HC7 Flashcards

(38 cards)

1
Q

Wat is Paul Feyerabend en waarom?

A

Een constructivist en relativist. Hij beweerde dat objectiviteit kenbaar moet zijn, feiten worden door onszelf geconstrueerd en zonder theorieën neem je niks waar. Je hebt dus een theorie nodig om iets te zien en als iemand een andere theorie heeft, dan neemt hij ook iets anders waar.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Wat bedoelde Feyerabend met ‘tradities’?

A

Die ongeveer gelijk zijn aan de paradigma’s van Kuhn (hoewel die alleen over wetenschap gingen). Tradities volgen elkaar in dit opzicht op, waarbij de ene niet noodzakelijkerwijs beter is dan de andere. De huidige westerse wetenschap wordt ook gezien als een van de vele tradities die in de loop van de tijd kunnen worden uitgewisseld.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Hoe verschillen de ‘tradities’ van Feyerabend van de ‘paradigma’s’ van Kuhn?

A

Kuhn stelde dat een paradigma een verandering is waarbij het niet meer mogelijk is terug te keren naar de vorige toestand (gestaltswitch). Feyerabend stelde dat gewoon een andere traditie kan worden gekozen en dat tradities naast elkaar kunnen bestaan. Kuhns paradigma is altijd een wetenschappelijk paradigma, terwijl een traditie van alles kan zijn en niet op wetenschap gebaseerd hoeft te zijn.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Wat zijn de slogans van Feyerabend?

A

“Against method”
“Anything goes”

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Wat bedoelde Feyerabend met “Against Method”?

A

De “against methode” slogan impliceert niet dat hij tegen het gebruik van de wetenschappelijke methode is. Hij is zelfs pro-wetenschap. Het is een methode om kennis te verwerven. Hij is echter wel tegen het monopolie op kennisverwerving dat de wetenschap heeft. Zijn reden is dat het argument voor constructivisme en relativisme het theorie beladen karakter van de waarneming is. Objectieve kennis kan echter nooit worden verkregen als waarnemingen altijd theorie beladen zijn. Aangezien er geen toegang is tot objectieve feiten, moet men ook andere methoden erkennen als bronnen van kennis.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Hoe kun je de “Against method” kort samenvatten?

A

Hij is tegen het gebruik van enkel de wetenschappelijke methoden. We moeten ook andere methoden als bronnen van kennis erkennen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Wat bedoelde Feyerabend met “Anything goes”?

A

Met de slogan “anything goes!” verwees Feyerabend naar een methodologisch anarchisme dat hij afzette tegen de huidige wetenschap. Alle methoden kunnen bronnen van kennis zijn (inclusief bijvoorbeeld voodoo en magie); alles kan. Zo ontstaat een zee van kennis van alternatieven. Dit is een kennistheoretisch anarchisme, of een epistemologisch anarchisme en geen politiek anarchisme.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Wat zijn de twee argumenten van Feyerabend in het voordeel van het epistemologisch anarchisme?

A

● Het is niet wenselijk om beperkingen op te leggen als men de wereld wil begrijpen. Als men dat doet, mist men allerlei informatie die belangrijk zou kunnen zijn.
● Mensen moeten vrij zijn in hun denken en niet dogmatisch zijn. Dogmatisch zijn, of je nu wetenschapper bent of wat anders, is altijd onwenselijk en gaat in tegen een humanitaire houding.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Twee gevolgen van zijn radicaal epistemologisch anarchisme

A
  1. Kennis is een zee van onverenigbare alternatieven
  2. Er moet vrijheid van methodologie zijn in het onderwijs
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q
  1. Kennis is een zee van onverenigbare alternatieven
A

Als je alles wilt ontdekken, moet je niet alleen de regels van je tradities volgen, maar ook hun anti-regels. Een tegen-regel is een regel die in strijd is met de aanvaarde regels van een bepaalde traditie. In het empiristische paradigma is de regel dat een theorie moet overeenstemmen met de ervaring. De tegen-regel is dat een theorie niet hoeft overeen te komen met de ervaring. Volgens Feyerabend kun je ervoor kiezen beide tradities tegelijk aan te hangen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Kennis is een zee van onverenigbare alternatieven. Hoe denkt Kuhn hierover?

