Chapter 11 Flashcards

(26 cards)

1
Q

Mere-exposure-effect

A

De neiging om iemand leuker te vinden naarmate we vaker aan die persoon worden blootgesteld

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Homofilie

A

De neiging om contact te hebben met mensen die gelijk zijn in sociale status

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Matching-phenomeen

A

De neiging van mensen om als partner iemand te kiezen die bij hen past, dat wil zeggen iemand die vergelijkbaar is in houding, intelligentie en aantrekkelijkheid

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Fluctuerende asymmetrie

A

Asymmetrie van bilaterale kenmerken die gemiddeld symmetrisch zijn in de populatie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Intimiteit

A

Een kwaliteit van relaties die wordt gekenmerkt door betrokkenheid, gevoelens van nabijheid en vertrouwen, en het delen van persoonlijke informatie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Zelfonthulling (Self-disclosure)

A

Het vertellen van persoonlijke dingen over jezelf

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Triangular theory of love van Sternberg

A

Intimiteit, commitment, passie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Eros

A

Volgens de theorie van liefdesstijlen, een krachtige fysieke aantrekkingskracht tot de geliefde

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Ludus

A

Volgens de theorie van liefdesstijlen, een speelse vorm van liefde

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Storge

A

Volgens de theorie van liefdesstijlen, een zeer stabiele en betrouwbare vorm van liefde

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Passionele liefde

A

Een toestand van intense verlangens naar eenheid met de andere persoon en van sterke fysiologische opwinding

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Kameraadschappelijke liefde

A

Een gevoel van diepe gehechtheid en betrokkenheid bij een persoon met wie men een intieme relatie heeft

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Twee-componenten theorie van liefde

A

De theorie dat er twee voorwaarden tegelijkertijd moeten bestaan om passionele liefde te laten ontstaan: fysiologische opwinding en het cognitief labelen van dat gevoel als “liefde”

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Verkeerde toeschrijving van opwinding (Misattribution of arousal)

A

Wanneer men zich in een toestand van fysiologische opwinding bevindt door een situatie (bijvoorbeeld door te sporten of in angstaanjagende omstandigheden) en deze opwinding toeschrijft aan liefde voor of aantrekking tot een andere aanwezige persoon

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Intentie

A

Wat de spreker bedoelt

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Effect

A

Wat iemand anders begrijpt dat de spreker bedoelt

17
Q

Effectieve communicator

A

Een communicator wiens effect overeenkomt met zijn of haar intentie

18
Q

“Ik”-taal

A

Voor jezelf spreken, gebruikmakend van het woord “ik”; niet proberen gedachten te lezen

19
Q

Gedachten lezen

A

Aannames doen over wat je partner denkt of voelt

20
Q

Documenteren

A

Specifieke voorbeelden geven van het besproken probleem

21
Q

Leveling

A

Je partner vertellen wat je voelt door je gedachten duidelijk, eenvoudig en eerlijk te verwoorden

22
Q

Editing

A

Censureren of dingen niet zeggen die opzettelijk kwetsend voor je partner zouden zijn of die irrelevant zijn

23
Q

Parafraseren

A

Met je eigen woorden herhalen wat je dacht dat je partner bedoelde

24
Q

Non-verbale communicatie

A

Communicatie die niet via woorden verloopt, maar via het lichaam, bijvoorbeeld oogcontact, stemtoon of aanraking

25
Validatie
Je partner vertellen dat je, gezien hun standpunt, begrijpt waarom ze op een bepaalde manier denken
26
Eerlijk ruziemaken (Fighting fair)
Een set regels die bedoeld is om discussies constructief in plaats van destructief te maken