matrices Flashcards

(18 cards)

1
Q

Definitie matrices

A

Vorr alle a11,a12,…,amn E R noemen we
(a11 a12 a13 … a1j a1n)
(a21 a22 a23 … a2j a2n)
( . . . . . )
(ai1 ai2 ai3 … aij ain ) = A
( . . . . . )
(am1am2 am3 … amj amn )
een matrix met m rijen en n kolommen, een matrix van dimensie mxn, of kortweg een mxn-matrix. De reële getalllen aij met i E{1,2,…,m} en j E{1,2,…,n} noemen we de elementen van de matrix.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Gelijke matrices

A

Twee mxn-matrices noemen we gelijk als elke twee overeenkomstige getallen gelijk zijn.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Een rij/ kolommatrix

A

Een matrix dat bestaat uit één rij/kolom

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Nulmatrix

A

Een matrix waarvan alle elementen gelijk zijn aan 0

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Vierkantematrix

A

Een matrix met een gelijk aantal rijen en kolommen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

symmetrischematrix

A

Een viekantematrix waarvan de elementen aij en aji die symmetrisch liggen t.o.v. de hoofdiagonaal gelijk zijn.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

symmetrischematrix
symbolen

A

A = (aij) E Rnxn is symmetrisch <=> Vi,j E {1,2,…,n} : aij = aji

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Een scheefsymmetrischematrix

A

is een vierkante matrix waarvan de elementen onder aij en aji die symmetrisch liggen t.o.v. de hoofddiagonaal tegengesteld zijn.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Een scheefsymmetrischematrix
symbolen

A

A = (aij) E Rnxn is scheefsymmetrisch <=> Vi,j E {1,2,…,n} : aij = -aji

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Een driehoeksmatrix

A

een vierkantematrix waarvan alle elementen onder of boven de hoofddiagonaal gelijk zijn aan 0

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Een driehoeksmatrix
symbolen

A

A = (aij) E Rnxn is een bovendriehoeksmatrix <=> Vi,j E {1,2,…,n} : i>j => aij = 0
A = (aij) E Rnxn is een onderdriehoeksmatrix <=> Vi,j E {1,2,…,n} : i<j => aij = 0

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Een scalairematrix

A

een diagonaalmattrix waarvan alle elementen op de hoofddiagonaal gelijk zijn aan.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Een eenheidsmatrix

A

Is een scalairematrix waarvan de elementen op de hoofddiagonaal gelijk zijn aan 1.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Matrices optellen

A

De som van twee matrices is ene mxn-matrix waarvan de elementen de som zijn van de overeenkomstige elementen.
(aij) +(bij) = (aij+bij) V i E {1,2,…,m} , V j E {1,2,…,n}

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

matrix * getal

A

Het product van een mxn-matix met een reëel getal is een nieuwe mxn-matrix waarvan de elementen het product zijn van de overeenkomstige elementen met het reëel getal.
r * (aij) = (r*aij) V i E {1,2,…,m} , V j E {1,2,…,n}

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Matrices vermenigvuldigen

A

Het product van een mxn-matrix A =(aij) met een nxp-matrix B =(bij) is een mxp-matrix C =(cij) waarbij het element cij van de i-de rij en de j-de kolom verkregen wordt door de som te nemen van de producten van de elementen van de i-de rij van de matrix 1 met de overeenkomstige elementen van de j-de kolom van de matrix B.

17
Q

Matrices vermenigvuldigen
symbolen

A

AB =C met cij = ai1b1j +ai2b2j + … +ainbnj = n sigma k=1 aik * bkj V i E {1,2,…,m} , V j E {1,2,…,p}

18
Q

Macht van de matrix
symb

A

Vp E N0 / {1} : A tot de p = AA…*A (p factoren) Atot de 1 = A