Kritisch denken
Kritisch denken is rationeel denken. Kritisch denken is ook autonoom denken. Dit niet gebaseerd op traditie of autoriteit. Je denkt dus op jezelf, zelfstandig.
Het doel van kritisch denken
Kritisch denken heeft als doel (1) tot betrouwbare overtuigingen komen en (2) betrouwbare en onbetrouwbare overtuigingen te onderscheiden.
Kritisch denken kun je onderverdelen in..
● Rationeel (vertrouwt niet op emotie/intuïtie)
● Autonoom (vertrouwt niet op traditie/autoriteit)
Kritisch denken betekent niet:
● Negatief denken: het is niet altijd gericht op het vinden van weerleggingen voor een bewering.
● Sceptisch denken: niet altijd alles in vragen stellen of in twijfel trekken.
● Intelligent denken: ook dit kan soms leiden tot kritiekloze/irrationele overtuigingen (bijv. complexe complottheorieën).
● Goed geïnformeerd denken: goed geïnformeerd zijn is een noodzakelijke voorwaarde om tot ware overtuigingen te komen, maar niet een voldoende voorwaarde, omdat het altijd mogelijk is correcte informatie verkeerd te interpreteren.
Is kritisch denken aangeboren?
Het vermogen om kritisch te denken is niet aangeboren, hoe intelligent men ook is; kritisch denken moet aangeleerd worden. Het gaat ook vaak in tegen onze spontane manier van denken. Juist daarom moeten we constant op de hoede zijn van denkfouten. Niemand is immuun voor irrationeel denken. Dan Ariely is het hier mee eens.
Wat stelde Dan Ariely?
Hij stelt dat zelfs de meest analytische denkers voorspelbaar irrationeel zijn; de echt slimme denkers erkennen en pakken hun irrationaliteit aan.
Vuistregels voor kritisch denken
Een bewering is nog niet juist omdat deze plausibel klinkt, daarom moeten we externe (niet psychologische) ondersteuning voor beweringen eisen. Daarnaast moeten extreme beweringen ook extra ondersteund worden door hard bewijs. Als dit niet lukt, dan neem je de bewering ook niet aan tot het tegendeel is bewezen.
Wanneer een verklaring meer vragen oproept die om een verklaring vragen, verliest de verklaring systematisch aan waarschijnlijkheid. Dus moet de meest economische (of spaarzame/parsimonieuze) verklaring worden gekozen. Wanneer men bijvoorbeeld nadenkt over een mogelijke verklaring voor graancirkels, is de meest spaarzame verklaring dat ze door mensen zijn gemaakt. Als men ze zou verklaren als gemaakt door aliens, zou dat nog meer vragen oproepen.
Dit zijn manieren waarop mensen cognitieve denkfouten maken. Deze illusies zijn systematisch, universeel en permanent.
Systematisch
De cognitieve vervorming treedt altijd op dezelfde manier op.
Universeel
Ieder mens is er vatbaar voor.
Permanent
De blijven bestaan, zelfs als we ons ervan bewust zijn. Dit kan worden geïllustreerd aan de hand van de Müller-Lyer illusie, waarbij de ene pijl langer lijkt dan de andere omdat de ene naar buiten is gevouwen en de andere naar binnen. De pijlen zijn echter allebei even lang. Iedereen ervaart deze illusie elke keer dat hij wordt waargenomen, ongeacht of iemand al weet hoe de illusie werkt. Zie de Müller-Lyer illusie in het figuur hieronder.
Het probleem Linda
Linda is 29 jaar oud, vrijgezel, openhartig en zeer intelligent. Ze heeft een diploma filosofie. Als student hield ze zich bezig met discriminatie en sociale rechtvaardigheid en nam ze deel aan antinucleaire demonstraties. Welke van de twee alternatieven is het meest waarschijnlijk?
1. Linda is een bankbediende.
2. Linda is bankbediende en actief in de feministische beweging.
Het juiste antwoord is antwoord 1, want dat is het meest waarschijnlijk. Antwoord 2 is een deelverzameling van antwoord 1. Het kan dus niet dat deze waarschijnlijker is. Dit is de conjunction fallacy. Deze gaat ervan uit dat meerdere specifieke condities als meer waarschijnlijk worden gezien dan één algemene conditie.
Base rate fallacy
Bastiaan is een alleenstaande man van 53 jaar. Hij is introvert en leest graag. Wat is waarschijnlijker: Bastiaan is bibliothecaris (A), of Bastiaan is verkoper (B)? Er zijn over het algemeen meer verkopers dan bibliothecarissen, dus de kans is groter dat Bastiaan ook een verkoper is. Vaak houden mensen bij hun keuze geen rekening met dit feit, maar kijken ze naar het introverte en de liefde voor lezen. Dit staat bekend als de base rate fallacy.
