Welke groeifactoren zijn nodig voor proliferatie van stamcellen?
Zie de afbeelding!
Alles ontstaat uit pluripotente stamcellen in het beenmerg en o.i.v. hematopoëtische groeifactoren kunnen ze prolifereren en uitrijpen naar functionele bloedcellen
Groeifactoren gaan specifieke bindingen met receptoren aan (sooms werken ze als dimeer) en hierdoor vindt activatie in de cellen plaats en dit zorgt voor celdeling vanuit de kern van de cel
Epo → Erytrocyten
G-CSF → Neutrofiele granulocyten (leukocyten)
TPO → Tropocyten
Hoe werken enzym gebonden receptoren en welke soorten vallen hieronder?
Enkelvoudige ketens vormen o.i.v. een ligand een dimeer, in 2 categorieën:
- Tyrosine kinase receptoren: hebben een extra-, intra- en transcellulair domein, enzymactiviteit zit in de receptor zelf bij het kinase (intrinsiek)
- NON-RKT: zelfde proces als andere receptoren alleen heeft de receptor zelf geen kinase activiteit, maar zit er enzymactiviteit (JAK tyrosine kinase) gekoppeld aan het intracellulaire domein
Hoe kan AML ontstaan door een mutatie in een receptor?
Gaat over receptor FLT3-ITD; ITD in JM domein veroorzaakt spontane activering van het FLT3 receptoreiwit –> spontane deling van AML cellen
Inmiddels zijn er smallmolecules gemaakt die de gemuteerde receptor kunnen hebben. Behandeling AML (bij patiënten met FLT3 mutatie): Chemo + Smallm.
Hoe vindt eiwitfosforylering en defosforylering plaats bij receptoren voor de celdeling?
Receptoren (kinases) zorgen voor fosforylering van een tyrosine op een eiwit (door tyrosine kinases) –> activiteit bevorderd door groeifactoren o.i.v. dimeervorming van 2 receptorketens
- o.i.v. ATP 3 verschillende aminozuren fosforyleren m.b.v. kinases
- kan aan tyrosine, maar ook aan serine en threonine (door serine-threonine kinases)
Hoe werken de JAK tyrosine kinase bij receptoren voor bloedcel groeifactoren?
Hoe verloopt de signaaltransductie door G-CSF receptor?
Zolang geen groeifactor bindt, is hij inactief als monomeer
Werking
1. Als G-CSF aan de receptor bindt wordt een homodimeer gevormd waar aan de ketens JAK kinase zit gebonden
2. JAK-kinases kunnen door dimeer vorming (receptor-dimerisatie) elkaar activeren (cross-activering)
3. Signaalmoleculen binden aan deze gefosforyleerde tyrosine in de receptoreiwit met hun SH2-domein (specificiteit) –> signaal wordt doorgegeven
Wat is er aan de hand bij chronische neutrofielen leukemie (CNL)?
Cellen zijn in staat om te differentiëren, alleen het worden er heel erg veel
- Oorzaak: mutatie in G-CSF receptor waardoor de JAKs altijd aan elkaar zitten (spontane dimeervorming) en ze G-CSF onafhankelijke proliferatie hebben
Wat is de rol van eiwitinteractiedomeinen in de signaaltransductie?
Belangrijk is het SH2-domein
1. SH2-domein kan binden (slot-sleutel) aan de receptor zodra tyrosine gefosforyleerd is
2. C-terminaal (onder gefosforyleerde tyrosine) van het SH2-domein zitten nog 3 aminozuren die een unieke code vormen waardoor het signaalmolecuul wel/niet kan binden (verschillende P-Y-A1A2A2 codes) wat zorgt voor specificiteit
Wat is de rol van fosfatases bij het uitzetten van receptorsignalen?
Gebeurt via tyrosine phosphatasen en serine/threonine phosphatasen
Gefosforyleerde tyrosine in een geactiveerde receptor vormt een interactie met het SH2-domein –> vorming specifieke bindingsplaats voor phosphatase (SHP-1) –> specifieke binding aan het SH2-domein met tyrosine –> ontvouwing phosphatase en fosfatase activiteit deactiveert JAK-kinase
Wat zijn myeloproliferatieve aandoeningen (MPN) en welke 3 subcategorieën zijn hierin?
Verhoogde productie van bloedcellen door een JAK2-V617F mutatie
- Essentiële trombocytose (ET): heel veel bloedplaatjes aanmaak
- Polycytemia Vera (PV): heel veel erytrocyten aanmaak
- Primaire myelofibrose (PMF): overvloedige fibrose in het beenmerg
Wat is er aan de hand bij een remmende mutatie van het JH2 domein van het JAK2 eiwit?
