Chapter 7 Flashcards

(19 cards)

1
Q

Combinatie-anticonceptiepillen

A

Anticonceptiepillen die een combinatie van oestrogeen en progestageen (progesteron) bevatten

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Faalpercentage

A

Het aantal zwangerschappen dat optreedt bij het gebruik van een bepaalde anticonceptiemethode; het percentage vrouwen dat na een jaar gebruik van de methode zwanger zal zijn

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

LARC (langwerkende, omkeerbare anticonceptie)

A

Anticonceptiemethoden die langdurig werken maar omkeerbaar zijn, zoals implantaten en spiraaltjes (IUD’s)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Intra-uterien apparaat (IUD) (spiraal)

A

Een kunststof hulpmiddel, soms met metaal of een hormoon, dat in de baarmoeder wordt ingebracht om zwangerschap te voorkomen; ook wel intra-uteriene anticonceptie (IUC) genoemd

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Mannencondoom

A

Een anticonceptieschede die over de penis wordt geplaatst

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Diafragma

A

Een gevormd hulpmiddel van siliconenrubber met een nylonveer rondom de rand, dat in de vagina wordt geplaatst en over de baarmoederhals past.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Spermiciden

A

Een stof die zaadcellen doodt

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Terugtrekmethode (Withdrawal)

A

Een anticonceptiemethode waarbij de man zijn penis uit de vagina van zijn partner trekt voordat hij een orgasme heeft en ejaculeert

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Ritmemethode (fertility awareness method)

A

Een anticonceptiemethode waarbij geslachtsgemeenschap wordt vermeden rond de tijd van de ovulatie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Kalendermethode

A

Een type ritmemethode waarbij de vrouw bepaalt wanneer ze ovuleert door een kalender bij te houden van de lengte van haar menstruatiecycli

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Basale lichaamstemperatuurmethode

A

Een type ritmemethode waarbij de vrouw bepaalt wanneer ze ovuleert door haar lichaamstemperatuur bij te houden

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Cervicale slijmmethode

A

Een type ritmemethode van anticonceptie waarbij de vrouw bepaalt wanneer ze ovuleert door haar baarmoederslijm te controleren

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Sympto-thermische methode

A

Een type ritmemethode van anticonceptie die de basale lichaamstemperatuurmethode combineert met de cervicale slijmmethode

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Sterilisatie

A

Een chirurgische ingreep waarbij een individu onvruchtbaar wordt gemaakt, dat wil zeggen niet meer in staat is zich voort te planten

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Vasectomie

A

Een chirurgische ingreep voor mannelijke sterilisatie waarbij de zaadleider (vas deferens) wordt doorgesneden

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Laparoscopie

A

Een methode van vrouwelijke sterilisatie waarbij via kleine sneetjes in de buik met een camera en instrumenten de eileiders worden afgesloten of doorgesneden

17
Q

Abortus

A

Het beëindigen van een zwangerschap

18
Q

Vacuumaspiratie

A

Een methode van abortus die in het eerste trimester wordt uitgevoerd en waarbij de inhoud van de baarmoeder wordt weggezogen

19
Q

Mifepriston

A

Het zogenaamde “abortuspilletje”