid na de drie weken is weg

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

De minipil is ook een optie voor anticonceptie. Welke hormonen zitten hier in?

A

alleen progestogenen

je moet hem consequenter nemen. (marge van vergeten 3-6 uur)

Kan goed gebruikt worden tijdens borstvoeding. Met de normale pil is dit wel een probleem, lactaat productie neemt af.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Wat zijn de voordelen van het staafje? (Implanon –> staafje)

A
  • alleen progestageen
  • onderdrukt m.n. ovulatie, minder de follikelgroei
  • 3 jaar werkzaam
  • uiterst betrouwbaar, inbrengen vergt ervaring.
17
Q

Wat zijn de voordelen van de prikpil (Depo Provera)

A

om de 3 mnd
- vrijwel volledige onderdrukking ovulaties, in beperkte mate ook van follikelontwikkeling
- atrofische bloedingen en amenorroe
- lange nawerking (tot 1-2 jaar)

(verhoogd risico op afname botdichtheid)

18
Q

Wat houd de 7 dagen regel in?

A
  • tenminste 7 dan achtereen onderdrukking nodig.
  • verlengt de pil-vrij periode tot 7 dgn
  • interval tussen 2 pillen < 36 uur? (alsnog innemen, geen aanvullende maatregelen)
19
Q

Hoe werkt het Nood anticonceptie?

A

hoge dosis progestagenen: onderdrukt LH piek + verstoort ‘implantatie window’

20
Q

Wat is counseling?

A

weloverwogen goed overwogen juistgeinformeerde eigen keuze

21
Q

Wanneer besluit je om een therapie te starten bij mensen met de menopauze?

A
  • <46 jr: ja, tenzij…
  • 46-50 jaar: geen verhoogd risico: geen bezwaar HST
  • tussen 50-56 jaar: nee, tenzij… sociaal invaliderende klachten en na zorgvuldig informeren
  • ouder dan 56 jaar: liever niet eer doen
22
Q

Wanneer wordt de menopauze genoemd?

mediane leeftijd?
wanneer vast te stellen?
wat vervroegt de overgang?

A
  • de laatste menstruatie
  • mediane leeftijd 51 jaar
  • pas achteraf vast te stellen (na 1 jaar)
  • gerelateerd aan overgang moeder
  • roken vervroegt de overgang 1-2 jaar.
23
Q

Wat zijn de bekendste overgangsverschijnselen?

A
  • onregelmatige cyclus
  • meer bloedverlies
  • langer bloedverlies
23
Q

Wat zijn de fases van de menopauzes met de bijkomstige situaties?

A
  • premenopause (reproductive phase) –> regelmatige hormoonschommelingen
  • perimenopause (menopause transition) –> onregelmatige hormoonschommelingen
  • postmenopause
24
Wat is de band breedte qua temperatuur van het hebben van een opvlieger?
0,4 graden
24
Wat zijn de effecten van het dalen van oestrogenen? benoem daarbij ook urogenitale verschijnselen?
- afname van bloedcirculatie in genitaal gebied - afname elastieke en collagenen - vagina epitheel, omliggende bindweefsel, urethra en blaas - droge vagina - pijn bij het vrijen - minder libido - jeuk - verandering afscheiding
25
Wat zijn de lange termijn veranderingen door de menopauze?
- toename hart- en vaatziekten - toename oesteoporose (botbreuken) - toename borstkanker
26
Wat zijn de kenmerken van hormoontherapie?
- meest effectieve behandeling van overgangsklachten - postmenopauzale hormoon therapie is eigenlijk oestrogeen substitutie - progestageen moet toegevoegd worden om het endometrium te beschermen.
27
Wat is de de verandering van het risicoprofiel bij patiënten die hormoon therapie gebruiken?
- verhoogd risico mamacarcinoom - als je al nog geen atherosclerose hebt is het risico op cardiovasculaire aandoeningen kleiner. - als je al wel atherosclerose hebt is het risico op het krijgen van vasculaire aandoeningen groter - kleiner risico op osteoporose - verhoogd risico op trombose
28
benoem indicaties en contra-indicaties voor HST? (hormoonsuppletie therapie)
indicatie - indien menopauze onder 46 jaar - ernstige overgangsklachten - versterkte botontkalking onder 50 jr. contra-indicatie - borstkanker - baarmoederslijmvlieskanker - trombose en/of longembolie - migraine
29
welke hormonen suppleer je bij hormoonsupletie tijdens de menopauze?
geen baarmoeder? - alleen oestrogeen wel baarmoeder? - altijd combinatie van oestrogenen + progestagenen - cyclisch of sequentieel