Chapter 4 Flashcards

(39 cards)

1
Q

Vulva

A

De verzamelnaam voor de uitwendige geslachtsdelen van de vrouw

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Clitoris

A

Een zeer gevoelig seksueel orgaan; de glans bevindt zich voor de vaginale opening, en de rest van de clitoris strekt zich dieper het lichaam in

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Schaamheuvel (mons pubis)

A

Het vette kussentje van weefsel onder het schaamhaar

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Buitenste schaamlippen

A

Afgeronde kussentjes van vetweefsel die aan weerszijden van de vaginale opening liggen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Binnenste schaamlippen

A

Dunne huidplooien die aan weerszijden van de vaginale opening liggen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Bartholin-klieren

A

Twee kleine klieren die zich aan weerszijden van de vaginale opening bevinden

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Perineum

A

De huid tussen de vaginale opening en de anus

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Introitus

A

De vaginale opening

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Urinebuis

A

Het buisje waardoor urine vanuit de blaas naar buiten uit het lichaam stroomt

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Maagdenvlies

A

Een dun vlies dat de vaginale opening gedeeltelijk kan bedekken

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Vrouwelijke genitale verminking (female genital cutting)

A

Het snijden of verwijderen van delen van de clitoris of van de binnenste en buitenste schaamlippen. Dit wordt ook wel vrouwelijke genitale verminking genoemd

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Vagina

A

Het buisvormige orgaan waarin de penis tijdens geslachtsgemeenschap wordt ingebracht en waardoor een baby tijdens de geboorte passeert

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Pubococcygeus-spier

A

Een spier die zich rondom de vaginale opening bevindt

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Vestibulaire bolletjes (bulbi vestibuli)

A

Erectiel weefsel dat onder de binnenste schaamlippen loopt

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Klier van Skene (Skene’s gland)

A

De vrouwelijke prostaat, gelegen aan de voorwand van de vagina

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Baarmoeder

A

Het orgaan waarin de foetus zich ontwikkelt

17
Q

Baarmoederhals (cervix)

A

Het onderste deel van de baarmoeder, dat uitmondt in de vagina

18
Q

Eileiders (Fallopian tubes)

A

De buisjes die zich uitstrekken van de baarmoeder naar de eierstokken; ook wel oviducten genoemd

19
Q

Eierstokken (ovaries)

A

Twee organen aan weerszijden van de baarmoeder die eicellen en geslachtshormonen produceren

20
Q

Penis

A

Het mannelijke uitwendige geslachtsorgaan, dat zowel bij seksuele activiteit als bij het urineren een functie heeft

21
Q

Corpora cavernosa

A

Twee sponsachtige lichamen die langs de bovenzijde van de penis lopen

22
Q

Corpus spongiosum

A

Een sponsachtig lichaam dat langs de onderzijde van de penis loopt. De urinebuis loopt hier door heen

23
Q

Voorhuid

A

Een huidlaag die de eikel of top van de penis bedekt bij een niet besneden man

24
Q

Besnijdenis

A

Chirurgische verwijdering van de voorhuid van de penis

25
Supercisie
Een vorm van mannelijke genitale snede waarbij een inkeping wordt gemaakt langs de lengte van de voorhuid aan de bovenzijde
26
Subcisie
Een vorm van mannelijke genitale snede waarbij een inkeping wordt gemaakt aan de onderzijde van de penis over de gehele lengte
27
Balzak (scrotum)
De huidplooi die de testikels bij de man bevat
28
Teelballen (testes)
Het paar klieren in de balzak dat sperma en geslachtshormonen produceert
29
Zaadbuisjes (seminiferous tubules)
Buisjes in de teelballen die sperma produceren
30
Interstitiële cellen
Cellen in de teelballen die testosteron produceren
31
Sperma
De rijpe mannelijke voortplantingscel, in staat een eicel te bevruchten
32
Epididymis
Een sterk opgerolde buis aan de rand van de teelbal, waar sperma rijpt
33
Zaadleider
De buis waardoor sperma van de testikels en epididymis naar de urethra wordt vervoerd, en zo uit de balzak het lichaam verlaat
34
Zaadblaasjes (seminal vesicles)
Zakachtige structuren die boven de prostaat liggen en ongeveer 60 procent van het zaadvocht produceren
35
Prostaat
De klier, gelegen onder de blaas, die een deel van het vocht in het sperma afscheidt
36
Cowper-klieren
Klieren die een heldere, alkalische vloeistof in de urethra (plasbuis) afscheiden
37
Lumpectomie
Een chirurgische behandeling voor borstkanker waarbij alleen de tumor en een klein stukje omliggend weefsel wordt verwijderd
38
Radicale mastectomie
Een chirurgische behandeling voor borstkanker waarbij de gehele borst wordt verwijderd, samen met de onderliggende spieren en lymfeklieren
39
Hysterectomie
Chirurgische verwijdering van de baarmoeder