HC4 Flashcards

(47 cards)

1
Q

Van epistemologie naar wetenschapsfilosofie

A

Epistemologie (kennisleer): Zoekt antwoord op vraag: Wat is bron van kennis?

Probleem: Het lukt maar niet om ontkomen aan scepticisme
Geen rechtvaardiging te geven voor onze overtuigingen

Maar: De wetenschap is wel succesvol!

Nieuwe vraag: Wat is wetenschap? (Verschuiving naar wetenschapsfilosofie)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Reactie op onbegrijpelijke filosofie van Martin Heidegger

A

Lijkt betekenisloos.
- Maar wat is het criterium dan voor betekenisvolheid?
Wie stelden zich deze vraag:
- Wittgenstein I
- Logisch Positivisten

Centrale vraag:
Wat is een betekenisvolle zin?

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Ludwig Wittgenstein (1889-1951) - Twee Wittgensteins

A

Wittgenstein I:
- Tractatus Logico-Philosophicus (1921)
- Vroege filosofie
- Dit college

Wittgenstein II:
- Philosophical Investigations (1953)
- Late filosofie
- College 6

Let op: Wittgenstein veranderde radicaal van opvatting!

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Wittgenstein I: Doel van Tractatus

A

Wittgenstein was geïnteresseerd in “het hogere” (ethiek, esthethiek, religie).
Bedoeling Tractatus:
Scheiding zin van onzin - wat kunnen we betekenisvol over zeggen?
Methode: Verdedigde correspondentietheorie van:
- Waarheid
- Betekenis

= Picture Theory of Truth/Meaning (afbeeldingstheorie)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Picture Theory: Correspondentie

A

“In order to discover whether the picture is true or false we must compare it with reality.”

Kernidee:
- Betekenisvolle zin = afbeelding van werkelijkheid
- Om waarheid vast te stellen → vergelijk zin met werkelijkheid

Let op: Het gaat Wittgenstein enkel om betekenisvraag, niet om vraag naar wetenschap (dat komt later bij Logisch Positivisten).

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Criterium voor betekenisvolheid

A

Kan je waarheid van zin niet achterhalen door naar werkelijkheid te kijken, dan is zin betekenisloos.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Voorbeelden betekenisloze zinnen

A
  • “Het schone en het goede zijn identiek”
  • “De ziel is onsterfelijk”
  • “De koe eet gras vanwege haar koeheid”

Waarom betekenisloos?
- Hoe check je deze in werkelijkheid?
- Geen empirische observatie mogelijk die zou bevestigen of weerleggen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Paradox: Tractatus zelf is betekenisloos!

A

Uitspraken van Wittgenstein in Tractatus voldoen zelf niet aan criterium!
Wittgenstein’s oplossing (Tractatus 6.54): “Mijn stellingen zijn verhelderend omdat hij die me begrijpt, tenslotte erkent dat ze onzinnig zijn, als door middel van mijn stellingen - er op - boven ze uitgeklommen is.”

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Tractatus - Metafoor

A
  • Tractatus is een ladder
  • Gebruik hem om omhoog te klimmen
  • Gooi hem dan weg
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Waar kan je dan uitspraken over doen?

A
  • Waarneembare werkelijkheid
  • Alledaagse/banale uitspraken
  • Empirische wetenschappen

Gevolg: Volzinnen kunnen niets hogers uitdrukken. We kunnen niets zeggen over belangrijke levensvragen (ethiek, esthethiek, religie, metafysica).

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Beroemde laatste zin Tractatus - Tractatus 7

A

“Van dat waarover niet kan worden gesproken, moet men zwijgen.” (Wovon man nicht sprechen kann, darüber muss man schweigen.)

Implicatie: Problemen zijn:
- Ofwel wetenschappelijk (empirisch)
- Ofwel onzinnig (metafysisch)

Gevolg: Wittgenstein stopt met filosofie… (tot hij later terugkomt met geheel andere opvattingen!)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Introductie Logisch Positivisten - Drie namen voor zelfde groep

A
  1. Logisch Positivisten
  2. Wiener Kreis (Weense Kring)
  3. Logisch Empiristen
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Ontstaan Logisch Positivisme: Jaren 1920 in Wenen

A

Discussiegroep ontstaat in Wenen die af wil van onbegrijpelijke filosofie à la Heidegger.
Samenstelling: Groep bestond uit wetenschappers én filosofen.
Belangrijke leden:
- Moritz Schlick (leider)
- Rudolf Carnap
- Otto Neurath
- Hans Hahn
- Later: A.J. Ayer (Engeland)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Twee kenmerken volgens pamflet 1929

A

Citaat Hahn, Neurath & Carnap (1929):
“We have characterized the scientific world-conception essentially by two features:

First it is empiricist and positivist: there is knowledge only from experience, which rests on what is immediately given. This sets the limits for the content of legitimate science.

