Chapter 1 Flashcards

(24 cards)

1
Q

Gender

A

Man, vrouw of een ander gender zoals trans zijn.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Gender binaire

A

Het idee dat er maar 2 gender zijn; vrouw en man

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Seksueel gedrag

A

Gedrag dat opwinding (arousal) produceert en de kans van een orgasme vergroot

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Cultivation (kultivatie) theorie

A

In de communicatietheorie, het idee dat blootstelling aan de massamedia mensen doet geloven dat wat ze daar zien het merendeel vertegenwoordigt van wat er echt gebeurt.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Framingtheorie

A

De theorie dat de media de aandacht vestigen op bepaalde onderwerpen en niet op andere, en suggereren hoe we over de kwesties moeten denken of deze moeten kaderen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Sociaal-cognitieve theorie

A

In de communicatietheorie, het idee dat de media rolmodellen bieden die we imiteren

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Selectiviteit

A

In mediatheorieën het principe dat mensen alleen bepaalde media selecteren en erop letten, terwijl ze andere negeren

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Versterkende spiraaltheorie (reinforcing spiral theory)

A

Een theorie die stelt dat iemands sociale identiteiten en ideologieën voorspellen hoe iemand media gebruikt, en dat mediagebruik op zijn beurt onze identiteit en overtuigingen beïnvloedt

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Model van differentiële vatbaarheid (Differential susceptibility model)

A

Een theorie die stelt dat sommige mensen vatbaarder zijn dan anderen voor bepaalde soorten media (bijv. gewelddadige media)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Cultuur

A

Het deel van de omgeving dat door mensen is gecreëerd, inclusief de reeks betekenissen die een groep overneemt; deze betekenissen vergemakkelijken sociale coördinatie en geven aan waar de grenzen tussen groepen liggen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Individualistische culturen:

A

Culturen die nadruk leggen op onafhankelijkheid en autonomie en de individuele rechten van mensen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Collectivistische culturen

A

Culturen die de nadruk leggen op onderlinge afhankelijkheid en verbindingen tussen mensen; de groep is belangrijker dan het individu

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Eerculturen (Honor cultures)

A

Culturen die de nadruk leggen op “gezicht”—dat wil zeggen, de reputatie van individuen en het respect of de eer die mensen aan anderen tonen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Etnocentrisme

A

De neiging om de eigen etnische groep en cultuur als superieur aan anderen te beschouwen en te geloven dat de eigen gewoonten en levenswijze de normen vormen waarmee andere culturen moeten worden beoordeeld

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Incesttaboe

A

Een maatschappelijke regel die seksuele relaties tussen bloedverwanten, zoals broer en zus of vader en dochter, verbiedt

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Masterbatie

A

Het zichzelf seksueel bevredigen door het stimuleren van de geslachtsdelen

17
Q

Racisme

A

Een systeem van voordelen, gebaseerd op ras, dat voortkomt uit een wisselwerking tussen psychologische factoren en sociale/structurele factoren

18
Q

Latino’s

A

Mensen van Latijns-Amerikaanse afkomst

19
Q

Latinx

A

Een term die wordt gebruikt in plaats van Latino of Latina om de genderaanduidingen te vermijden en mensen buiten de genderbinaire indeling te omvatten

20
Q

Familismo

A

Binnen de Latinx-cultuur een sterke culturele waardering voor het eigen gezin, zowel het kerngezin als de uitgebreide familie

21
Q

Historisch trauma

A

Opgestapelde psychologische verwonding die van generatie op generatie wordt doorgegeven als gevolg van grootschalig groepsgericht trauma

22
Q

Raciale microagressies:

A

Subtiele beledigingen die gericht zijn op mensen van kleur en vaak onbewust worden geuit

23
Q

Seksuele gezondheid

A

Een toestand van fysiek, emotioneel, mentaal en sociaal welzijn in relatie tot seksualiteit

24
Q

Seksuele rechten

A

Fundamentele, onvervreemdbare rechten met betrekking tot seksualiteit, zowel positieve als negatieve, zoals het recht op reproductieve zelfbeschikking, seksuele zelfexpressie en vrijheid van seksueel misbruik en geweld