Welke soorten beeldvormende technieken kun je gebruiken binnen de oncologie?
Wat moet je je bij elke beeldvormende techniek die je aanvraagt afvragen?
Wat zijn de eigenschappen van röntgenfoto’s?
Wat zijn de eigenschappen van een CT?
Wat zijn de eigenschappen van een echo?
Wat is de TNM classificatie?
Techniek met als doel prognose en behandeling te bepalen:
- Evaluatie uitgebreidheid primaire tumor (T): T1 (beste) tot T4 (slechtse), verschillende tabellen op basis van plek van de tumor
- Pathologische lymfeklieren (N): van N0 (niks) tot N3 (moeilijk operabel) en nog Nx (niet te beoordelen)
- Metastasen op afstand (M)
Slechtere TNM = slechtere kans voor de patiënt
- Soms hierbij ook een biopsie
Hoe werkt een PET-CT?
Er wordt gekeken naar de suikeropname, hiervoor eerst toediening van radioactieve deeltjes met suiker (FDG)
- Vooral hersenen en tumoren lichten op: zij gebruiken veel suiker
- Veel duurder dan gewone CT en niet alles wat positief is, is ook een tumor
Wat is bij een longcarcinoom de beste test?
Wat is bij een coloncarcinoom de beste test?
Primaire tumor aantonen met colonscopie (+ biopt) (lichte voorkeur door biopt) of CT-scan (intramurale uitbreiding in beeld brengen)
- Doorlichten (m.b.v. rectaal contrast) wordt niet gedaan
- Bij de T niet kijken naar de lengte van de tumor, maar naar de doorgroei (bijv. in wand, peritoneum, orgaan)
- Metastasering zit vaak in lever! en longen dus deze goed onderzoeken (v. portae draineert in lever en dat komt uit in de long) –> soms nog een MRI voor de lever
Wat is peritonitis carcinomatosa?
Als een stukje tumor los in de buikholte terecht komt en aan het buikvlies gaat zitten, gaan daar allemaal kleine metastasen in het peritoneum ontstaan (ascites met tumoren)
- Vaak bij een ovariumcarcinoom
Wat zijn de eigenschappen van MRI en wanneer doen we het in de oncologie?
Doen we als we iets niet snappen
- Maakt gebruik van H-atomen en in elk soort weefsel is er een ander aantal
- Hele hoge resolutie waardoor kleine verschillen goed decteerbaar zijn en je een heel mooi plaatje krijgt
- Duurt heel lang: 20-40 minuten voor een klein gebied
- Vooral bij tumoren in het kleine bekken, rectumtumor of het bepalen van het lokale T-stadium
- Kan met contrast (gadolinium)
- Kan niet bij claustrofobie, pacemaker, metaal in het lichaam
- Last van bewegingsartefacten door peristaltiek
Wat is de RECIST (respons evaluatie criteria in solide tumoren) en wat is de NADIR?
Manier om het effect van chemotherapie te meten
- Baseline: op zoek gaan naar target laesies waarbij maximaal 5 laesies in kaart worden gebracht (max. 2 per orgaan, aankleurende rand meenemen) –> lengte tumoren minimaal 10 mm op CT (langste as) en 20 mm op X-thorax, lymfeklieren minimaal 15 mm (korte as)
- Lengtes baseline optellen en bij follow-up kijken wat er met deze som gebeurt
Niet-meetbare laesie als:
- tumor lengte as < 10 mm
- pathologische klieren 10-15 mm
- slecht afgrensbaar
- leptomeningeale ziekte (uitzaaiingen tumorcellen naar zachte hersen- en ruggenmergvliezen)
- vocht
- inflammatoir borstkanker
- lymfangitis huid of long
NADIR: meetpunt waarop de laesies het kleintse waren (hoeft niet op baseline te zijn)
Wat zijn respons criteria van kankerbehandeling?
Wat is en waarvoor is stageren?