Second, the scientific world-conception is marked by application of a certain method, namely logical analysis.”

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

1929: Het Pamflet - Wetenschappelijke Wereldopvatting: De Weense Kring

A

Hahn, Neurath & Carnap (1929)

Belang: Dit pamflet markeert het begin van wetenschapsfilosofie als aparte filosofische discipline.

Waarom apart?
- Niet langer alleen over kennis in algemeen
- Maar specifiek over wat wetenschap is
- Demarcatie tussen wetenschap en niet-wetenschap

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Vijf Uitgangspunten Logisch Positivisme

A
  1. Verwerping zinloze beweringen
  2. Logica
  3. Positivisme
  4. Geünificeerde wetenschap
  5. Verifieerbaarheid (later: confirmeerbaarheid) als demarcatiecriterium
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
17
Q

Uitgangspunt #1: Verwerping Zinloze Beweringen

A

To remove “the metaphysical and theological debris of millennia.”

Methode: Gebruiken Wittgenstein I: Zinvolle beweringen zijn wetenschappelijke beweringen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
18
Q

Betekenisloosheid

A

Kernpunt:
- Niet: “Je zegt iets onjuist”
- Maar: “Je zegt iets betekenisloos” (niet eens waar of onwaar)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
19
Q

Wetenschappelijkheid

A

Doel: Filosofie zelf wetenschappelijk maken (of elimineren wat niet wetenschappelijk kan zijn).

20
Q

Uitgangspunt #1: Gevolg voor de filosofie

A

Voorbeelden te elimineren:
- “Het nietsende niets nietst” (Heidegger)
- “De koe eet gras vanwege haar koeheid”

Conclusie: Dit soort filosofie:
- Moet niemand bedrijven
- Moet niet gedoceerd worden
- Is intellectueel oneerlijk

21
Q

Uitgangspunt #1: Gevolg voor de psychologie: Behaviorisme

A

Probleem: Traditionele termen als:
- “Ziel”
- “Geest”
- “Boosheid”
- “Gedachte”
→ Werden als metafysisch beschouwd (niet observeerbaar)

Conclusie: Je moet behaviorist zijn:
- Alleen waarneembaar gedrag bestuderen
- Geen uitspraken over innerlijk leven
- Mental states reduceren tot gedragsdisposities

Link: Dit verklaart dominantie van behaviorisme in psychologie mid-20e eeuw!

22
Q

Uitgangspunt #2: Logica: Protocolzinnen en logische verbindingen

A

Protocolzinnen (Neurath):
Uitspraken die werkelijkheid direct beschrijven.

Voorbeeld: “Ik zie nu een rode vlek op locatie x,y in mijn gezichtsveld”

Rol van logica: Protocolzinnen kan je via logica verbinden met elkaar
Vandaar: Logisch Positivisme

23
Q

Logica levert geen kennis op

A

Belangrijk: Logica levert zelf geen kennis op over wereld.

Implicatie: Logisch Positivisten verwerpen alle synthetisch a priori oordelen.
vs. Kant: Kant meende dat er wel synthetische kennis a priori was - Logisch Positivisten zijn het hier niet mee eens!

24
Q

Uitgangspunt #4: Geünificeerde Wetenschap

A

Alle wetenschappers werken samen aan één wetenschappelijke theorie over de wereld.

Disciplines horen bij elkaar: Geschiedenis, Economie, Sociologie, Psychologie, Biologie, Scheikunde, Natuurkunde Etc.

Vraag: Wat maakt de wetenschap één geheel?
Antwoord: Het Deductief-Nomologisch model!

