Chapter 8 Flashcards

(29 cards)

1
Q

Vasocongestie

A

Een ophoping van bloed in de bloedvaten van een bepaald lichaamsgebied, vooral de geslachtsdelen; dit veroorzaakt zwelling of erectie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Myotonie

A

Spiercontractie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Opwinding

A

De eerste fase van seksuele respons, waarin erectie en vaginale smering optreden

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Orgasmisch platform

A

Een samentrekking van de ingang van de vagina veroorzaakt door de contractie van de bulbospongiosus-spier (die langs de ingang van de vagina loopt), wat optreedt tijdens de opwindingsfase van de seksuele respons

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Orgasme

A

De tweede fase van seksuele respons; een intense sensatie die optreedt op het hoogtepunt van seksuele opwinding en gevolgd wordt door het loslaten van seksuele spanningen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Resolutiefase

A

De derde fase van seksuele respons, waarin het lichaam terugkeert naar de niet-opgewonden toestand

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Refractaire periode

A

De periode na een orgasme waarin een man seksueel niet opgewonden kan raken

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Clitorale orgasme

A

Freud’s term voor een orgasme bij vrouwen dat ontstaat door stimulatie van de clitoris

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Vaginale orgasme

A

Freud’s term voor een orgasme bij vrouwen dat ontstaat door stimulatie van de vagina tijdens heteroseksuele geslachtsgemeenschap; Freud beschouwde vaginale orgasmes als meer volwassen dan klitorale orgasmes (bestaat volgens onderzoek niet, haast altijd stimulatie clitoris)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Meervoudig orgasme

A

Een reeks orgasmes die binnen een korte periode optreden

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Triphasisch model

A

Kaplan’s model van seksuele respons waarin drie componenten worden onderscheiden: vasocongestie (bloed waardoor zwelling of erectie ontstaat), spiersamentrekkingen (orgasme) en seksueel verlangen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Dual control-model

A

Een model dat stelt dat seksuele respons wordt gereguleerd door zowel seksuele opwinding als seksuele remming

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Retrograde ejaculatie

A

Een aandoening waarbij een orgasme bij een man niet gepaard gaat met een externe ejaculatie; in plaats daarvan komt het sperma in de urineblaas terecht

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Gräfenberg-spot (G-spot)

A

Een klein gebied aan de voorwand van de vagina, dat uitmondt in de urethra en verantwoordelijk is voor vrouwelijke ejaculatie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Limbisch systeem

A

Een groep structuren in het binnenste deel van de hersenen, waaronder de amygdala, hippocampus en fornix; men denkt dat het belangrijk is voor seksueel gedrag bij zowel dieren als mensen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Organiserende effecten van hormonen

A

Effecten van geslachtshormonen vroeg in de ontwikkeling, die leiden tot een blijvende verandering in de hersenen of het voortplantingssysteem

17
Q

Activerende effecten van hormonen

A

Effecten van geslachtshormonen in de volwassenheid, die leiden tot de activering van gedrag, vooral seksueel gedrag en agressief gedrag

18
Q

Feromonen

A

Biochemische stoffen die buiten het lichaam worden afgescheiden, belangrijk voor communicatie tussen dieren en mogelijk werkzaam als seksuele lokstoffen

19
Q

Menstruele synchronisatie

A

Het samenvallen, over meerdere maanden, van de aanvangsdata van menstruatieperioden bij vrouwen die nauw contact met elkaar hebben

20
Q

Erogene zones

A

Gebieden van het lichaam die bijzonder gevoelig zijn voor seksuele stimulatie

21
Q

Auto-erotiek

A

Seksuele zelfstimulatie; bijvoorbeeld masturbatie

22
Q

Masturbatie

A

Stimulatie van de eigen geslachtsdelen met de hand of met een voorwerp, zoals een kussen of vibrator

23
Q

Seksuele fantasie

A

Seksuele gedachten of beelden die de emoties of de fysiologische toestand van een persoon beïnvloeden

24
Q

Coitus

A

Geslachtsgemeenschap; het inbrengen van de penis in de vagina

25
Cunnilingus
Mondstimulatie van de vulva
26
Fellatio
Mondstimulatie van de penis
27
69’en
Simultane mond–genitale stimulatie; ook wel soixante-neuf genoemd
28
Anilingus
Mondstimulatie van de anus van de partner
29
Aphrodisiacum
Een stof die het seksuele verlangen verhoogt