HC2 Flashcards

(42 cards)

1
Q

Wat was Bacons belangrijkste breuk met Aristoteles?

A
  • Bacon had geen problemen met het ter discussie stellen van het Aristotelische wereldbeeld
  • Hij ging tegen het idee in dat je geen experimenten zou mogen gebruiken
  • Bacon zegt dat Aristoteles inductie verkeerd deed: je moet ook elders zoeken naar mogelijke weerleggingen van je algemene conclusie (i.t.t. Aristoteles)
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Wat zijn de drie elementen van Bacons nieuwe methode?

A
  1. Laat vooroordelen (idols) varen
  2. Gebruik de empirische methode (met experimenten toegestaan, geen autoriteitsboeken)
  3. Inductie is een belangrijk middel
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Wat zijn de vier soorten ‘idols’ (vooroordelen) volgens Bacon?

A
  • Idols of the Tribe (idola tribus): vooroordelen die we als mens hebben
  • Idols of the Cave (idola specus): vooroordelen door culturele groep
  • Idols of the Marketplace (idola fori): vooroordelen door taal
  • Idols of the Theatre (idola theatri): vooroordelen door autoriteiten
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Wat zijn voorbeelden van ‘Idols of the Tribe’?

A
  • Zien van orde waar die niet is
  • Confirmation bias (zoeken naar bevestiging, negeren van weerleggingen)
  • Waarnemingsfouten (zon gaat “onder”)
  • Zeelui die kracht van gebed overschatten
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Wat zijn voorbeelden van ‘Idols of the Cave’?

A
  • Extreem conservatisme (extreme voorkeur voor vroeger)
  • Of juist extreem progressivisme (extreme voorkeur voor vernieuwing om de vernieuwing)
  • Inschattingsfouten over wat anderen denken (voorbeeld: studenten met/zonder mobieltje schatten percentage verkeerd in)
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Wat zijn voorbeelden van ‘Idols of the Marketplace’?

A

Woorden die nergens naar verwijzen:

‘Geluk’, ‘het element vuur’, ‘de eerste beweger’, ‘toeval’, ‘heks’, ‘elan vital’

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Wat is een voorbeeld van Bacons eigen ‘Idol of the Theatre’?

A

Bacon wilde experimenten doen om terug te gaan naar de paradijselijke toestand uit het Oude Testament. De Openbaring (Bijbel) is precies een autoriteit die door Bacon niet kritisch genoeg wordt benaderd.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Hoe gebruikt Bacon inductie? Heeft hij ook rationalistische elementen?

A

Bij Bacon is inductie een mix van waarneming & verstand. Goede wetenschap maakt gebruik van observatie én rationele gevolgtrekking. Dus ja, hij heeft ook een rationalistisch element in zijn epistemologie.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Geef Bacons voorbeeld van inductief redeneren over warmte.

A

Bacon maakte een lijst van zaken met warmte: licht, levende lichamen, gistingsprocessen, wrijving, etc. Conclusie: Warmte is te verklaren uit beweging van (onzichtbaar) kleine deeltjes.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Samenvatting Bacon

A
  • Bacon houdt een pleidooi voor de degelijke wetenschap als de methode die we moeten gebruiken om kennis over de wereld op te doen;
  • We moeten ons vooral niet laten leiden door onze menselijke vooroordelen (idols) & dat we daar dus op bedachtzaam moeten zijn;
  • Hij merkt dus eigenlijk al op dat we psychologisch op een bepaalde manier in elkaar zitten die moeilijk los te laten is, maar die de kennisverwerving wel in de weg staat.
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Bacon vs. Aristoteles

A
  • Bacon gebruikt dus net als Aristoteles inductie;
  • Maar Aristoteles doet het helemaal verkeerd volgens Bacon;
  • Aristoteles neemt het inductieprobleem net serieus genoeg: Bacon zegt dat je ook elders moet kijken of je algemene bewering wel klopt (m.a.w. Bacon zoekt i.t.t. Aristoteles naar mogelijke weerleggingen van de
    algemene conclusie).
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Hoe verschilt Descartes van Plato als rationalist?

A

Descartes accepteerde noch Plato’s theorie van de bovennatuurlijke Vormenwereld, noch zijn methode van herinnering (anamnèsis). Descartes had een minder extreme versie van het rationalisme.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Wat was Descartes’ reactie op scepticus Michel de Montaigne?

A

Montaigne’s slogan was “Que sais-je?” (Wat weet ik?) - een vraag, want zelfs “ik weet niets” is al een kennisclaim. Descartes verzet zich tegen dit scepticisme en wil zekere kennis.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Wat is Descartes’ eerste methode: radicale twijfel?

A
  1. Leraren zijn onbetrouwbaar
  2. Zintuigen zijn onbetrouwbaar
  3. Een malin genie (kwade demon) houdt je wellicht voor de gek (zoals in The Matrix)

MAAR: “Cogito ergo sum” (ik denk, dus ik ben) is zelfs bij [3] waar. Dit is het rationalistisch fundament voor zijn kennissysteem.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Wat is Descartes’ tweede methode?