25
Uitgangspunt #3: Positivisme: Twee opvattingen
[1] Positie van Comte: - Drie stadia (theologisch, metafysisch, positief/wetenschappelijk) - Wetenschap als oplossing voor sociale problemen [2] Bredere opvatting: Wetenschap levert de enige geldige kennis op. Gevolg: Omslag van kennisleer naar wetenschapsfilosofie: - Vragen m.b.t. kennis worden - vragen m.b.t. wetenschap Epistemologie → Philosophy of Science
26
Het Deductief-Nomologisch Model (D-N Model)
Ook wel: Covering Law Model Grieks: Nomos = wet Structuur: Premisse 1: Algemene uitspraak = nomologische uitspraak (wet) Premisse 2: Beginuitspraak (specifiek geval) Conclusie: Voorspelling (logisch volgt uit 1 + 2)
27
Voorbeeld: Deductie is logisch geldig (1)
Premisse 1: Alle zwanen zijn wit. (Alle A zijn B) Premisse 2: Dit is een zwaan. (A is het geval) Conclusie: Deze zwaan is wit. (B volgt logisch) Let op: Conclusie volgt logisch, ongeacht of premissen waar zijn! Onderscheid: - Logische geldigheid ≠ waarheid - Argument kan geldig zijn met valse premissen
28
Context of Discovery vs. Context of Justification
Context of Discovery: - Hoe ontdek je een algemene wet? - Psychologisch/sociologisch proces - Creativiteit, intuïtie, toeval - Niet interessant voor wetenschapsfilosofie volgens LP Context of Justification: - Hoe rechtvaardig je een algemene wet? - Logisch/methodologisch proces - Empirische toetsing - Wel interessant voor wetenschapsfilosofie Belang: Scheiding tussen ontdekking en rechtvaardiging!
29
Uitgangspunt #5: Demarcatiecriterium
De centrale vraag: Wat is wetenschap? Twee antwoorden (beide problematisch): Antwoord 1: Theorie/bewering is wetenschappelijk als deze verifieerbaar is. Antwoord 2: Theorie/bewering is wetenschappelijk als deze confirmeerbaar is. HD opmerking: Om dit te begrijpen, kijken we eerst naar common sense opvatting van wetenschap.
30
Common Sense Check
Als we criterium voor wetenschappelijkheid vinden, dan moet het: [1] Natuurkunde classificeren als wetenschap (inclusief) [2] Astrologie uitsluiten van wetenschap (exclusief) Implicatie: Als criterium X niet aan deze check voldoet, dan is het geen goed criterium voor wetenschappelijkheid. Conclusie: We hebben grof idee van wat we met term "wetenschap" bedoelen.
31
Demarcatiecriterium
Criterium dat het één van het ander scheidt. In dit geval: Scheidt [1] betekenisvolle/wetenschappelijke van [2] betekenisloze/onwetenschappelijke uitspraken. Voorbeelden wetenschappen: Natuurkunde, Scheikunde, Medicijnen Voorbeelden niet-wetenschappen: Astrologie, Afwassen, Heideggers filosofie
32
Paradox: Psychologie en objectiviteit
Probleem: Meesten zeggen: Psychologie is wetenschap Meesten zeggen ook: Wetenschap moet objectief zijn Maar: Zijn ervaringen van anderen (en jezelf) objectief? Hoe check je dat ander bepaalde mentale toestand heeft? Implicatie: Als niet objectief, dan zou psychologie geen wetenschap zijn volgens dit criterium!
33
Demarcatiecriterium #1: Verifieerbaarheid
Niet-logische uitspraak p begrijpen betekent kunnen specificeren hoe p empirisch geverifieerd kan worden. Conclusie: Demarcatiecriterium is empirische verifieerbaarheid.
34
Empirische verifieerbaarheid
A.d.h.v. ervaringen opgedaan via de zintuigen. Assumptie: Ervaringen zijn neutraal, zodat ze kunnen dienen als fundament voor wetenschap. Termen: - Raw data (ruwe gegevens) - Sense data (zintuiglijke gegevens)
35
Gevolgen van verifieerbaarheid criterium
Voor filosofie: Bijna alles wat filosofen zeggen is betekenisloos/onwetenschappelijk (m.u.v. kenleer en logica). Voor menswetenschappen: In eerste instantie geen probleem - sociale wetenschappen (incl. geschiedenis & economie) zijn wetenschappen. Voor vrijwel alle wetenschappen: PROBLEEM: Alle algemene uitspraken worden onwetenschappelijk! Waarom? Je kunt nooit álle gevallen checken (inductieprobleem blijft).
36
Is psychologie een wetenschap volgens verifieerbaarheid?
Voorbeelden: "EMDR is effectief als therapie voor PTSS" "Verlies voelt zwaarder dan winst" "Een autisme spectrum stoornis wordt veroorzaakt door een genetische afwijking" Antwoord: NEE! Waarom niet? Je kan dat pas zeggen als je het 100% zeker weet - dus dat het in alle gevallen zo is. Conclusie: Verifieerbaarheid heeft Common Sense Check niet doorstaan!