A

Dit zou volgens Kuhn onmogelijk zijn, omdat het zou neerkomen op het aanvaarden van twee onverenigbare paradigma’s tegelijkertijd. Volgens Feyerabend is het allemaal kennis. In termen van Kuhn is dit het innemen van een ander incommensurabel paradigma. “

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q
  1. Er moet vrijheid van methodologie zijn in het onderwijs
A

Feyerabend was tegen onderdrukking. Hij vond dat wij niet democratisch gekozen hadden voor wetenschap in ons onderwijssysteem. Hij wilde de staat scheiden van onderwijs. Dit hield in dat men zelf kan kiezen wat hij als methode wilde gebruiken om dingen te leren. Je mag dus voor wetenschap kiezen, maar je mag ook toveren, Voodoo, astrologie et cetera.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Pluralistische methode

A

Volgens deze opvatting bestaat kennis niet uit een reeks theorieën die innerlijk consistent zijn en uitlopen op een ideale visie (= kennis is geen langzame, maar zekere benadering van de waarheid). Kennis is veeleer een eeuwig toenemende zee van onverenigbare (of misschien zelf onvergelijkbare) alternatieven. Alle methoden zijn dus niet wetenschappelijk, maar naast wetenschap zijn er meerdere methoden om kennis te verwerven; psychologie is wetenschap, voodoo niet.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Relativisme en constructivisme - 1e probleem

A

Betreft Kuhns opvattingen over onvergelijkbaarheid van paradigma’s. Specifieker stelt Kuhn dat paradigma’s radicaal verschillend zijn, en dat er geen rationele discussie mogelijk is tussen mensen die verschillende paradigma’s aanvaarden. Er is echter geen reden waarom je niet zou kunnen verduidelijken wat elk woord in je eigen paradigma betekent. Bijvoorbeeld, de aarde werd vóór Copernicus gezien als het centrum van het universum, maar kan door mensen die een willekeurig paradigma aanvaarden, worden begrepen als ‘de planeet waarop we leven’. Als er geen manier zou zijn om woorden in verschillende paradigma’s te begrijpen, zou er ook geen manier zijn om te zeggen of de paradigma’s werkelijk verschillend zijn of niet. Het is dus niet onmogelijk voor mensen met verschillende paradigma’s om rationele discussies te voeren, vandaar dat de paradigma’s eigenlijk niet onvergelijkbaar zijn.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Relativisme en constructivisme - 2de probleem

A

Betreft de bewering dat “alles relatief is” en “waarheid afhankelijk is van een paradigma/traditie”. Deze beweringen bevatten een tegenstrijdigheid: als alles relatief is, zijn deze beweringen dat ook, maar dat kan niet omdat ze geacht worden in het algemeen waar te zijn.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Relativisme en constructivisme - 3de probleem

A

Heeft te maken met onderwijs. Volgens Feyerabend zouden kinderen de vrijheid moeten hebben om op school magie te leren en zou men moeten kunnen stemmen over welke methoden op de universiteit worden onderwezen. Toch, omdat er meer bereikt wordt met de wetenschappelijke methode, is het de vraag of het wel zinvol is om dit democratisch te beslissen. Dit heeft te maken met de theorie-relativiteit van de waarneming. Volgens het relativisme ziet in het geval van het dubbelzinnige plaatje met de eend en het konijn, de ene persoon een konijn in het plaatje, en de andere een eend. Voor beide personen is hun idee waar. Critici van het relativisme beweren echter dat dit plaatje opzettelijk dubbelzinnig is. Bij een niet-ambigu foto is het moeilijk om niet het juiste dier te herkennen. Iemand die een konijn kent, kan moeilijk aannemen dat het een olifant is. Bovendien kun je een theorie hebben, maar je theorie kan fout zijn. Als waarnemingen dus niet zo sterk theorie beladen zijn als de relativisten en constructivisten beweren, kunnen er toch objectieve feiten worden ontdekt.

17
Q

Hoe kan volgens Imre Lakatos de normativiteit van de wetenschap (d.w.z. een demarcatiecriterium) worden gered?

A

Door Popper’s notie van falsificatie aan te passen. Dit moet van (1) dogmatisch (Braithwaite), naar (2) methodologisch (Popper), naar (3) genuanceerd falsificationisme (Lakatos).

18
Q

Wat vindt Lakatos van de falsifieerbaarheid van Popper?

A

Hij vindt dat deze niet sterk genoeg en is het oneens met Kuhn dat er geen groei van kennis kan zijn wanneer theorieën veranderen.

19
Q

Hoe noemde Lakatos de falsifieerbaarheid van Braithwaite?

A

Dogmatisch falsifieerbaarheid.De verdediger ervan, Richard B. Braithwaite, is het eens met sommige veronderstellingen van de logisch positivisten:
● Elke wetenschappelijke theorie is feilbaar, dus moet hij falsifieerbaar zijn.
● De empirische basis is echter onfeilbaar: je neemt objectieve feiten waar zoals ze werkelijk zijn.
● Je kunt een theorie alleen beoordelen op basis van empirische gegevens.
● Wetenschappelijke groei vindt plaats door de verwerping van een theorie op basis van waargenomen feiten.
Dit is volgens Lakatos problematisch, omdat waarneming met theorie beladen is, en er dus geen onfeilbare empirische basis is. Je kunt bijvoorbeeld iets waarnemen als een geest, terwijl het in feite een boom is. Dogmatische falsificatie is dus problematisch, omdat je niet kunt weten of de theorie achter de waarneming juist is.

