Chapter 13 Flashcards

(15 cards)

1
Q

Seksuele geaardheid

A

Iemands erotische en emotionele oriëntatie ten opzichte van leden van hetzelfde geslacht of van het andere geslacht

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Biseksueel

A

Een persoon wiens seksuele geaardheid zowel op mannen als op vrouwen is gericht

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Lesbisch

A

Een vrouw wiens seksuele geaardheid op andere vrouwen is gericht

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Gay

A

Mensen die seksueel aangetrokken zijn tot leden van hetzelfde geslacht; wordt vooral gebruikt voor mannen die op mannen vallen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Heteroseksueel

A

Iemand wiens seksuele geaardheid op leden van het andere geslacht is gericht

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Queer

A

Een zelfgekozen label dat door sommige LHBT+-personen wordt gebruikt, evenals door sommige heteroseksuelen die voorkeur geven aan ongebruikelijke seksuele praktijken

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Heteronormativiteit

A

Het geloof dat heteroseksualiteit de norm is en dat alle mensen heteroseksueel zijn

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Anti-gay vooroordelen

A

Negatieve houdingen en gedragingen jegens homoseksuele mannen en lesbiennes

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Heteroseksisme

A

Vooroordelen tegen en het kleineren van LHBT-personen. Ook wel anti-gay vooroordelen of homonegativiteit genoemd

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Coming out

A

Het proces waarbij iemand eerst aan zichzelf en daarna aan anderen erkent dat hij of zij homo of lesbisch is

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Seksuele fluiditeit

A

Veranderingen die in de loop van de tijd optreden in seksuele aantrekking, identiteit of gedrag

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Seksuele identiteit

A

Iemands zelfidentificatie als homo, hetero, lesbisch, biseksueel, queer of iets anders

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Medisch model

A

Een theoretisch model in de psychologie en psychiatrie waarbij mentale problemen worden gezien als een ziekte of geestelijke stoornis; deze problemen worden vaak toegeschreven aan biologische factoren

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Conversie- of reparatietherapie

A

Een van een aantal behandelingen die zijn ontworpen om lesbische, homoseksuele en biseksuele personen heteroseksueel te maken

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Panseksueel

A

Mensen die seksueel of romantisch aangetrokken zijn tot anderen, ongeacht hun gender

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly