Chapter 19 Flashcards

(16 cards)

1
Q

Ethiek

A

Een systeem van morele principes; een manier om te bepalen wat goed en fout is

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Hedonisme

A

Een moreel systeem dat gebaseerd is op het maximaliseren van plezier en het vermijden van pijn

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Ascese

A

Een levensbenadering die nadruk legt op zelfdiscipline en beheersing van impulsen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Legalisme

A

Ethiek gebaseerd op de aanname dat er regels voor menselijk gedrag bestaan en dat moraliteit bestaat uit het kennen en naleven van deze regels

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Situationisme

A

Ethiek gebaseerd op de aanname dat er geen absolute regels zijn, of slechts heel weinig, en dat elke situatie afzonderlijk beoordeeld moet worden

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Pederastie

A

Seksuele handelingen tussen een oudere man en een jongere man of jongen; soms ook aangeduid als boy love

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Vruchtbaarheidscultus

A

Een vorm van natuurgodsdienst waarbij de vruchtbaarheid van de aarde wordt bevorderd door middel van verschillende rituele magie, vaak inclusief rituele seksuele handelingen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Dualisme

A

Een religieus of filosofisch geloof dat lichaam en geest gescheiden en tegengesteld zijn, waarbij het doel van het leven is de geest te bevrijden uit de gebondenheid aan het lichaam; dit gaat gepaard met een onderschatting van de materiële wereld en het fysieke aspect van de menselijkheid

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Celibaat

A

Ongehuwd blijven en afzien van seksuele relaties

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Humanisme

A

Een filosofisch systeem dat stelt dat morele oordelen gebaseerd moeten worden op menselijke ervaring en rede

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Moralisme

A

Een religieuze of filosofische houding die moreel gedrag, meestal volgens strikte normen, als het hoogste doel van het menselijk leven beschouwt. Moralisten zijn vaak voorstander van strikte regulering van menselijk gedrag om mensen goed te maken

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Pluralisme

A

Een filosofische of politieke houding die de waarde van vele concurrerende meningen bevestigt en gelooft dat de waarheid wordt ontdekt in het botsen van diverse perspectieven. Pluralisten geloven daarom in de maximale menselijke vrijheid die mogelijk is

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Fornicatie

A

De term voor seksuele handelingen tussen ongehuwde mensen en, meer in het algemeen, voor alle immorele seksuele gedragingen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Adulterie

A

Vrijwillige seksuele betrekkingen van een getrouwde persoon met iemand anders dan de echtgenoot; daarmee een verraad aan de huwelijksbeloften

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Somatische celkerntransplantatie

A

Een kloontechniek waarbij het genetisch materiaal van een volwassen cel wordt vervangen voor de kern van een eicel

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Therapeutisch klonen

A

Het creëren van weefsels of cellen die genetisch identiek zijn aan die van een patiënt, met als doel een ziekte te behandelen