20
Q

Dogmatisch falsificationisme

A

Uitgangspunten:
* Elke wetenschappelijke theorie is feilbaar;
* De empirische basis is onfeilbaar;
* Enkel op basis van empirische data kan je een theorie beoordelen;
* Wetenschappelijke groei gaat via het verwerpen van theorie op basis van (waargenomen) feiten.

21
Q

Dogmatisch falsicationisme - Problematisch

A
  • Maar we weten dat de waarneming theoriegeladen is;
  • Dus is er geen onfeilbare empirische basis;
  • Dit maakt falsificatie problematisch (want hoe weet je dat de theorie die je nodig hebt voor de observatie correct is?).
22
Q

Hoe noemt Lakatos Popper’s vorm van falsifieerbaarheid?

A

Methodologisch falsifieerbaarheid. Het neemt de theoriebeladenheid van de waarneming serieus, maar stelt ook dat de wetenschapper de achtergrondtheorie kan aanvaarden, d.w.z. dat het mogelijk is objectieve feiten waar te nemen. Lakatos noemt deze achtergrondtheorie de conventionele empirische basis. We denken er meestal niet over als een theorie, maar dat is het wel. Verwerping van een theorie (bijv. “alle varkens zijn roze”) moet dus niet gezien worden als weten dat die theorie onwaar is (want dat zou impliceren dat je zeker weet dat je echte objectieve varkens kunt zien). In plaats daarvan kun je alleen zeggen dat “de waarneming de theorie verwerpt”. Er zijn dus eigenlijk twee premissen: je specifieke theorie (“alle varkens zijn roze”) en de conventionele empirische basis.

23
Q

Methodologisch falsificationisme

A

Dit is het falsificationisme van Popper;
* Neemt de theoriegeladenheid van de waarneming serieus;
* Maar het stelt ook dat de wetenschapper de achtergrondtheorie kan accepteren;
* Dat maakt het mogelijk om empirische data te verwerven die eventueel strijdig zijn met de theorie die je onderzoekt ( de theorie die je gebruikt).

  • Lakatos noemt dit de conventionele ‘empirische basis’ (aanhalingstekenszijn van Lakatos);
  • Dit is nog steeds falsificationisme, want datgene dat niet met de ‘empirische basis’ overeenstemt, wordt verworpen;
  • Let op: Verwerping wil hier niet zeggen onwaar, zoals dat bij dogmatisch falsificationisme is.
24
Q

Lakatos stelt dat methodologische falsifieerders een wetenschappelijke test zien als een “twee-hoekig gevecht tussen theorie en experiment”

A

Maar volgens Lakatos moet het gevecht gaan tussen de ene theorie, een andere theorie, en de empirische basis. Daarbij komt hij terug op Kuhn: een paradigmaverschuiving vereist een tweede paradigma. Als je geen alternatief hebt, moet je volgens Lakatos bij je oorspronkelijke theorie blijven.