A

Helder & duidelijk inzicht: Alles wat ik helder en duidelijk inzie is waar. Dit helpt Descartes om van de malin genie af te komen en ook kennis over de fysische wereld te kunnen verwerven.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Hoe categoriseert Descartes ideeën? Verschil met Plato?

A

Descartes maakt onderscheid tussen:

Ingeboren ideeën (driehoek, God)
Verworven ideeën (zon, maan)
Verzonnen ideeën (Pegasus)

Verschil met Plato: Niet álle ideeën zijn ingeboren (Plato: alles is ingeboren/herinneren).

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
17
Q

Hoe komt Descartes van de kwade demon af en waarom bestaat de fysische wereld?

A
  1. Descartes ziet helder en duidelijk in dat God moet bestaan
  2. Hij ziet ook helder en duidelijk in dat God goed is
  3. Dus - omdat God hem niet zou bedriegen - bestaat ook de fysische wereld
18
Q

Waarom is Descartes optimistisch over kennis?

A

Hij gebruikt in het begin de sceptische methode (radicale twijfel) om zijn tegenstander sterk te maken. Na het ontdekken van het Cogito, vervangt hij deze door zijn rationalistische methode (helder en duidelijk inzicht). De scepticus lijkt verslagen.

19
Q

Wat is de link tussen Descartes en Newton?

A

Beiden (Descartes 1596-1650, Newton 1642-1727) worden genoemd voor het veranderende wereldbeeld: beiden zagen de wereld als een grote machine (mechanisering van het wereldbeeld). Newton ontdekte natuurwetten die gedrag van alle objecten beschreven. Er was optimisme omtrent het verwerven van echte kennis.

20
Q

Wat zijn de vier hoofdpunten van Locke’s empirisme?

A
  1. Verwerping ingeboren ideeën
  2. Formulering empiristisch principe
  3. Categorisering der ideeën
  4. Ideeën zijn onderscheiden van kwaliteiten
21
Q

Hoe weerlegt Locke de theorie van ingeboren ideeën?

A

Door te laten zien dat vermeende ingeboren ideeën helemaal niet voorkomen bij veel mensen:

“(1) dat wat is, is” en “(2) het is onmogelijk tegelijk te zijn en niet te zijn” vinden we niet bij kinderen en dwazen
(3) Morele principes: vergelijking van culturen laat zien dat er geen universele morele principes zijn
Ten eerste: universele principes kunnen ook anders verklaard worden
Dit is een gevoelige klap voor het rationalisme

22
Q

Wat is Locke’s formulering van het empiristisch principe?

A

“Whence has it all the materials of reason and knowledge? To this I answer, in one word, from experience. In that all our knowledge is founded, and from that it ultimately derives itself.”

Bij Locke is ervaring: waarneming & reflectie (interne waarneming).

23
Q

Hoe deelt Locke ideeën in?

A

Enkelvoudige ideeën:
- Van één zintuig (zoetheid, geel)
- Van twee of meer zintuigen (beweging)
- Van reflectie (denken)
- Van zintuigen & reflectie (pijn)

Complexe/samengestelde ideeën:
- Ideeën van modus (eigenschappen zoals schoonheid)
- Ideeën van substantie (PROBLEEM voor empiristen!)
- Ideeën van relatie (zoon zijn van)

24
Q

Wat is het verschil tussen kwaliteiten volgens Locke?

A

Primaire kwaliteiten: eigenschappen van de dingen zelf (onafhankelijk van waarnemer), bijv. rondheid - de sneeuwbal is ook rond als niemand hem ziet.

Secundaire kwaliteiten: eigenschappen die bestaan bij de gratie van een waarnemer, bijv. “wit” - komt niet van de sneeuwbal zelf, maar van hoe primaire kwaliteiten een sensatie in mensen veroorzaken.

(Tertiaire kwaliteiten: vermogen om primaire kwaliteiten te veranderen, bijv. warmte van zon doet was smelten)

