Vasocongestie
Een ophoping van bloed in de bloedvaten van een bepaald lichaamsgebied, vooral de geslachtsdelen; dit veroorzaakt zwelling of erectie
Myotonie
Spiercontractie
Opwinding
De eerste fase van seksuele respons, waarin erectie en vaginale smering optreden
Orgasmisch platform
Een samentrekking van de ingang van de vagina veroorzaakt door de contractie van de bulbospongiosus-spier (die langs de ingang van de vagina loopt), wat optreedt tijdens de opwindingsfase van de seksuele respons
Orgasme
De tweede fase van seksuele respons; een intense sensatie die optreedt op het hoogtepunt van seksuele opwinding en gevolgd wordt door het loslaten van seksuele spanningen
Resolutiefase
De derde fase van seksuele respons, waarin het lichaam terugkeert naar de niet-opgewonden toestand
Refractaire periode
De periode na een orgasme waarin een man seksueel niet opgewonden kan raken
Clitorale orgasme
Freud’s term voor een orgasme bij vrouwen dat ontstaat door stimulatie van de clitoris
Vaginale orgasme
Freud’s term voor een orgasme bij vrouwen dat ontstaat door stimulatie van de vagina tijdens heteroseksuele geslachtsgemeenschap; Freud beschouwde vaginale orgasmes als meer volwassen dan klitorale orgasmes (bestaat volgens onderzoek niet, haast altijd stimulatie clitoris)
Meervoudig orgasme
Een reeks orgasmes die binnen een korte periode optreden
Triphasisch model
Kaplan’s model van seksuele respons waarin drie componenten worden onderscheiden: vasocongestie (bloed waardoor zwelling of erectie ontstaat), spiersamentrekkingen (orgasme) en seksueel verlangen
Dual control-model
Een model dat stelt dat seksuele respons wordt gereguleerd door zowel seksuele opwinding als seksuele remming
Retrograde ejaculatie
Een aandoening waarbij een orgasme bij een man niet gepaard gaat met een externe ejaculatie; in plaats daarvan komt het sperma in de urineblaas terecht
Gräfenberg-spot (G-spot)
Een klein gebied aan de voorwand van de vagina, dat uitmondt in de urethra en verantwoordelijk is voor vrouwelijke ejaculatie
Limbisch systeem
Een groep structuren in het binnenste deel van de hersenen, waaronder de amygdala, hippocampus en fornix; men denkt dat het belangrijk is voor seksueel gedrag bij zowel dieren als mensen
Organiserende effecten van hormonen
Effecten van geslachtshormonen vroeg in de ontwikkeling, die leiden tot een blijvende verandering in de hersenen of het voortplantingssysteem
Activerende effecten van hormonen
Effecten van geslachtshormonen in de volwassenheid, die leiden tot de activering van gedrag, vooral seksueel gedrag en agressief gedrag
Feromonen
Biochemische stoffen die buiten het lichaam worden afgescheiden, belangrijk voor communicatie tussen dieren en mogelijk werkzaam als seksuele lokstoffen
Menstruele synchronisatie
Het samenvallen, over meerdere maanden, van de aanvangsdata van menstruatieperioden bij vrouwen die nauw contact met elkaar hebben
Erogene zones
Gebieden van het lichaam die bijzonder gevoelig zijn voor seksuele stimulatie
Auto-erotiek
Seksuele zelfstimulatie; bijvoorbeeld masturbatie
Masturbatie
Stimulatie van de eigen geslachtsdelen met de hand of met een voorwerp, zoals een kussen of vibrator
Seksuele fantasie
Seksuele gedachten of beelden die de emoties of de fysiologische toestand van een persoon beïnvloeden
Coitus
Geslachtsgemeenschap; het inbrengen van de penis in de vagina