Bepalen hoe ver de tumor voortgeschreden is –> classificatie van ernst en aard van een ziekte, bepalend voor de behandeling en prognose
- kan lokaal en systemisch
- zorgen dat alle artsen gelijk weten waar ze het over hebben
- verschil tussen solide tumoren (bolletjes met membraan) en niet-solide tumoren (losse cellen tussen normaal weefsel)
Waarvoor staat de TNM-classificatie en welke levels zijn hierin?
Tumor, nodes en metastasis;
T: lokale stadium primaire tumor: grootte en uitgebreidheid binnen orgaan en ingroei omliggend weefsel
- Tx: tumor onvindbaar
- T0: primaire tumor weg
- Tis: carcinoma in situ/hooggradige dysplasie
- T1: intra- of submucosaal
- T2: ingroei in muscularis propria
- T3: doorgroei in muscularis propria
- T4: doorgroei naar andere organen
N: lymfekliermetastasen, of er locoregionale zijn, afhankelijk van omvang, aantal en locatie (borst- en liesmetastase valt onder M)
- Nx: niet met zekerheid vast te stellen
- N0: geen aangedane lymfeklieren
- N1-N3: aanwezigheid lymfekliermetastasen (mamma: N1 = 1-3, N2 = 4-9 en N3 >10)
M: metastasen op afstand
- Mx: niet te beoordelen
- M0: geen metastasen op afstand
- M1: wel metastasen op afstand (orgaan of lymfeklieren)
–> elke kankersoort heeft zijn eigen betekenis van de T-, N- en M-stadia en soms nog subcategorieën
Welke 3 soorten stagering zijn te onderscheiden?
Welke typen onderzoek kun je gebruiken in de stadiumbepaling van kanker?
Wat zijn de klinische stadia van tumoren?
Gebaseerd op de TNM (ook wel stage grouping)
- Stadium 0: carcinoma in situ, zeer beperkt, geen locoregionale of afstandsmetastasen
- Stadium I: kleine carcinomen, zonder/beperkte doorgroei in orgaan van origine, goede prognose
- Stadium II: doorgroei in orgaan van origine, geen lymfekliermetastasen, geen doorgroei in omliggend weefsel, goed behandelbaar, grotere kans of recidief
- Stadium III: locoregionale kliermetastasen
- Stadium IV: metastasen op afstand
Welke andere factoren zijn nog meebepalend in de behandeling en prognose?
Wie stageert een tumor?
Het MDO
- eerst verzamelen informatie –> interpreteren –> conclusie trekken –> beleid maken –> verder onderzoek of behandelen
Waar zorgt klinisch stageren voor?
Ieder kankersoort heeft eigen onderzoek. Welke hebben: darmkanker, slokdarmkanker en melanoom?
Darmkanker:
1. Endoscopie
2. Bioptie
3. CT (m-statium)
Slokdarmkanker:
1. Gastroscopie
2. EUS (TN-stadium)
3. Pet-CT (m-stadium)
Melanoom:
1. Lichamelijk onderzoek
2. Diagnostische excisie
3. Pet-CT (m-stadium)
Hoe liggen epitheliale cellen en hoe zijn ze gerangschikt?
Cellen liggen naast/tussen elkaar en liggen op een bindweefsellaag (basaalmembraan) die vast zit aan de extracellulaire matrix (ECM)
- Contact via meerdere cel adhesie receptoren en liganden
- Via een binding een signaal doorgegeven aan de cel
- Via membraanreceptoren hechting met het celskelet
- Cellen zijn gepolariseerd: apicale zijde verschillend aan basale zijde –> belangrijk voor de functie (verschilt per plek bijv.: nutriënt opname, barrière, haargroei, talgaanmaak, hormoonsecretie, zintuig functie, etc.)
- Zorgt ook voor het opvangen van mechanische stress
Welke epitheliale cellen liggen er in de darm en wat is hen functie?
→ ze hebben gescheiden stromen