37
Demarcatiecriterium #2: Confirmeerbaarheid
Confirmeerbaarheid (en daadwerkelijke confirmatie) is voldoende om wetenschappelijk te zijn. Verschil met verifieerbaarheid: - Je hoeft niet alle gevallen te checken - Je hoeft niet 100% zeker te zijn - Enige bevestiging is genoeg
38
Is psychologie een wetenschap volgens confirmeerbaarheid?
Voorbeelden: "EMDR is effectief als therapie voor PTSS" "Verlies voelt zwaarder dan winst" "Een autisme spectrum stoornis wordt veroorzaakt door een genetische afwijking" Antwoord: JA! Waarom wel? In principe kan je wel enige ondersteuning vinden voor deze hypotheses, en die is voor alle drie ook wel gevonden. Gevolg: Psychologie = wetenschap volgens dit criterium!
39
MAAR: Probleem met confirmeerbaarheid
Te zwak criterium: Het laat zo'n beetje alles toe. Voorbeelden ook geconfirmeerd: - Horoscoop (sommige voorspellingen kloppen toevallig) - Readings van Char (barnum effect) - Astrologie (confirmation bias) Conclusie: Confirmeerbaarheid is te zwak - slaagt niet voor Common Sense Check (laat astrologie toe).
40
Kritiek 1: Geen Demarcatiecriterium Gevonden - Samenvatting probleem
Verifieerbaarheid: Te sterk - sluit wetenschappen uit (algemene uitspraken onverifieerbaar) Confirmeerbaarheid: Te zwak - laat niet-wetenschappen toe (horoscopen, astrologie) Conclusie: Dit is het eerste grote probleem voor Logisch Positivisten: Ze hebben geen demarcatiecriterium kunnen vinden dat werkt.
41
Kritiek 2: Probleem #1 met D-N Model - Inductieprobleem
Hume's probleem blijft Hume: Inductie is niet te rechtvaardigen (zie college 2). D-N model heeft nomologische uitspraak nodig: Om te verklaren heb je algemene wet nodig (premisse 1). Vraag: Hoe kom je daar dan aan? Blijkbaar niet door inductie (want die is ongerechtvaardigd).
42
"Oplossing" Logisch Positivisten
"The seeker is allowed any method; but what has been found must stand up to testing." Betekenis: - Opstellen van algemeenheden gebeurt op basis van psychologische en sociologische voorkeuren - Dit hoort bij Context of Discovery (niet interessant voor wetenschapsfilosofie) - Alleen Context of Justification is belangrijk (hoe toets je?) Probleem: Dit lost eigenlijk niets op - inductieprobleem blijft bestaan!
43
Kritiek 3: Theoriegeladenheid van de Waarneming
Probleem met neutrale observatie Assumptie Logisch Positivisten: - Er zijn raw sense data - Waarnemingen zijn neutraal - Kunnen dienen als fundament voor wetenschap Tegenstelling: Deze assumptie is onjuist!
44
Probleem met neutrale observatie - Voorbeeld: Vaas of gezichten?
(Rubin's vaas - schedel of vaas?) Vraag: Iemand zegt: "Dit is een plaatje van een vaas". Hoe stel je volgens empiristen vast of die zin waar is? - Door te kijken Maar: Zonder theorie zie je misschien de vaas niet - je ziet twee gezichten! Conclusie: Wat je ziet hangt af van je interpretatie/theorie, niet alleen van stimulus.
45
Theoriegeladenheid
"De visuele ervaring wordt niet alleen door het waargenomen object bepaald." Voorbeelden: - Microscoop: Zonder training zie je alleen vlekken, geen cellen - MRI scan: Zonder kennis zie je grijze vlekken, geen hersentumor Conclusie: Als waarneming "ruw" zou zijn, dan zou men met zelfde input ook hetzelfde waar moeten nemen. Maar: Ambigue plaatjes en puzzel-plaatjes tonen aan: Niet iedereen ziet daar hetzelfde!
46
Algemene conclusie over theoriegeladenheid
Dit zou eigenlijk altijd aan de hand zijn: [1] Waarneming is altijd theoriegeladen - We interpreteren altijd vanuit achtergrondkennis [2] Empirische data passen op verschillende theorieën - Underdetermination of theory by data En dus: There are no raw sense data: - Alles is aan interpretatie onderhevig - Meerdere interpretaties zijn mogelijk Gevolg voor Logisch Positivisme: Het fundament (neutrale waarnemingen) waarop alles gebaseerd was, blijkt niet te bestaan!
47
Samenvatting - Poging Logisch Positivisten
Demarcatiecriterium vinden tussen wetenschap en niet-wetenschap. Twee pogingen: - Verifieerbaarheid: Te sterk (sluit wetenschap uit) - Confirmeerbaarheid: Te zwak (laat pseudowetenschap toe) Beide niet geschikt! Verder: Problemen met verklarings- en voorspellingsmodel (D-N model): - Inductieprobleem blijft - Theoriegeladenheid ondermijnt fundament