25
Geef het voorbeeld van water.
Water heeft een bepaalde temperatuur (primaire eigenschap), maar water is niet warm of koud van zichzelf (secundaire eigenschap - afhankelijk van waarnemer).
26
Wat is Berkeley's centrale stelling en is dit nog empirisme?
"Esse est percipi" (Zijn is waargenomen worden). Alle eigenschappen van de fysische wereld hangen af van de geest, dus ook de (vermeende) primaire kwaliteiten. Ja, dit is nog empirisme: de waarneming staat centraal, kennis volgt uit ervaring.
27
Wat is Berkeley's idealisme?
De filosofische opvatting dat de werkelijkheid essentieel mentaal is. Dit is GEEN ontkenning van de fysische werkelijkheid.
28
Wat gebeurt er als Berkeley niet kijkt? En wat is hierbij het probleem?
Als ik even niet kijk, verdwijnt de wereld niet. Dus moet er een waarnemer geweest zijn. Dat is God. (Dit is Berkeley's Godsbewijs.) Probleem: Berkeley redeneert niet goed.
29
Hoe verhoudt Hume zich tot Locke?
Hume heeft een versie van het empirisme die erg op die van Locke lijkt, maar Hume is wel wat kritischer op zijn eigen visie dan Locke op die van hem.
29
Wat is Hume's 'copy principle'?
Je doet impressies op via waarneming en die resulteren in ideas in de geest (zegelring-analogie). Normaal gesproken komt een idee overeen met een impressie.
30
Hoe categoriseert Hume impressies en ideeën?
Enkelvoudig: Impressie = ervaring van wit → Idee = "wit" Complex: Impressie = ervaring van stadsgezicht → Idee = terugdenkend aan die stad Probleem: Complexe idee "New Jeruzalem" (niet waargenomen) Oplossing: Terug te brengen tot combinatie van enkelvoudige ideeën
31
Wat zijn de drie elementen van Hume's analyse van oorzakelijkheid?
- Priority: juiste tijdsvolgorde, A komt voor B (KAN je waarnemen) - Contiguity: A en B vinden in tijd en ruimte bij elkaar plaats (KAN je waarnemen) - Noodzakelijk verband: het kan niet anders (KAN je NIET waarnemen!)
32
Wat is Hume's probleem met oorzakelijkheid?
We redeneren over de wereld (matters of fact) met het idee van 'oorzakelijkheid', maar ideeën kunnen we enkel opdoen via ervaringen door waarnemingen (Hume is empirist). Dit levert een probleem op.
33
Wat is Hume's poging om de zaak te redden en waarom werkt dit niet?
Poging: We kunnen noodzakelijkheid niet waarnemen, dus empiristen zijn niet gerechtvaardigd in het gebruik van 'oorzakelijkheid'. Maar we redeneren wel zo omdat we psychisch zo in elkaar zitten dat we tot een oorzakelijk verband concluderen bij een constante conjunctie (die is waarneembaar). Waarom dit niet werkt: Dit is inductief redeneren en inductie is een ongeldige redeneervorm.
34
Waarom is inductie volgens Hume ongeldig en wat is het gevolg?
Inductie = op basis van een aantal (niet alle) gevallen waarin A samenging met B, concluderen dat altijd als A, dan B. In praktijk: meestal geen probleem In theorie: groot probleem - waarom is er nergens een A die niet B is? (Dat weet je niet)
35
Wat is de link tussen Hume en Bacon m.b.t. inductie?
Bacon: Goede wetenschap gebruikt inductie Hume: Inductie is ongeldig Conclusie: Je zou kunnen concluderen dat wetenschap - zolang het inductie gebruikt - irrationeel is
36
Hoe verhouden Bacon en Aristoteles zich tot elkaar m.b.t. experimenten?
Aristoteles: Geen experimenten - die gaan tegen de natuur in en leren ons niets Bacon: Breekt hiermee - experimenten zijn juist essentieel voor kennisverwerving Dit is Bacons belangrijkste breuk met de Middeleeuwen
37
Hoe verhouden alle filosofen in College 2 zich tot scepticisme?
- Montaigne: Scepticus - "Que sais-je?" (wat weet ik?) - Descartes: Anti-sceptisch - vindt zeker fundament in Cogito - Britse empiristen (Locke, Berkeley, Hume): Ook anti-sceptisch Maar: Hume's analyse leidt juist weer tot scepticisme (we kunnen geen zekere kennis hebben), ook al wilt Hume geen scepticus zijn.
38
Wat is de chronologische ontwikkeling van empirisme in College 2?
1. Bacon: Breuk met Aristoteles, nieuwe methode, experimenten toegestaan 2. Locke: Verwerpt ingeboren ideeën, formuleert empiristisch principe, onderscheidt primaire/secundaire kwaliteiten 3. Berkeley: Alle kwaliteiten (ook primaire) zijn afhankelijk van geest - idealisme 4. Hume: Kritisch op eigen empirisme - probleem met oorzakelijkheid en inductie
39
Hoe verhouden rationalisme (Descartes) en empirisme (Locke) zich tot elkaar?
Descartes: Ingeboren ideeën bestaan (driehoek, God), helder & duidelijk inzicht Locke: Weerlegt ingeboren ideeën → gevoelige klap voor rationalisme. Alle kennis uit ervaring Link: Britse empirisme (vooral Locke) was een reactie op het rationalisme van Descartes
40
Wat zijn de problemen van rationalisme en empirisme?
Rationalisme: De geassocieerde theorie over ingeboren kennis is onhoudbaar (ook in milde vorm van Descartes) Empirisme: Sommige ideeën die empiristen wel hebben, komen niet voort uit ervaring (substantie, causaliteit)
41
Wat is het probleem met natuurwetten volgens deze filosofen?
De laatste versie van het Brits empirisme (Hume) levert een probleem: we kunnen geen kennis hebben. Dat geldt ook voor natuurwetten - we kunnen niet zeker weten dat die juist zijn.