Statistisch denken
Mensen vinden het vaak moeilijk om statistisch te denken, zoals blijkt uit de volgende vraag: Hoeveel mensen moet je in een groep zetten zodat de kans dat twee mensen jarig zijn groter is dan de kans dat ze niet jarig zijn? Het antwoord is 23, een antwoord waar velen niet op komen. Omdat mensen intuïtief anders denken, schatten ze het antwoord vaak veel hoger in.
Exponentieel denken
Stel dat je een vel papier van 1 mm dik oneindig kunt vouwen. Hoeveel keer moet je het vouwen om het blad de maan (ongeveer 385 000 km) te laten bereiken? Het antwoord is 42. Dit is veel lager dan veel mensen denken, omdat mensen de exponentiële groei onderschatten. Mensen maken vaak fouten bij exponentieel denken, omdat de groei aan het begin langzamer is dan aan het eind. We zijn intuïtief geneigd lineair te denken, in plaats van exponentieel.
Availability bias
Wat is waarschijnlijker, dat je sterft door een aanval van een haai of door een neergestort vliegtuig? De kans dat iemand sterft door een neergestort vliegtuig is groter dan door een haaienaanval. Omdat haaien vaker in het nieuws zijn, zijn mensen eerder geneigd om dit antwoord te kiezen. Dit is een voorbeeld van availability bias; het overschatten van de waarschijnlijkheid van iets, omdat het gemakkelijk te onthouden is.
Survival bias
Wat is de kans dat een startup slaagt? Mensen geven meestal een hogere schatting dan het echte antwoord, dat ongeveer 10% is. De reden is dat we de neiging hebben om alleen nieuws te horen over succesvolle startups, niet over degenen die mislukten. Dit is een specifieke vorm van beschikbaarheidsvooroordeel (availability bias), overlevingsvooroordeel genaamd.
Anchoring
Het gemiddelde van de antwoorden wordt vaak beïnvloed door een vooraf bepaald feit. Bijvoorbeeld: Zijn de hoogste bomen ter wereld (sequoia’s) volgens u meer of minder dan 350 meter hoog? Hoe hoog denk je dat de hoogste bomen zijn? “
Mensen worden beïnvloed door de 350 meter die in de eerste vraag wordt aangegeven en passen hun tweede antwoord daarop aan. Dit heet anchoring bias. Anchoring bias speelt ook een grote rol in de gedragseconomie en kan leiden tot irrationeel koopgedrag.
Framing
Bij framing worden verschillende frames aangeboden die op een verschillende manier geformuleerd zijn, waardoor mensen op elk frame anders reageren.
Er breekt een ziekte uit die 450 mensen zal doden als er niets wordt gedaan. Artsen ontwikkelen 2 behandelingen om de ziekte te bestrijden. Welke behandeling heeft uw voorkeur? Frame A: Behandeling 1: 150 mensen worden gered. Behandeling 2: 1/3 kans dat allen gered worden, 2/3 kans dat allen sterven.
Frame B: Behandeling 1: 300 mensen zullen sterven. Behandeling 2: 1/3 kans dat allen gered worden, 2/3 kans dat allen sterven. De meerderheid kiest voor behandeling 1 in het eerste kader en behandeling 2 in het tweede kader.
Dit terwijl ze inhoudelijk hetzelfde zijn. Mensen nemen dus beslissingen die grotendeels afhangen van de manier waarop de informatie wordt ingekaderd. Alliais paradox
Alliais-paradox
Kan worden verklaard door de volgende keuzes:
Je hebt 45% kans om € 7.000 te winnen of 90% kans om € 4.000 te winnen. Je hebt 0,1% kans om € 7.000 te winnen of 0,2% kans om € 4.000 te winnen. In het eerste scenario zijn de mensen geneigd de tweede optie te kiezen, terwijl ze in het tweede scenario geneigd zijn de eerste optie te kiezen. De mensen zijn dus inconsequent, ook al blijven de kansen gelijk (45% en 90% zijn gelijk aan 0,1% en 0,2%).
Verliesaversie
Tegenovergestelde effect van Alliais-paradox zien we bij verlies.
De meeste mensen verkiezen een kans van 80% om €3000 te verliezen boven een kans van 100% om €2000 te verliezen (92%). Als de percentages veranderen (maar niet de verhoudingen), krijgen we een andere keuze. Tussen een kans van 20% om 3000 te verliezen en een kans van 25% om 2000 te verliezen, kiest 58% voor de laatste.
Hindsight bias
Wanneer een bepaalde gebeurtenis heeft plaatsgevonden, en mensen denken terug aan de waarschijnlijkheid dat deze zich zou voordoen voordat de gebeurtenis plaatsvond, schatten velen deze waarschijnlijkheid hoger in. Dit geldt voor de volgende vraag: Welke waarschijnlijkheid kende u vóór de crisis toe aan de mogelijkheid van een financiële crisis? De kans is groot dat men achteraf de waarschijnlijkheid overschat die men vóór het feit aan deze feiten zou hebben toegekend. Achteraf denkt men meestal dat de voorspellingen beter waren dan ze in werkelijkheid waren. De hindsight bias is ontdekt door Baruch Fischhoff.