Chapter 6 Flashcards

(34 cards)

1
Q

Hyaluronidase

A

Een enzym dat door het sperma wordt afgescheiden en het één zaadcel mogelijk maakt de eicel te penetreren

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Zygote

A

Een bevruchte eicel

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Placenta

A

Een orgaan dat zich vormt aan de wand van de baarmoeder, waardoor de foetus zuurstof en voedingsstoffen ontvangt en afvalstoffen kan afvoeren

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Navelstreng

A

De buis die de foetus verbindt met de placenta

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Humaan choriongonadotrofine

A

Een hormoon dat door de placenta wordt afgescheiden; dit is het hormoon dat wordt gedetecteerd bij zwangerschapstests

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Vruchtwater

A

Het waterige vocht dat een zich ontwikkelende foetus in de baarmoeder omgeeft

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Oedeem

A

Overmatige ophoping van vocht en zwelling

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Colostrum

A

Een waterige substantie die aan het einde van de zwangerschap en gedurende de eerste paar dagen na de bevalling uit de borsten wordt afgescheiden

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Braxton-Hicks-contracties

A

Samentrekkingen van de baarmoeder tijdens de zwangerschap die geen onderdeel zijn van de bevalling

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Teratogeen

A

Een stof die afwijkingen bij een foetus veroorzaakt

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Foetaal alcoholsyndroom (FAS)

A

Ernstige groeiachterstand en misvormingen bij het kind van een moeder die alcohol misbruikt tijdens de zwangerschap

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Verstrijking (effacement)

A

Het dunner worden van de baarmoederhals tijdens de bevalling

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Verwijding (dilation / dilatation)

A

Het opengaan van de baarmoederhals tijdens de bevalling; ook wel dilatatie genoemd

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Eerste bevallingsfase

A

Het begin van de bevalling, waarin er regelmatige samentrekkingen van de baarmoeder optreden; deze fase duurt tot de baarmoederhals 8 centimeter is verwijd

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Overgangsfase

A

Het moeilijke deel aan het einde van de eerste bevallingsfase, waarin de baarmoederhals zich verwijdt van 8 tot 10 centimeter

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Tweede bevallingsfase

A

De fase waarin de baby door de vagina naar buiten komt en wordt geboren

16
Q

Episiotomie

A

Een insnijding in de huid net achter de vagina, die het gemakkelijker maakt om de baby te laten passeren tijdens de bevalling

17
Q

Derde bevallingsfase

A

De fase waarin de nageboorte (placenta en vliezen) wordt uitgedreven

18
Q

Keizersnede (C-sectie / Cesarean section)

A

Een methode om een baby chirurgisch ter wereld te brengen via een insnijding in de buikwand en de baarmoeder

19
Q

Lamaze-methode

A

Een methode van “voorbereide” bevalling die gebruikmaakt van ontspanning en gecontroleerde ademhaling

20
Q

Postpartumdepressie

A

Lichte tot matige depressie bij vrouwen na de geboorte van een baby

21
Q

Ectopische zwangerschap

A

Een zwangerschap waarbij de bevruchte eicel zich op een andere plaats dan in de baarmoeder innestelt

22
Q

Pseudocyesis (schijnzwangerschap)

A

Een valse zwangerschap, waarbij de vrouw verschijnselen van zwangerschap vertoont, maar niet daadwerkelijk zwanger is

23
Q

Pre-eclampsie

A

Een ernstige zwangerschapsaandoening die wordt gekenmerkt door hoge bloeddruk, ernstig oedeem en de aanwezigheid van eiwit in de urine

24
Amniocentese
Een test die wordt uitgevoerd om te bepalen of een foetus aangeboren afwijkingen heeft; hierbij wordt een dunne naald of buis in de buik van de vrouw ingebracht om een monster van het vruchtwater te verkrijgen
25
Chorionvillusbiopsie
Een techniek voor prenatale diagnose van aangeboren afwijkingen, waarbij een monster van cellen uit de chorionvlokken wordt genomen en geanalyseerd
26
Miskraam
Het beëindigen van een zwangerschap voordat de foetus levensvatbaar is, als gevolg van natuurlijke oorzaken (dus niet door medische ingreep); ook wel spontane abortus genoemd
27
Onvruchtbaarheid
Het onvermogen van een paar om na één jaar of langer proberen een zwangerschap te verwekken
28
Kunstmatige inseminatie
Een procedure waarbij sperma in het vrouwelijke voortplantingssysteem wordt ingebracht op een andere manier dan door geslachtsgemeenschap
29
In-vitrofertilisatie (IVF)
Een procedure waarbij een eicel in een laboratoriumschaaltje wordt bevrucht door sperma
30
ICSI (intra-cytoplasmatische sperma-injectie)
Een vorm van geassisteerde voortplantingstechnologie waarbij één zaadcel rechtstreeks in het cytoplasma van de eicel wordt geïnjecteerd om bevruchting buiten het lichaam tot stand te brengen
31
Embryotransfer
Een procedure waarbij een embryo wordt overgebracht van de baarmoeder van de ene vrouw naar die van een andere
32
GIFT (gameten-intrafallopische transfer)
Een procedure waarbij sperma en eicellen worden verzameld en vervolgens samen in de eileider worden ingebracht
33
ZIFT (zygoot-intrafallopische transfer)
Een vorm van geassisteerde voortplantingstechnologie waarbij de eicel in het laboratorium wordt bevrucht door sperma, waarna de zich ontwikkelende bevruchte eicel (zygoot) in de eileider wordt geplaatst