De JAK2-V617F mutatie zit in het JH2 domein van het JAK2 eiwit
–> mutatie heft de remmende werking van het JH2 domein op de kinase activiteit (van het JH1 domein) op –> over activatie van het JH1 domein (kinase domein) (hypersensitieve en gedeeltelijk groeifactor-onafhankelijke signalering)
Dus EPO/TPO onafhankelijke signaaltransductie, maar het EPO/TPO receptor is wel nog steeds nodig (hiervan niet onafhankelijk)
Wat is een myeloproliferatieve neoplasieën (MPN) en welke vormen zijn er?
MPN: Klonale hematopoietische stamcelziekte van het beenmerg, proliferatie van 1/meer myeloïde cellijnen met min of meer normale uitrijping
- Essentiële trombocytose (ET): toename trombocyten
- Polycythemia Vera (PV): toename erytrocyten en evt. leuco’s en trombocyten bloedplaatjes
- Primaire Myelofibrose (PMF): verbindweefseling van het beenmerg, bloedcelvorming verplaatst zich naar andere organen (bijv. milt) en hierdoor heel erg veel klachten (afvallen, minder eetlust, niet lekker, hoofdpijn), veel meer kans op leukemie
Wat zijn de gemeenschappelijke kenmerken tussen de vormen van MPN?
Wat zijn de klinische problemen bij MPN?
Wat zijn de klachten van een patiënt met MPN?
Wat is de levensverwachting van een patiënt met MPN en bij welke mutaties is deze beter/slechter?
Wat zijn de complicaties van MPN?
Hoe is de behandeling van MPN?
Wat is de effectiviteit van de JAK2-remmers en hoe heet dit medicijn?
Eerste gebruik is ruxolitinib
- weinig bijwerkingen
- veel klachtvermindering
- positief effect op prognose
- minder vaak een aderlating
Hoe werkt Next Generation Sequencing (NGS)?
Wat is het gevolg van JAK2, MPL en CAL-R mutaties?
Dit zet de signaaltransductie te hard aan.
Voorbeeld CAL-R
Normaal zorgt dit na activatie van TPO voor meer trombocyten:
Stimulering door TPO→ meer receptoren aanmaken door dimeren te maken van MPL eiwitten → zetten JAK2-eiwitten aan → signaaltransductie en genexpressie op gang
Als gevolg van mutaties kan dit proces te hard aan staan en wordt er teveel aangemaakt
JAK2 mutatie: polycythemia vera
MPL,CALR mutaties: primaire myeolofibrose of essentiële trombocytose
Hoe is de architectuur van de crypten in de darm?
Constant celvernieuwing vanuit de stamcel pool onderin (elke 7 dagen complete vervanging), WNT-gradiënt aanwezig die afneemt richting het darmoppervlak omdat het alleen voor stamcellen belangrijk is
Hoe verloopt het WNT-pathway op moleculair niveau?
Effector: bèta-catenine: functie in de kern (WNT pathway transcriptie regulatie) en functie in cel-celcontact tussen E-cadherines (membraan)
Als WNT niet bindt aan de receptor: bèta-catenine bindt aan cytoplasmatische deel E-cadherine en zorgt voor stabiliteit, ook binding aan APC (samen met axine en GSK) en vormt zo een destructiecomplex wat bèta-catenine afbreekt
Als WNT bindt aan de receptor: axine afbraak –> destructiecomplex inactief –> resterende bèta-catenine komt los en gaat de celkern in –> binding aan transcriptiefactor TcF –> targetgenen die celdeling bevorderen aangezet en meenemen transactiverende domein waardoor gentranscriptie op gang komt –> celproliferatie en onderhouden stamcellen
Hoe zorgt WNT-pathway ervoor dat stamcellen behouden blijven (d.m.v. asymmetrische deling)?
Stamcellen delen asymmetrisch: 1 ontwikkelt zich tot stamcel (dichtste bij Paneth cel), ander verliest het vermogen om WNT target genen tot expressie te brengen en is geen stamcel meer, hij zal opschuiven en door de steeds lagere WNT-factor zal hij uiteindelijk stoppen met delen en volledig differentiëren
- WNT-signaal werkt alleen over korte afstanden: het heeft een lipide groep en bindt daarmee aan het celmembraan (en slecht oplosbaar in water)