25
Genuanceerde falsifieerbaarheid van Lakatos - Voorwaarden:
1. De nieuwe theorie heeft meer empirische inhoud dan de oude theorie. De nieuwe theorie voorspelt nieuwe feiten die volgens de oude theorie verboden of onmogelijk zijn. 2. De nieuwe theorie verklaart het eerdere succes van de oude theorie en alle niet weerlegde inhoud wordt opgenomen in de nieuwe theorie. 3. Een deel van de empirische inhoud van de nieuwe theorie wordt bevestigd. Dit is in overeenstemming met Kuhns analyse van de wetenschapsgeschiedenis en is een normatief alternatief voor Kuhns beschrijvingen van wetenschappelijke verandering. Het lijkt er dan op dat we de wetenschap van de pseudowetenschap kunnen redden. De falsifieerbaarheid is dus gered als demarcatiecriterium. In tegenstelling tot Kuhn gelooft Lakatos dat er sprake is van vooruitgang bij de overgang van de ene theorie naar de andere.
26
Genuanceerd falsificationisme
Een theorie wordt gefalsificeerd indien: * [1] T’ een empirische meerinhoud heeft boven T: ze voorspelt nieuwe feiten die volgens T onwaarschijnlijk of zelfs verboden zijn; * [2] T’ verklaart het voorgaande succes van T: alle niet-weerlegde inhoud van T is opgenomen in T’; * [3] Een gedeelte van de empirische meerinhoud van T’ wordt bevestigd. (gecorroboreerd).
27
Hoe ziet Lakatos wetenschappelijke verandering?
Er zijn onderzoeksprogramma’s ( paradigma) OP; * Vaststelling # 1: Wetenschappers werken met theoretische gehelen; * Vaststelling # 2: Men wil aan een OP vasthouden, in ieder geval aan de harde kern ervan; * Maar: de OP’s bestaan niet alleen achter elkaar, ze bestaan ook naast elkaar en zijn ook te vergelijken (niet incommensurabel).
28
Waarom is de incommensurabilititeitsthese onjuist volgens Lakatos?
* De wetenschappers uit verschillende OP’s praten met elkaar; * Ze proberen uit te zoeken wie er gelijk heeft (welke verklaring de beste is); * Dit is een rationele vergelijking van theorieën, met als doel de beste theorie tevinden; * Kuhns incommensurabiliteitsthese is dus onjuist; * Dit geeft Lakatos de mogelijkheid om OP’s in [1] progressieve en [2] degeneratieve OP’s te scheiden; * Om dat te doen naar heuristiek kijken.
29
Wat is een heuristiek?
Heuristiek = manier om via een methodologische weg een antwoord op problemen te zoeken. ‘The programme consists of methodological rules: some tell us what paths of research to avoid (negative heuristic), and others what paths to pursue (positive heuristic.)’ (Lakatos, 1978b, p. 47)
30
Negatieve heuristiek
De negatieve heuristiek zegt je wat je niet mag doen; * Zo mag je niet de harde kern opgeven; * De negatieve heuristiek impliceert de positieve heuristiek. Het vertelt ons welke weg van onderzoek we moeten vermijden.
31
Positieve heuristiek
De positieve heuristiek zegt je wat je wel mag doen; * Als je de harde kern niet mag opgeven, dan zal je (om falsificatie ervan te voorkomen) dus wel aan de gordel moeten sleutelen als een voorspelling niet uitkomt; * Analogie: boerderij met bomen eromheen.
32
Progressief (wetenschappelijk) onderzoeksprogramma
De theorie wordt complexer en krijgt meer empirische inhoud door aanpassingen aan de riem. Het doet meer voorspellingen, die bovendien bevestigd worden. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij geneesmiddelenonderzoek. Een ander voorbeeld is astrologie. Bij Popper concludeerden wij dat astrologie de wetenschap binnenkomt als het falsifieerbare uitspraken doet. Bij Lakatos moet er ook een onderzoeksprogramma zijn, dat verlaten wordt als het degeneratief is (dus vaak onware falsifieerbare voorspellingen doet). Dat doet astrologie niet, dus is dat pseudowetenschap.
33
Degeneratief (pseudo-wetenschappelijk) onderzoeksprogramma
Door het opeenstapelen van ad hoc hulphypothesen wordt de theorie op een ongewenste manier gered. Dit komt bijvoorbeeld voor bij magie. Het programma moet juist worden verlaten als zich een beter alternatief (met meer empirische inhoud) aandient.
34
Rationele tussenpoos
Om overhaaste falsificatie te voorkomen is er wel een rationele tussenpoos; * Elk onderzoeksprogramma probeert progressief te zijn, maar in het licht van nieuwe experimentele gegevens zal altijd een bepaald onderzoeksprogramma progressiever zijn dan een ander.
35
Kuhns kritiek op Lakatos
Kuhn heeft Lakatos' ideeën bekritiseerd. Volgens Kuhn gaat het in feite om een beschrijvend alternatief en niet om een normatief alternatief. Hier komt Kuhns normale wetenschap overeen met Lakatos' gerommel aan de riem. Evenzo komt Lakatos' degeneratieve fase overeen met Kuhns crisis. Volgens Kuhn verschillen Lakatos' opvattingen dus niet van de zijne.
36
Lakatos' reeks demarcatiecriteria luidt als volgt
1. Falsifieerbaarheid: elk onderzoeksprogramma dat gebruik maakt van niet-verifieerbare beweringen is niet wetenschappelijk. 2. Werken met een heel onderzoeksprogramma (met een kern en een beschermende band). 3. Het onderzoeksprogramma moet progressief zijn: succesvolle verklaringen afleggen. 4. Niet vasthouden aan een degeneratief onderzoeksprogramma.
37
Is de psychologie geen wetenschap op basis van deze reeks demaratiecriteria?
Op basis van deze reeks is het nog steeds niet duidelijk of psychologie een wetenschap is. Dit om dezelfde reden als dat het bij Kuhn wat onduidelijk was, namelijk door de vraag: “Wat is het overkoepelende onderzoeksprogramma?”
38
Conclusie Kuhn en Feyerabend
* Kuhn en Feyerabend zijn beiden relativisten en constructivisten; * Daar is een aantal problemen mee dat hun positie minstens problematiseert; * Lakatos doet een poging om Poppers falsificationisme sterker te maken en slaagt daar volgens velen in, door in effect niet naar één demarcatiecriterium maar een set van demarcatiecriteria te zoeken; * Kuhn stelt dat dit geen normatief alternatief voor zijn opvattingen is.